woensdag 9 februari 2022

 

InterviewCulinair journalist Jigal Krant

Hoe het komt dat Tel Aviv de veganistische hoofdstad van de wereld is

Jigal Krant: ‘Tel Aviv is bij uitstek een areligieuze stad. Zo’n progressieve enclave is een heel gunstige bodem voor veganisme.’ Beeld Maartje Geels
Jigal Krant: ‘Tel Aviv is bij uitstek een areligieuze stad. Zo’n progressieve enclave is een heel gunstige bodem voor veganisme.’Beeld Maartje Geels

Tel Aviv is de afgelopen jaren uitgegroeid tot de veganistische hoofdstad van de wereld. Wat heeft dat wel en niet met de joodse religie te maken?

Marije van Beek

Stel je een vraag aan culinair journalist Jigal Krant, dan is het alsof je op een knopje van een verhalenmachine drukt. Een goed geoliede machine, welteverstaan. Hij zit vol smakelijke anekdotes, en blijkt, als je lang genoeg doorvraagt, ook over te lopen van de bijbelse wetenswaardigheden. Net als zijn nieuwe, tweede boek, met recepten en verhalen over Tel Aviv als veganistische hoofdstad van de wereld.

De ondertitel Land zonder melk en honing geeft een veganistische draai aan de bekende woorden uit de Bijbel. Het boek gaat voornamelijk over plantaardig lekkers, recepten voor zelfgemaakte hummus en weldadige noten, maar buigt zich ook over de vraag: hoe kon deze stad plots uitgroeien tot paradijs voor veganisten? Dat heeft met religie te maken, zegt Krant, die traditioneel-joods is opgevoed. “Maar niet op de manier die je zou verwachten.”

Hoe zit dat precies?

“Ik geef soms lezingen, en dan zijn er altijd wel een paar alerte mensen die me vertellen dat het veganisme vast zo aanslaat in Tel Aviv, omdat het voor religieuze mensen wel zo makkelijk is. Een maaltijd zonder dierlijke producten is namelijk meteen koosjer. Ze hebben daarin ten dele gelijk. Ik merk het aan mezelf: wij hadden thuis een traditioneel koosjer huishouden, met een keuken waarin we alles dubbel hadden: de helft voor zuivel, de helft voor vlees. Kastruimte, pannen, bestek, alles. Er was een tijd dat ik er best wel strikt in was. Maar tegenwoordig komt er eigenlijk geen vis of vlees meer bij me in huis. En dat scheelt een hoop ruimte en ook wel wat gedoe.”

Maar dit is niet de hele verklaring, zeg je.

“Nee, als dit het was, dan zou niet Tel Aviv, maar het religieuze Jeruzalem de veganistische hoofdstad zijn geworden. Maar in Jeruzalem wordt juist veel vlees gegeten. Tel Aviv is bij uitstek een areligieuze stad, een toevluchtsoord voor hedonisten en andersdenkenden in Israël, waar bijvoorbeeld ook homoseksuele joden én Arabieren zich thuis voelen. Zo’n progressieve enclave is een heel gunstige bodem voor veganisme. Ook elders in de wereld zie je dat veganisten redelijk welvarende, jonge en areligieus denkende mensen zijn.

“Op vrijdagavond, als de rest van het land op slot gaat vanwege de sjabbat, worden in Tel Aviv de bijbelse wetten met voeten getreden, en trekt men er op uit om het leven te vieren, liefst met zoveel mogelijk niet-koosjer eten. Toen ik een jaar of twintig geleden als een blok viel voor de stad, ben ik daar voor het eerst niet-koosjer gaan eten. Ik stortte me met overgave op het uitgaansleven, omdat ik me eindelijk jood voelde zonder de religieuze invulling die er in Nederland aan wordt gegeven. In Nederland voel je je vooral joods in de synagoge of aan tafel met familie op sjabbat. Maar in het sprankelende Tel Aviv is bijna iedereen joods, zonder dat religie een rol speelt. Daar wilde ik bij horen. Grappig genoeg heeft diezelfde stad er later voor gezorgd dat ik steeds minder dierlijke producten ben gaan eten.”

Jigal Krant: ‘Joden hebben al duizenden jaren ervaring met voedselwetten. Creatief zijn, dat zit in ons dna.’ Beeld Maartje Geels
Jigal Krant: ‘Joden hebben al duizenden jaren ervaring met voedselwetten. Creatief zijn, dat zit in ons dna.’Beeld Maartje Geels

In Tel Aviv is naar schatting 1 op de 18 mensen veganist. Hoe komt dat?

