woensdag 31 juli 2019

Een ‘zonne-accu’ van basalt: de groene batterij van de toekomst?

Wat gebeurt er als je straten autovrij maakt?

Alles in Palmyra is opgeblazen of kapotgeschoten

Syrië Archeoloog en kunstenaar Theo de Feyter schrikt van wat hij aantreft in de befaamde ruïnestad Palmyra in Syrië. Palmyra is verwoest door Islamitische Staat. Sinds de herovering door het regime van president Assad is nog niets gerestaureerd.
Op de 160 kilometer lange weg door de woestijn van Homs naar Palmyra, de befaamde ruïnestad uit de klassieke oudheid, passeren we negen wegversperringen en controleposten van het leger. „Wat veel”, zeg ik tegen de archeoloog van de Syrische Oudhedendienst die met me mee reist. „Valt wel mee”, zegt hij. „Vorig jaar waren het er nog vijftien.” Ook dat is een vorm van vooruitgang: minder wegversperringen.
Het regime van Assad beheerst na een reeks overwinningen een groot deel van Syrië. In de provincie Idlib wordt hevig gevochten, ten oosten van de Eufraat hebben de Koerden en de Amerikanen het voor het zeggen en in het oosten is nog een aantal verzetshaarden van Islamitische Staat, maar de rest van Syrië heet veilig en stabiel te zijn. Voor de zekerheid worden echter zonder verdere uitleg een paar plaatsen van mijn wensenlijstje geschrapt. Het zijn toevallig allemaal plaatsen die kort geleden zijn veroverd of waar aan het leger gelieerde milities een eigen territorium bevechten.
Met het laissez-passer dat de Oudhedendienst voor mij heeft uitgeschreven, zijn de wegversperringen geen probleem. Op weg naar Palmyra worden we overal doorgewuifd. Langs de weg liggen kapotgeschoten pick-uptrucks en verlaten, eveneens kapotgeschoten dorpen. Het leger is overal in de woestijn: mitrailleursnesten, kampementen, een groot vliegveld. Ook wanneer we in Palmyra arriveren, stuiten we meteen op een groot kamp van het Syrische leger. Verderop, onzichtbaar aan het einde van de antieke pronkstraat, ligt het kamp van de Russen – „verboden terrein voor Syriërs”, zoals een man mij later met enige bitterheid in zijn stem zal zeggen.
In Palmyra, Syrië, bevonden zich veel bezienswaardigheden. Illustratie NRC Studio

Oorlogszone

Ik ken Palmyra goed. Ontelbare keren heb ik er als reisleider groepen rondgeleid en tweemaal heb ik een langere periode in de stad doorgebracht om de ruïnes te tekenen en te schilderen. Uit het nieuws vernam ik, net als iedereen, dat de grote bezienswaardigheden zijn opgeblazen of in puin geschoten. Ik dacht dat ik min of meer wist wat me te wachten stond. Maar het is veel erger dan ik dacht. In mei, ruim twee jaar na de verovering door het Syrische leger, ziet het moderne stadje naast de antieke ruïnes er nog steeds uit als een oorlogszone. De bevolking is niet teruggekeerd. Sporadisch is een winkel open om de Syrische en Russische militairen te bedienen. Aan een gebouw met luifel en stoelen op een terras waaien een Syrische en Russische vlag. Het dient ’s avonds blijkbaar als restaurant. De zijstraten zijn gebarricadeerd, de huizen uitgebrand.
‘Palmyra Palace’, een restaurant in een leegstaand gebouw in de moderne stad. Er hangen een Russische en een Syrische vlag uit; blijkbaar is het restaurant bedoeld voor de soldaten van de Russische legerbasis. Beeld Theo de FeyterDoor de verlaten stad rijden we naar het museum. Een deel van de inventaris is in 2015 op het nippertje gered, maar de grote beelden en grafmonumenten zijn achtergebleven. Ze zijn van hun sokkels getrokken, de gezichten en handen weggeslagen. Vanuit de ingangshal kijk je door een gat in het dak de lucht in. De betonnen pilaren die het dak dragen zijn gebroken en verschoven en worden alleen nog bijeengehouden door het ijzeren vlechtwerk.
Resten van naakt vrouwenbeeld
In de hal is nog steeds de grot van beschilderd gips te zien waar voor de oorlog een gipsen gezin in huisde: de prehistorische mens. Ze werden meteen kapotgeslagen door de gelovige strijders, want voorstellingen van mensen zijn verboden en de vrouw was bovendien naakt. Ik zie haar resten achterin de grot liggen.Voor de grot staat de motorfiets van de beheerder geparkeerd.
Tegen de achterwand van de hal hangt het getekende portret van Khaled al-Asaad, de oude directeur van de opgravingen van Palmyra die door IS-strijders werd vermoord. Het portret is bedekt met een plastic folie dat met bruin verpakkingstape slordig op het achtergrondkarton is vastgeplakt. Ernaast een Korantekst. Het karton is op een grijs, metalen kastje geplaatst, op de grond ter weerszijden twee potplanten. Het is een klein, provisorisch altaartje ter nagedachtenis van de oude archeoloog die niet kon scheiden van Palmyra.
Op de bovenverdieping is op een muur met een spuitbus het woord ‘blijft’ in het Arabisch geschreven. De rest van de leus is verdwenen in een groot gat. De leus ‘Islamitische Staat blijft’ stond in de hoogtijdagen overal in het kalifaat op muren en posters. Hoewel alle leuzen meteen na de verovering overal werden overgeschilderd, is deze blijven staan. Om duidelijk te maken wie de vijand is? Want dat is nu het narratief van het regime: Islamitische Staat heeft het gedaan en consequent worden dan ook alle illegale opgravingen, roof en schade, inclusief die veroorzaakt door het Syrische leger en de Russische luchtmacht, toegeschreven aan IS, de ‘terroristen’, het absolute kwaad.Schetsen van Theo de Feyter
Ik maak wat snelle tekeningen in de straten van het verwoeste stadje en maak me dan klaar om in de oude stad te gaan schilderen. Maar eerst krijg ik nog een rondleiding langs de hoogtepunten van Palmyra. De archeoloog van de provinciale oudhedendienst werpt zich op als reisgids. De monumenten zijn opgeblazen of in puin geschoten, maar het zijn blijkbaar nog steeds ‘highlights’. Ik kan me niet helemaal aan de indruk onttrekken dat de rondleiding plaatsvindt in het kader van: ‘Islamitische Staat heeft het gedaan’. Aanschouwelijk onderwijs. Het theater, de tetrapylon (een constructie van vier zuilen bij kruispunten van wegen), de graftorens – van de vijfentwintig meter hoge ‘Toren van Elahbel’, die van plint tot daklijst bewaard was gebleven, is slechts een verbazend bescheiden hoopje stenen overgebleven – de triomfboog, de Baalshamin-tempel; ze zijn allemaal opgeblazen of kapotgeschoten. En dan natuurlijk de grote tempel van Bel binnen de temenos, het omuurde heilige gebied.
 
 
 
 
 
 
 
Wanneer door een soldaat de ijzeren poort, die de tijdelijke toegang tot het uitgestrekte terrein rond de tempel van Bel vormt, wordt opengemaakt en ik in de verte de resten van de tempel ontwaar, gaat een schok door me heen. Ik ken het beeld weliswaar van foto’s, maar nu ervaar ik de lege ruimte aan den lijve. Plotseling heb ik het gevoel een plaats van executie te betreden. Alsof de tempel is terechtgesteld. De imposante cella is gereduceerd tot een vlakte bezaaid met steenblokken en fragmenten van zuilen. Je ziet de kracht van de explosie in de manier waarop de enorme stenen soms over grote afstand zijn weggeslingerd. De toegangsportiek staat als door een wonder nog overeind – in wankel evenwicht, maar toch. Het wonder is verklaarbaar door het cement, dat de Franse archeologen gebruikten bij de restauratie van het monument in de jaren dertig. De overeind staande portiek benadrukt de platte vernietiging van de tempel.Theo de Feyter aan het werk bij Palmyra:Ik zoek een plek in de schaduw om te schilderen. Ook mijn begeleiders zoeken op een afstandje een plek in de schaduw, maar verlaten mij niet. Ik begin te tekenen en staar naar de Bel-tempel. Dat wil zeggen: ik staar naar de plek waar de tempel eens stond. Maar voor de oorlog was het ook al een ruïne. Ik staar naar de plek van de nieuwe ruïne, een andere dan vroeger. Wat is het verschil tussen een ruïne en een puinhoop? Is het verschil Islamitische Staat? Toen het Romeinse leger in 272 Palmyra verwoestte, was de stad toen een puinhoop, zoals het moderne stadje naast de antieke ruïnes nu?
Door de tijden heen is Palmyra veranderd in een eerbiedwaardige ruïne. De graaf van Volney bezocht Palmyra aan het einde van de achttiende eeuw en schreef midden in de Franse Revolutie naar aanleiding van dit bezoek ‘Les ruines ou la méditation sur les révolutions des empires’, over de vergankelijkheid van grote rijken, in zijn tijd het ancien régime. Al schilderend en kijkend naar de ruïne van de tempel vraag ik me af welk rijk hier is vergaan: het Palmyreense, het Romeinse, het Byzantijnse, het Arabische van de Omayyaden, dat van de Fransen van de Mandaatsperiode, van Islamitische Staat of dat van de huidige heerser
Plotseling zie ik de medewerker van de oudhedendienst in gezelschap van een paar onbekende Syrische militairen naderbij komen. Hij is een beetje nerveus, de laissez-passer in zijn hand – die heeft hij blijkbaar al laten zien. Wie zijn die militairen? Een is hoog, dat kan ik zien. „Ze komen even kijken”, introduceert mijn begeleider het gezelschap. We maken een praatje. „Laat even je schetsboek zien.” Ik blader samen met de gestreepte militair mijn schetsboek door. Ik heb het gevoel dat ik de tekeningen die ik kort tevoren in de oorlogszone heb gemaakt, maar moet overslaan. Ik hou het op ruïnes en portretten van de mensen die ik ontmoette. Hij kijkt geamuseerd. Het is duidelijk dat ik een onschuldige schilder ben. Hij vraagt of hij een foto van me mag maken met het halfaffe schilderij en tot mijn verbijstering ook nog of hij die op Facebook mag plaatsen. Tevreden en goedgehumeurd neem hij afscheid.
Later vertelt mijn begeleider dat de Syrische militair een kolonel is die door de Russen op mij af is gestuurd. Een van hen heeft mij op straat zien tekenen in het verwoeste stadje en gebruikt de Syrische kolonel als loopjongen om uit te zoeken wie ik ben en wat ik oe. Het geeft de verhoudingen waarschijnlijk goed weer.
Door IS verwoeste oudheden in Palmyra.
Schilderijen Theo de Feyter
Ik keer weer terug naar het museum, het verzamelpunt van onze kleine expeditie. Wat me nog het meest verbaast, is dat alles is zoals het is. Palmyra werd ruim twee jaar geleden door het Syrische leger veroverd, maar sindsdien is er niets gebeurd. Niet in de oude ruïnes en niet in de nieuwe ruïnes. De klus is te groot. Er is geen geld en geen hulp. In de ingangshal van het museum zitten de wachters, een medewerker van de provinciale oudhedendienst, de chauffeur en een paar soldaten op een wrakke bank rond een lage tafel. Een enkeling drinkt thee, de meesten vasten. Het is ramadan.
Op mijn vragen wat er in de nabije toekomst staat te gebeuren, komt geen antwoord. Ook in Damascus op het hoofdkantoor van de Oudhedendienst kreeg ik geen duidelijk antwoord, hoewel er veelvuldig werd verwezen naar ‘voorbereidend onderzoek’ en een ‘internationale discussie’ die op gang zou moeten komen. Iedereen is moedeloos en ik niet minder. 
De reis naar Syrië werd mede mogelijk gemaakt door een projectsubsidie van het Mondriaanfonds. Het hier afgebeelde werk is tot 6 oktober te zien in het Museum Wierdenland in Ezinge.
 
De Bel-tempel in Palmyra. Beeld Theo de Feyter


maandag 29 juli 2019

« Greta Thunberg face au syndrome de la fosse “sceptique” »

TRIBUNE. Swedish climate activist Greta Thunberg looks on after her speech during a meeting at the French National Assembly, in Paris, on July 23, 2019. (Photo by Lionel BONAVENTURE / AFP)TRIBUNE. « Greta Thunberg face au syndrome de la fosse “sceptique” »


Greta Thunberg, le 23 juillet, lors de son intervention à l’Assemblée nationale. (LIONEL BONAVENTURE / AFP)

Le romancier et scénariste Guilhem Méric réagit aux attaques qui ont visé la jeune militante écologiste suédoise lors de son intervention à l’Assemblée nationale le 23 juillet.

Par Guilhem Méric (romancier et scénariste)
J’aimerais revenir sur les réactions suscitées par la venue de Greta Thunberg à l’Assemblée nationale, et en particulier celle de Laurent Alexandre, fondateur de Doctissimo, « anti-collapsologue et anti-Greta Thunberg », comme il se plaît à le préciser, avec une arrogance stupéfiante, dans la biographie de son profil Twitter. Une bonne grosse cerise sur le gâteau des haineux, des ricaneurs et des bas du front qui commencent sérieusement à me gonfler le péritoine, comme on dit par chez moi.
Les scientifiques, qu’on se le dise, se sont tous cassés les dents à vouloir informer et alerter les politiques de tous poils depuis quarante ans. Personne n’a daigné les écouter. Aucun de ces 15 000 savants n’a su tirer son épingle du jeu médiatique, hormis récemment Aurélien Barrau, pourtant plus au fait de l’astrophysique que de l’écologie, mais qui a réussi, par ses talents d’orateur, sa connaissance du sujet et sa détermination sans faille, à réunir trois cents personnalités autour d’un manifeste paru dans « le Monde ». Quid depuis l’événement ? Rien.

Eveiller les consciences

Aujourd’hui, d’autres tentent à leur tour d’éveiller les consciences. De secouer nos têtes pensantes confortablement installées dans leur fauteuil. En l’occurrence, cette toute jeune suédoise atteinte du syndrome d’Asperger, cette enfant déjà si adulte qui s’est arrachée à la dépression en choisissant de se battre pour le climat. De faire de son handicap, de ses troubles maniaques, une force pour le bien commun comme pour elle-même. Son idée de grève scolaire pour le climat, « School strike for climate », a fédéré une large communauté, retenu l’attention des médias du monde entier et bouleversé son quotidien, sa petite routine à laquelle les personnes atteintes de sa maladie sont si attachées. Qu’importe. Greta est décidée à aller jusqu’au bout. A ne rien céder à ses angoisses ou aux sirènes de la célébrité, dont elle n’a que faire.
La voilà devenue aujourd’hui le porte-parole d’une génération condamnée par les décisions écocides d’une poignée d’industriels multimilliardaires, décisions plus ou moins consenties par les Etats les plus riches. Les nôtres. Et à quoi assiste-t-on ? A un lynchage en bonne et due forme du petit soldat Greta. En particulier en France, qui a pourtant accueilli en 2015 la COP21 qui a abouti au fameux Accord de Paris, avec pour objectif une limitation du réchauffement mondial entre 1,5 °C et 2 °C d’ici à 2100.
Greta, qu’on a eu de cesse de traiter de prophétesse en culottes courtes, de gourou apocalyptique, de demeurée manipulée par des lobbies du greenwashing, vient juste rappeler, au sein d’un hémicycle boycotté, que ces fameux engagements pris lors de la COP21 sont loin, très loin d’être tenus. Qu’au contraire, nous glissons toujours sur la mauvaise pente. Que les paroles s’envolent et que les toxines restent.

Créer des alternatives viables

Greta sait parfaitement de quoi elle parle. Les chiffres alarmants qu’elle assène sur le budget carbone qu’il nous reste à dépenser d’ici huit ans et demi avant de basculer vers un point de non-retour, celui où nous ne pourrions plus maintenir le réchauffement à +1,5 degré, sont des chiffres officiels fournis par le Giec (Groupe d’experts intergouvernemental sur l’évolution du climat) qu’aucun média prétendument sérieux n’a jamais jugé bon de mentionner.
Est-il bon de préciser, si besoin était, combien ce petit degré et demi en plus est déjà préoccupant pour la santé de nos écosystèmes ? Si tel est le cas, songez aux conséquences que produit 1 à 2 degré supplémentaire dans votre organisme, et vous aurez sans doute une idée plus claire sur la question.
Ce changement de paradigme pour un monde aux conditions soutenables, fondé sur des nécessités de résilience et de justice sociale, était déjà un peu l’objet de ma précédente tribune parue dans « Libération » sur la condition des auteurs et leur combat pour obtenir un vrai statut. Combien sommes-nous à mener nos propres luttes, nos petites guerres intestines pour grappiller quelques miettes de pain jetées de la table d’un système à bout de souffle ? Notre société doit se réinventer, créer des alternatives viables, s’orienter vers cette sobriété heureuse si chère à Pierre Rabhi et ne plus chercher de solution chez ce colosse aux pieds d’argile qu’a toujours été, à notre insu, notre modèle de croissance. Il n’y a qu’à suivre, à ce sujet, l’excellent exposé d’Arthur Keller sur l’anticipation du déclin de la civilisation thermo-industrielle pour bien appréhender la réalité du problème et ses enjeux.

Pour ne pas sombrer dans l’abîme…

C’est pourquoi Greta Thunberg, du haut de ses 16 ans, de son autisme et de sa conscience aiguë de l’état du monde, est à mon sens une formidable source d’inspiration pour nombre de gens, jeunes et moins jeunes, à qui elle donne l’envie de se battre, de former, d’éduquer, de se rebeller. De mettre toutes nos pendules à l’heure de la survie de notre civilisation.
Je fais partie de ces gens, de ces auteurs de romans qu’elle inspire, à qui elle offre un second souffle, une voie nouvelle en nous faisant comprendre que nos racines sont toutes nouées autour du même arbre. Qu’il faut réenchanter, redonner un sens profond à notre vie. Oui, elle m’inspire comme m’inspirent Cyril Dion, Paul Watson, Hubert Reeves, et n’en déplaise à certains, une personnalité aussi controversée que Nicolas Hulot. Tous ces êtres éclairés et éclairants dont notre monde moribond a tant besoin pour ne pas sombrer dans l’abîme, comme le fier Titanic dans les tréfonds de sa vanité.
Les intertitres ont été réalisés par la rédaction

Alles wat de aarde in één jaar kan leveren, is nu al op

zondag 28 juli 2019

EEN BOSSENWET: NATUURLIJK! Greenpeace

Hartelijke groet,
Charlotte van der Tak
Campagneleider Biodiversiteit

''Loslaten is je vuisten van woede openen zodat je nieuwe dingen kunt aanpakken.''


Duidelijker wordt het niet: de klimaatverandering van nu is echt uniek

Duidelijker wordt het niet: de klimaatverandering van nu is echt uniek

Twijfelen of de mens het klimaat wel opwarmt, is nu toch echt een achterhoedegevecht geworden. Een reeks nieuwe analyses, gelijktijdig gepubliceerd in Nature en Nature Geoscience, laat geen spaan heel van het argument dat klimaatverandering van alle tijden is en dus ook best een natuurlijke oorzaak kan hebben. De huidige opwarming verloopt namelijk totaal anders.
Stukken ijs breken af van de Perito Moreno gletsjer in Zuid-Argentinië. ©VKFOTO

1. De huidige opwarming is echt uniek

De wereld is tegenwoordig ongeveer een graad warmer dan anderhalve eeuw geleden, en industriële verbrandingsgassen zijn de voornaamste oorzaak: daarover is de wetenschap het wel zo’n beetje eens. Minder duidelijk is hoe dat zat in voorgaande eeuwen. Ook in de Romeinse tijd en de Middeleeuwen waren er immers warme periodes. Alleen waren er toen nog geen industriële broeikasgassen.
Maar kijk van een afstandje en van die eerdere warmteperiodes blijft weinig overeind. Een internationaal consortium wetenschappers van dertien universiteiten, met de ongewone naam Pages 2K, analyseerde alle beschikbare klimaatgegevens van de laatste tweeduizend jaar. Daaronder directe metingen, maar ook zaken waaraan wetenschappers de temperatuur uit het verleden kunnen aflezen, zoals oude sedimenten, koralen, schelpen, boomringen, antieke lagen ijs, historische archieven en scheepslogboeken.
In de wereldtemperatuur sinds het begin van de jaartelling is een duidelijke piek te zien sinds de tweede helft van de twintigste eeuw. ©a
Het resultaat is een soort hockeystick, met aan het eind een scherpe wip omhoog: het moment, halverwege vorige eeuw, waarop de door de mens verstookte broeikasgassen begonnen door te klinken in het klimaat.
Jawel: een hockeystick. In de klimaatwereld is dat een beladen woord, sinds een eerdere hockeystickgrafiek uit de jaren negentig gebreken bleek te vertonen. Maar de nieuwe hockeystick heeft een steel die duizend jaar verder teruggaat in de tijd tot het jaar nul, en is gebaseerd op honderden van de allerbetrouwbaarste meetreeksen, die met zeven verschillende statistische technieken aan elkaar zijn geweven.
En, het is niet anders: ‘de duidelijkste opwarmende trend op een tijdschaal van twintig jaar of langer treedt op tijdens de tweede helft van de 20ste eeuw’, constateert de groep in vakblad Nature Geoscience. Dat maakt de opwarming die we vandaag zien ‘uitzonderlijk’ en ‘zonder precedent’.
‘Dat is niet nieuw, maar wel een belangrijke synthese van wat we weten’, reageert klimaatwetenschapper Wim Hoek (Universiteit Utrecht), zelf geen deelnemer aan de Pages 2K-groep. ‘Eigenlijk is het beeld: tweeduizend jaar lang gebeurde er niet veel. De Romeinse warme tijd en de middeleeuwse warme periode waren maar kleine hobbeltjes in de wereldtemperatuur. Pas helemaal aan het einde van de grafiek schiet de temperatuur echt omhoog.’

2. De warme tijden van vroeger waren regionaal

Ja, maar wacht eens. Er was een tijd, rond het jaar 1000, dat de Vikingen op Groenland dorpjes stichtten en mensen wijn verbouwden in Engeland. En onder de gletsjers komen soms bossen vandaan die daar al in de Romeinse tijd groeiden.
Rond het jaar 1000 waren de warmte-episodes regionaal. Met de huidige opwarming is dat compleet anders. ©a
Dat klopt. Alleen waren dat altijd regionale warmte-episodes, blijkt uit een tweede analyse, gelijktijdig gepubliceerd in vakblad Nature. Een groep onder Zwitserse leiding zette de klimaatgegevens van de afgelopen tweeduizend jaar uit op de wereldkaart en ontdekte enorme verschillen. Zo drong de Romeinse warme periode pas vijf eeuwen nadat hij in Europa begon door tot de rest van de wereld, en vond de middeleeuwse warmte van de Vikingen en de Britse wijnboeren slechts plaats op 40 procent van de aardbol tegelijk.
Zelfs de ‘kleine ijstijd’, een koele periode tussen ongeveer 1450 en 1850 die vermoedelijk kwam doordat de zon minder actief was, vond niet overal tegelijk plaats. Pas twee eeuwen nadat de Hollandse meesters de koudeperiode hier hadden vereeuwigd in hun beroemde winterlandschappen, drong hij door in Azië en Amerika.
Met de huidige opwarming is dat compleet anders, blijkt uit de nieuwe analyses. Die slaat vanaf midden vorige eeuw overal tegelijk toe, ‘ongekend in ruimtelijke consistentie’, schrijft het team plechtig. Een duidelijke aanwijzing dat de opwarming vanuit de dampkring komt, van alle kanten tegelijk.
‘De vertrouwde uitspraak dat het klimaat altijd verandert is zeker waar’, stelt de Amerikaanse klimaatwetenschapper Scott St. George in een begeleidend commentaar. ‘Maar zelfs als we terugkijken tot de dagen van het Romeinse Rijk, vinden we geen gebeurtenis die ook maar enigszins vergelijkbaar is met de opwarming van de afgelopen decennia.’
Hoe de Romeinse warmte, de middeleeuwse warmte en de hedendaagse opwarming zich verspreidden. De kleuren geven aan in welke eeuw de warmte in kwestie op zijn hoogtepunt was. Duidelijk te zien is hoe de Romeinse en de middeleeuwse warmtes er eeuwen over deden om zich te verspreiden, terwijl de hedendaagse opwarming overal tegelijk toeslaat. ©Nature

3. De modellen doen het best lekker

Nog zo’n bekend refrein onder klimaatsceptici: de klimaatmodellen – computerprogramma’s die het klimaat naspelen – slaan de plank hopeloos mis.
Kort voor het jaar 1300 zat de computer er even naast. De klimaatmodellen voorspelden een wereld van een tiende graad koeler dan hij destijds in werkelijkheid was. ©a
Maar ook hier bieden de berekeningen van het Pages 2K-consortium een ander beeld. De klimaatmodellen die men momenteel gebruikt om de toekomst te schetsen, slagen er uitstekend in het klimaat van het verleden na te bootsen. Het consortium liet de computer het klimaat sinds het jaar 700 naspelen, en ontdekte dat de simulatie de echt gemeten wereldtemperatuur 99,4 tot zelfs 99,9 procent accuraat nadert.
Alleen kort voor het jaar 1300 en vlak na het jaar 1800 zat de computer er even naast: de klimaatmodellen voorspelden een wereld van een tiende graad koeler dan hij destijds in werkelijkheid was. Waarschijnlijk komt dat doordat de klimaatmodellen de verkoelende werking van vulkaanuitbarstingen iets overschatten, neemt het team aan.
Opgeteld bieden de analyses het beeld van een planeet die momenteel een heel nieuwe klimaatkoers inslaat, vindt Hoek. ‘Als je het verleden vergelijkt met het heden, zie je iets wat je eigenlijk alleen ziet bij grote klimaatomslagen, zoals aan het einde van een ijstijd. Een abrupte klap, overal ter wereld tegelijk. Dat laat zien dat er echt wat aan de hand is.’
Waarnemingen (de gekleurde lijntjes) en de modellen (de grijze band), van 700 AD tot het jaar 2000. De groene pieken onderaan zijn vulkaanuitbarstingen die het klimaat altijd wat afkoelen: hoe hoger de piek, des te meer afkoeling.
 

''De schaduw bewijst dat het licht bestaat.''


''Het leven snelt voorbij aan wie in haast reist.''


''Iedereen wil terug naar de natuur… Maar niet te voet.''


woensdag 24 juli 2019

Amnesty roept de Chinese autoriteiten op de familie van Rebiya Kadeer onmiddellijk vrij te laten.

Spoedactie: familie Oeigoerse activist in heropvoedingskamp
In China zitten ongeveer een miljoen mensen uit voornamelijk islamitische etnische minderheidsgroepen opgesloten in ‘heropvoedingskampen’. Daar worden ze hard gestraft en gedwongen om hun geloof en culturele identiteit te verwerpen.
Hele families worden opgepakt en voor onbepaalde tijd in de kampen opgesloten. Zo verdwenen ook 30 familieleden van Rebiya Kadeer, een bekende Oeigoerse mensenrechtenactivist, in zo’n ‘heropvoedingskamp’. Dit in een poging om haar de mond te snoeren.
Amnesty roept de Chinese autoriteiten op de familie van Rebiya Kadeer onmiddellijk vrij te laten.
In de jaren negentig zat Kadeer een gevangenisstraf van 8 jaar uit vanwege haar inzet voor de rechten van de Oeigoeren. Ze woont in de VS. Haar familie zit intussen al 2 jaar gevangen.

''Als het hart glimlacht, straalt de hele dag.''


zondag 21 juli 2019

Boedapest is het Hollywood van Europa

Artsen zonder Grenzen stuurt schip naar Middellandse Zee

Foodwatch / albert heijn


Beste foodwatcher

We zitten vol in de zomer. Dat betekent heerlijk veel verse groente en fruit! Persoonlijk houd ik van dit seizoen, ook om met plezier mijn groente- en fruitconsumptie op te krikken. Ideaal.
Net als steeds meer anderen, let ik altijd op waar mijn eten vandaan komt. Van dichtbij is beter voor het milieu en ook qua pesticiden-resten, komen regionaal geproduceerde groente en fruit beter uit de bus.
Toch was ik weer met stomheid geslagen na het bezoek aan mijn plaatselijke super...



Peultjes uit Zimbabwe, boontjes uit Peru, serieus AH?


Midden in het Hollandse oogstseizoen gaf het koelvak bij Albert Heijn een tropische aanblik:
* peultjes uit Zimbabwe
* boontjes uit Peru en Marokko
* broccoli uit Kenia
* asperges uit Peru
Patrick Janssen, associate professor in Wageningen, ging ook een kijkje nemen in het schap en vulde via Twitter aan:
"...nieuwe aardappelen uit Israël, uien uit Egypte, sperziebonen uit Kenya, asperges uit Peru etc uitwassen van vrijhandel..."
De aardappelen uit Israël waren zelfs biologisch. Als je zoals AH dit typisch Hollandse product uit andere werelddelen gaat halen dan snap je niks van het biologische gedachtengoed. Vrachtwagens, boten en vliegtuigen zijn nu eenmaal niet biologisch. En al die extra kilometers zijn een aanslag op het milieu. Of zoals Janssen het verwoorde:
"Wie zoals Albert Heijn míddenin de zomer biologische pompoenen aanbiedt - uit Nieuw Zeeland en Argentinië - snapt het niet óf heeft geen moreel kompas."
En laat me duidelijk zijn: dit gaat niet alleen zo bij Albert Heijn.
Vorig jaar wonnen we klachtenprocedures tegen AH en Jumbo over het op grote schaal verkeerd vermelden van land van herkomst in het winkelschap. Dat stond bijvoorbeeld op het schap dat de paprika uit Nederland kwam maar op de verpakking bleek de herkomst Israël.
Albert Heijn reageerde boos op onze kritiek want ze deden dit per ongeluk, niet expres. Dat kan zo zijn maar dat is dan pure desinteresse van supermarkten in duurzaamheid en jouw recht als consument om rekening te houden met de herkomst van je groenten. 
Dat zie je ook aan het feit dat ze deze belangrijke informatie wegmoffelen in de kleine lettertjes in een hoekje van de verpakking. Ook ik kom er af en toe pas thuis achter dat mijn groente uit een ander werelddeel komt, het is vaak amper te zien. Of de foutieve informatie op het winkelschap heeft me op het verkeerde been gezet.
Ja, Albert Heijn en consorten, desinteresse in consumentenrechten is evengoed laakbaar. We zullen dit probleem blijven aankaarten.
Want dit soort dingen onstaan bij de gratie van onwetendheid en lossen op als de schijnwerpers erop gericht staan. Wij hebben alvast wat (spaar)lampen ingekocht...



Met vriendelijke groet,
Uitwassen van de vrijhandel.


Wordt dit bericht niet goed weergegeven? Klik dan hier
Logo Foodwatch

Iran is meedogenloos hard / Amnesty International