“Dankzij een combinatie van factoren. Er is niet één verklaring, er zijn ontzettend veel verklaringen te geven. Ik tel er 21 in mijn boek, maar ik zal er nog drie noemen waarbij de religie indirect een rol speelt. Ten eerste: de bevolking van Tel Aviv mag dan areligieus zijn, het is gewend aan restricties qua voedsel. Joden hebben natuurlijk al duizenden jaren ervaring met voedselwetten. Creatief zijn, het beste maken van de ingrediënten die we wél mogen gebruiken, dat zit in ons dna.

“Paradoxaal genoeg zorgen de ultra-orthodoxe joden, die juist behoorlijk veel vlees eten, ook voor het verstevigen van de veganistische markt. Volgens hun voedselwetten mag je na het eten van vlees zes uur lang geen zuivel eten. Dus maken zij voor hun desserts gretig gebruik van al die veganistische zoetigheden die zijn ontwikkeld. Een lekkere cappuccino met sojamelk, romig vegan ijs, dito chocolade. Hoe meer van deze producten worden gekocht, hoe meer er in wordt geïnvesteerd, en hoe beter en lekkerder ze worden. Wat het weer makkelijker maakt om vegan te gaan leven.

“De weerzin van veganisten tegen dierlijke producten wordt gevoed door nieuws en schandalen over dierenmisbruik, en excessen in zogenaamd koosjere slachthuizen. Religieuzen spelen daarin een best wel kwalijke rol. De Bijbel laat er geen twijfel over bestaan: je mag dieren niet kwellen. Maar keer op keer tonen undercoverbeelden dat de rabbinale toezichthouders vrolijk meedoen aan dierenbeulerij. Rabbinaten weigeren hun koosjer-keurmerken, waaraan ze veel geld verdienen, van foute producten af te halen, ook al hebben dierenrechtenorganisaties hen dit nog zo vaak gevraagd. Met zulke misstanden kweek je veganisten.”

Je portretteert in acht longreads de veganistische activisten die je tegenkwam. Een van hen is rabbijn. Heeft hij je overtuigd?

“Ik ben zelf steeds meer vegan geworden, maar dat heeft niets met religieuze overwegingen te maken. Deze rabbijn vertegenwoordigt een heel kleine beweging van ultraorthodoxe joodse mensen die zeggen: veganistisch zijn is de enige juiste manier van joods zijn. Wat die levensvisie lastig maakt, is dat de joodse wetten bol staan van dierlijke producten. Op joods nieuwjaar wordt op een lamshoorn geblazen, in de joodse tempel werden offers gebracht, en in de Thora, die op dierenhuiden is geschreven, geeft God gedetailleerde instructies hoe je dieren moet slachten. Maar voor alles heeft deze rabbijn verklaringen. Of die hout snijden, laat ik graag aan de lezer.”

En hoe zit het met de melk en honing die God beloofd had?

“Nou, lang voordat het woord veganisme bestond, waren middeleeuwse rabbijnen het er al over eens dat God geen bijenhoning bedoelde, maar dadelhoning. Tegenwoordig is dat bekend als silan, en ik gebruik het veel in mijn kookboek. De melk is een ander verhaal. Sommige geleerden zeggen dat het een metafoor is voor wijn, druivensap of andere vruchtensappen. Anderen zeggen dat het wel degelijk gewoon om geitenmelk gaat. Maar zij wijzen erop dat de volledige bijbeltekst spreekt van ‘een land, overvloeiende van melk en honing’. Dat woordje ‘overvloeiende’ wijst erop dat er zoveel melk was, dat de dieren over hadden, en er genoeg was voor de mensen. Tegenwoordig is dat niet meer zo. Een kalfje wordt meteen weggehaald bij de koe, zodat wij haar melk kunnen drinken. Maar dat is dus niet in de geest van de Thora. Ik vind dat wel mooi, dat dit ene woord zoveel uitmaakt. Voor joodse geleerden is het een belangrijk beginsel, dat elke letter in de Bijbel een betekenis heeft. God brabbelt niet zomaar wat, is het idee.”

Lees ook:

De ‘ivtar’ is virtueel en vegetarisch

Met het idee van een vegetarische iftar belandden de jonge Indonesische moslims vorig jaar op de zevende plaats tussen de burgerinitiatieven in de Duurzame 100 van Trouw.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten