dinsdag 22 augustus 2017

Jeanne Moreau

Jeanne Moreau, l'album de ses photos culteJeanne Moreau, l'album de ses photos cultesJeanne Moreau, l'album de ses photos cultes

Het geheim van de gillende geraamte Rindert Kromhout


Het geheim van de gillende geraamte
Rindert Kromhout
Griezelverhaal in de 'Geheim'-serie. Vervolg op 'Het geheim van de afgebeten vingers'. Luuk leest een verhaal over een beroemd Romeins beeld, dat je vingers afbijt als je liegt. Als hij met zijn ouders in Rome is, gaat hij midden in de nacht naar het beeld De Mond van de Waarheid.

dinsdag 15 augustus 2017

Italië start onderzoek naar Artsen zonder Grenzen om reddingsacties

Italië onderzoekt Artsen zonder Grenzen vanwege bootvluchtelingen Woensdag nam Italië een onder Nederlandse vlag varend schip van de Duitse organisatie Jugend Rettet in beslag omdat de organisatie illegale migratie zou bevorderen. Artsen zonder Grenzen weigert net als Jugend Rettet een gedragscode te ondertekenen over het redden van migranten en is nu onderwerp van onderzoek van de Italiaanse justitie.

Mijd de file: ga zwemmend naar je werk / Trouw



Mijd de file: ga zwemmend naar je werk
Om de files te ontlopen zwemt de 40-jarige Münchenaar Benjamin David de bijna tweeënhalve kilometer naar zijn werk, onderweg genietend van de rust en het uitzicht.

donderdag 3 augustus 2017

Weg met die bureaustoel, het sta-bureau rukt op / Trouw

Cholera in Yemen / Artsen zonder grenzen

Lange dagen In Jemen is een bikkelharde oorlog gaande. Nu is er ook nog een cholera-epidemie uitgebroken, die zich razendsnel verspreidt. We doen wat we kunnen om de mensen in Jemen bij te staan. Onze arts Kariantti vertelt over lange dagen in het ziekenhuis.Artsen Zonder Grenzen

Sire-campagne doet jongens tekort en moedigt stereotiep gedrag aan / Trouw

Opinie  Jens van Tricht en Hanneke Felten– 7:00, 1 augustus 2017
 Stereotypering door Sire is schadelijk

Met zijn stereotiepe boodschap draait Sire 100 jaar vrouwenemancipatie terug en doet jongens tekort, waarschuwen  Emancipator-directeur Jens van Tricht en Movisie-projectleider Hanneke Felten.
Sire lanceerde vorige week de nieuwe campagne ‘Laat jij jouw jongen genoeg jongen zijn?’ De boodschap is dat jongens stoer en druk moeten kunnen doen. En opvoeders moeten daar veel ruimte voor bieden. De kans is groot dat de campagne het omgekeerde effect heeft: jongens krijgen door de campagne mogelijk minder ruimte om zichzelf te zijn. Dat ook meisjes graag buiten ravotten raakt buiten beeld.
Stel je eens deze campagne voor: ‘Laat jij jouw meisje genoeg meisje zijn?’ In het filmpje zie je meisjes ‘tutten’ met poppen en make-up. Rustig zitten ze te punniken, te haken en te breien. Als klap op de vuurpijl kan ieder meisje een zacht zoemend stofzuigertje winnen om haar vrouwelijkheid alle ruimte te geven. Doel van de campagne is dat alle Nederlandse opvoeders zich gaan afvragen of ze meisjes wel genoeg stimuleren om zich als een écht meisje te ontplooien.
Onvoorstelbaar natuurlijk zo’n campagne. Want zo draaien we honderd jaar vrouwenemancipatie terug. Meisjes brengen we terug naar de poppenhoek, daarna naar de huishoudschool, en dan zetten we ze achter het aanrecht. Mede dankzij die vrouwenemancipatie is er tegenwoordig ruimte voor jongens en mannen om zich te bevrijden van het keurslijf van mannelijkheid. In plaats van jongens te pushen om een ‘échte jongen’ te zijn, moeten we ophouden met invullen wat het voor jongens betekent om zichzelf te zijn.

Stap achteruit

Onze organisaties zijn er twee van vele die door lokale, nationale en zelfs internationale overheden betaald worden om emancipatie te bevorderen en gender-stereotypen tegen te gaan. De meer dan twintig organisaties die dit stuk mede onderschrijven ervaren de Sire-campagne als flinke stap achteruit.
Heeft Sire dan geen gelijk dat veel jongens graag willen stoeien en ‘rouwdouwen’? Jawel. Maar elke voetballiefhebber ervaart deze zomer bij het EK vrouwenvoetbal dat ook veel vrouwen behoefte hebben aan beweging en ‘ruw’ spel. Daarvoor moet ruimte zijn, voor jongens én voor meisjes en iedereen daar tussenin.
Psycholoog en professor Cordelia Fine constateerde al in Trouw dat de verschillen tussen jongens en meisjes veel kleiner zijn dan vaak wordt gedacht. Stapels wetenschappelijke studies tonen aan dat wanneer je meisjes en jongens sekse-stereotiepe beelden biedt, zij zich zo gaan gedragen. Als deze stereotypen niet worden gehanteerd, lijkt het gedrag en de prestaties van jongens en meisjes veel meer op elkaar. De Sire-campagne moedigt sekse-stereotiep gedrag aan en daardoor krijgen jongens nóg minder ruimte om zichzelf te zijn.
In de 21ste eeuw speelt juist een heel ander probleem dan wat Sire wil aanpakken. Jongens krijgen voortdurend te horen dat het zo belangrijk is dat ze wel écht mannelijk zijn, dat ze een echte man worden. Dankzij scheldwoorden als ‘homo’ en ‘mietje’ krijgen jongens elke dag ingepeperd hoe ze zich wel en vooral ook niet horen te gedragen. Voldoen ze niet aan de norm van ‘stoer’ en ‘mannelijk’, dan worden ze vaker gepest, zo blijkt uit onderzoek van onder anderen Gabriël van Beusekom. Gedraagt een jongen zich ‘vrouwelijk’, dan wordt dit keihard afgestraft door zijn leeftijdgenoten en soms ook nog eens door volwassenen.

Hardnekkige mythes

De boodschap aan jongens is dus: doe vooral niet wat vrouwen doen. Als vrouwen voor anderen zorgen, doe dat dan niet. Als meisjes hun best doen op school, dan doe jij dat dus niet. Als we het welzijn en de schoolprestaties van jongens willen verbeteren moeten we ons gaan baseren op wetenschappelijke feiten in plaats van op hardnekkige mythes over mannen en vrouwen. De campagne van Sire is een klassiek voorbeeld van hoe het niet moet.
Mede namens maatschappelijke organisaties en experts over gender en mannelijkheid:
Art.1 Midden Nederland, Atria Kennisinstituut, Clara Wichmann Instituut, COC Nederland, Plan Nederland, Nederlandse Vrouwen Raad, UN Women Nationaal Comité Nederland, Consultancy Virma Durinck, Doetank PEER, Dutch Gender Platform WO=MEN, EduDivers, , Ouders Online, PEP Den Haag, , Rutgers Kenniscentrum Seksualiteit, Sardes, Stichting Maruf, Stichting NNID, The Hang-Out 010, The Hang-Out 070, Tumba Kenniscentrum, , VHTO, Women Inc, Hans Faddegon, Jop de Vrieze, Maxim Februari, Mounir Samuel, Nico van Oosten en Rikkert van Huisstede. 
Lees ook... 
... hoe pedagoog Pedro De Bruyckere de mythes ontkracht uit het veelbesproken 'jongensspotje' van Sire.
... of Nederlandse jongens eigenlijk wel een probleem hebben. Een rondje langs de velden. 
... of er een verschil is tussen jongens en meisjes in het klimbos in Garderen

De biografie van Michelle Obama laat zien dat ze een gedroomde presidentskandidaat is / Trouw

De biografie van Michelle Obama laat zien dat ze een gedroomde presidentskandidaat is
Co Welgraven
Recensie
Ze wil er zelf niet aan, maar ze lijkt de gedroomde kandidaat voor de Democraten.
Een van de venijnigste aanvallen die Donald Trump vorig jaar tijdens de verkiezingscampagne te verduren kreeg, was afkomstig van Michelle Obama. Zonder zijn naam ook maar één keer in de mond te nemen, hekelde de First Lady op indrukwekkende wijze Trumps denigrerende opmerkingen over vrouwen die de Republikeinse kandidaat naar eigen zeggen graag ‘bij hun pussy mocht grijpen’.
Tegenover de vulgaire en negatieve taal van Trump, ook op andere fronten, zette Obama een inspirerende, positieve boodschap. Ze prees haar partijgenoot Hillary Clinton die juist opkwam voor vrouwen, en die als geen ander in staat was het land te verenigen in plaats van te verdelen, zoals Trump en de Republikeinen in haar ogen deden: “When they go low, we go high.”
De toespraak werd bejubeld: in oratorisch opzicht had Michelle haar man misschien wel overtroffen. Zou zij bij de volgende verkiezingen niet de perfecte presidentskandidaat voor de Democraten zijn? Ze heeft deze optie zelf al ferm van de hand gewezen: acht jaar in de spotlights van het Witte Huis is wel genoeg geweest. Deze opzienbarende episode komt slechts summier aan de orde aan het eind van de boeiende biografie van Michelle Obama (53), van de hand van de Amerikaanse journalist en hoogleraar Peter Slevin. Het staat beschreven in het slothoofdstuk ‘Epiloog bij de Nederlandse editie’. Zo krijgt de vertaling die deze maand op de markt komt nog een enigszins actueel tintje. De oorspronkelijke Amerikaanse editie is namelijk al van 2015.

De haat in Chicago

De biografie gaat voor twee derde over de tijd dat Michelle nog niet ‘de meest onwaarschijnlijke First Lady’ was. Slevin staat uitgebreid stil bij haar afkomst en jeugd in Chicago, de stad waarheen haar voorouders uit het diepe zuiden van de Verenigde Staten waren verhuisd. Het was en is geen gemakkelijke plek voor Afro-Amerikanen, die er ruim een derde van de bevolking uitmaken. De zwarte leider Martin Luther King zei ooit dat hij nergens in de VS zoveel haat had ervaren als in Chicago.
Peter Slevin was jarenlang stadsverslaggever van de Washington Post in Chicago, de thuishaven van de Obama’s. Als politiek redacteur in Washington heeft hij de eerste stappen van Barack Obama in de politiek verslagen; sindsdien volgt hij ook de carrière van diens echtgenote. Bovendien doceert hij als hoogleraar journalistiek over de moeizame verhouding tussen de politie en de zwarte gemeenschap in de VS. Kortom, de man weet waarover hij praat.

Racisme

Tijdens haar studie en ook in haar werk daarna heeft Michelle Obama vaak te maken gehad met racisme. De (blanke) moeder van haar slapie op de universiteitscampus eiste een andere kamer voor haar dochter. Als First Lady zei ze dat ze nu woonde in een huis dat ooit gebouwd was door slaven. Maar keer op keer hamerde ze erop dat Barack en zij er niet alleen waren voor de zwarte Amerikanen, maar voor álle landgenoten, van welke huidskleur dan ook.
Peter Slevin is duidelijk onder de indruk van Michelle Obama, een hagiografie is het boek echter niet, de auteur weet genoeg kritische opmerkingen te plaatsen. In de ‘Nederlandse epiloog’ toont hij zich ontgoocheld over ‘de graaierij’ van de Obama’s die een slordige zestig miljoen dollar krijgen voor hun memoires. Daar zal ook wel een persoonlijke frustratie bij meespelen: Slevin heeft voor deze biografie met tientallen mensen gesproken: vrienden, familieleden en collega’s van Michelle, maar niet met de hoofdpersoon die dus andere prioriteiten heeft en liever zelf met haar levensverhaal naar buiten komt. Tja, het zijn net mensen, die Obama’s.
De Nederlandse vertaling is vriendelijk gezegd niet geweldig. Wie het Engels machtig is, kan beter de originele Amerikaanse uitgave lezen.
Michelle Obama: De biografieVertaling: Marianne Kerkhof e.a.Het Spectrum448 blz. € 22,50

Jeanne Moreau (1928-2017) werd nooit een saaie grootmoeder / Trouw

Jeanne Moreau (1928-2017) werd nooit een saaie grootmoeder
Belinda van de Graaf


Interview
Jeanne Moreau, die vandaag op 89-jarige leeftijd overleed, was een van de belangrijkste filmactrices van de Franse 'Nouvelle vague'. Ze maakte tot op hoge leeftijd nog films. In 2005 sprak Trouw haar, naar aanleiding van een retrospectief die destijds in het Filmmuseum te zien was. 
Ruim een halve eeuw staat Jeanne Moreau nu in de schijnwerpers als actrice, maar voorlopig kan ze er nog geen genoeg van krijgen. Met de jonge Franse regisseur François Ozon voltooide ze onlangs haar nieuwste film, 'Le Temps Qui Reste' (De Resterende Tijd), waarin ze bij hoge uitzondering te zien is als grootmoeder. Een rol waar ze lang over na moest denken.
”Ik heb de laatste tijd veel rollen moeten weigeren. Ik heb geen zin om grootmoeders te spelen. Dat is me te saai, en te clichématig”, vertelt ze, stellig. Voor François Ozon, regisseur van de instant-klassieker 'Sous le Sable', wilde ze wel een uitzondering maken. ”Bij het zien van Ozons eerste korte films, jaren geleden, wist ik al dat hier een nieuw talent was opgestaan. Ik wist dat ik bij hem niet hoefde te vrezen voor een rol als betweterig besje, en ik hoefde ook niet achter het fornuis te staan of ruzie te maken met mijn schoondochter over de opvoeding van de kleinkinderen. Ozon herinnert me aan Fassbinder, voor wie ik ooit een hoerenmadam speelde in zijn zwanenzang 'Querelle' (1982). Fassbinder was een begenadigd vrouwenregisseur van wie ik zielsveel hield. Ozon heeft iets van zijn sensitiviteit.”
”Merde!” Moreau vloekt eens flink over alle onbenullige rollen die ze op haar oude dag krijgt aangeboden, en die ze steevast weigert, met bijgeleverde verklaring. Ze kan zeer direct zijn. Jeanne Moreau verwierf in Frankrijk de bijnaam 'La belle dame sans merci', de genadeloze mooie dame.

Brave besjes

Ze heeft op het Filmfestival van Cannes enkele journalisten uitgenodigd voor een gesprek. En vertelt eerst over haar eigen grootmoeders, ook geen brave besjes. ”Mijn grootmoeder van moeders zijde was een forse Ierse tante die in een fabriek werkte, en geen blad voor de mond nam. Ze stond dicht bij de aarde, kende alle roddels in het dorp, en wist precies wie het met wie deed. Zij heeft me als meisje alles verteld wat ik moest weten. Mijn grootmoeder van vaders zijde was een Française, iets minder origineel dan mijn Ierse grootmoeder, maar ook een harde kegel. Als ik als meisje vloekte, dan riep ze de straf van God over me af.”
Als je de lange carrière van Moreau overziet, wordt duidelijk dat ze zich aan conventionele vrouwenrollen nooit veel gelegen heeft laten liggen.
In Louis Malle's 'Les Amants' speelde Moreau een echtgenote en moeder die huis en haard verliet voor een jongere minnaar. Het was 1958, en de film veroorzaakte een groot schandaal. In een aantal Amerikaanse staten werd 'Les Amants' (De geliefden) zelfs uit de bioscopen geweerd. Moreau's optreden werd als amoreel beschouwd, een gevaar voor de goede zeden.

Nouvelle vague

In hetzelfde jaar, 1958, was Moreau te zien geweest in Louis Malle's regiedebuut 'Ascenseur pour l'Échafaud' (Lift naar het schavot), de film die als blauwdruk zou dienen voor de aanstormende regisseurs van de 'Nouvelle Vague'.
We zien Moreau door de straten van Parijs lopen. Ze is alleen. Terneergeslagen. Haar minnaar is niet komen opdagen. Er is iets gebeurd, maar ze weet niet wat. Aan het begin van de avond heeft ze hem nog gesproken, en 'Je t'aime' door de telefoon gefluisterd. Hij zou op pad gaan om haar echtgenoot te doden.
Daarna zouden ze samen verdwijnen. Op Moreau's gezicht valt alles te lezen. Onbegrip, moedeloosheid, toenemende vertwijfeling.
Met Louis Malle's 'Ascenseur pour l'Échafaud' beleefde Jeanne Moreau haar grote doorbraak. Ze was dertig jaar, en al een gevierd theateractrice. Bioscoopgangers kenden haar uit een aantal Franse B-films, overwegend thrillers of gangsterfilms, zoals Jacques Beckers 'Touchez pas au Grisbi' (1953), waarin Jean Gabin de hoofdrol speelde als gangster, en Jeanne Moreau een bijrol als gangsterliefje.

Keerpunt

'Ascenseur pour l'Échafaud' betekende een keerpunt. De film was evenals vele andere films gebaseerd op een pulproman met een thrillermotief, maar Louis Malle had met een paar stilistische ingrepen iets nieuws weten te scheppen. 
De camera was van het statief gehaald, en op de schouder genomen. Moreau was - tegen de regels in - gefilmd zonder make-up, en zonder kunstlicht. In een zwart mantelpakje met wit kraagje en op pumps dwaalde ze door nachtelijk Parijs, overgeleverd aan het schaduwspel van de schaars verlichte Champs Elysées, en de huilende trompet van Miles Davis die speciaal voor deze film een geïmproviseerde en inmiddels legendarische jazz-compositie maakte. Centraal stond in die beroemde speelfilm niet Moreau's lichaam, maar haar gezicht. Ze was geen koude, klassieke schoonheid à la Catherine Deneuve, geen seksbom à la Brigitte Bardot, geen jongensachtig meisje met kortgeknipte haren en platte schoentjes à la Jean Seberg, ook geen langbenig, broodmager Twiggy-type à la Anna Karina. Wat Moreau uitstraalde was een prettige mix van sensualiteit en intelligentie. Haar beroemde volle lippen, in een duidelijke krul naar beneden gebogen, zouden ook van een klein verwend meisje kunnen zijn.
Europese topregisseurs als Louis Malle, François Truffaut, Michelangelo Antonioni, Luis Buñuel, Rainer Werner Fassbinder, Theo Angelopoulos en nu ook François Ozon vielen als een blok voor haar. 
Met deze filmmakers zocht ze de grenzen op, als de vrouw die niet kan kiezen tussen twee gelieven, en uiteindelijk met allebei op stap gaat, in een vrolijke menage-à-trois waarin de tragedie om de hoek loert (Truffauts 'Jules et Jim', 1962). Samen met Marcello Mastroianni gaf ze het uitgebluste huwelijk vorm (Antonioni's 'La Notte', 1960). En samen met Brigitte Bardot gaf ze een striptease weg in wat je een vrolijke, vrouwelijke buddy-film zou kunnen noemen (Malle's 'Viva Maria!', 1965). Moreau gaf in de jaren zestig en zeventig de veranderende maatschappij vorm in de rol van de moderne, vrijgevochten vrouw. Ze verbond zich aan de literatuur van Jean Genet (door haar rol in Fassbinders 'Querelle'), Franz Kafka (door haar optreden in Orson Welles' 'The Trial', 1962) en vooral Marguerite Duras, de eigenzinnige Franse schrijfster die steeds weer terugkeert in haar leven en haar films. Zo was ze te zien in een verfilming van Duras' studie naar verveling en doodsdrift (Peter Brooks 'Moderato Cantabile', 1960) en werd door Duras zelf geregisseerd in 'Nathalie Granger' (1972). Om de Franse schrijfster te vertolken in 'Cet Amour-La' (2001) mocht ze gewoon zichzelf zijn, geen pruiken, geen gedoe: een kleine, frêle verschijning met het stemgeluid van een bulldozer.

Champagne, witte wijn, brandy

Moreau ziet er op 77-jarige leeftijd uit als een fijne oude dame. Witte zijden blouse, ringen als bloemen om haar vingers. Dit is de vrouw die gekleed werd door de Franse topontwerper Pierre Cardin, en die ook buiten de filmcoulissen een innige relatie met hem had, zoals met zoveel andere mannen. Moreau: ”Als ik champagne drink, dan denk ik aan François Truffaut. Witte wijn, dat is Jean Renoir. En brandy gecombineerd met de geur van sigaren, dat is Orson Welles.”
Moreau steekt opnieuw een sigaret op, en schraapt haar keel. En na een kleine pauze is daar weer die diepe, doorrookte stem waarmee ze in tal van films zoveel indruk maakte. Moreau heeft gedronken, gerookt en gevreeën als een matroos. Roken doet ze nog steeds als een ketter, ook als ze in Californië is, want, zo verklaart Moreau vrolijk: ”Ik moet Bette Davis, Greta Garbo en Marlene Dietrich toch een beetje in ere houden.” Bovendien, zo vervolgt de diva, ”een sigaret met lipstick, dat is toch een geweldige clou!”
Voor haar nieuwste filmproject werkt ze samen met een van de meest controversiële Franse regisseurs van dit moment, precies zoals een halve eeuw geleden, toen de meest spraakmakende filmmakers aan haar voeten lagen. Na François Ozons 'Le Temps Qui Reste' zal Moreau te zien zijn in 'La Vieille Maitresse' van Catherine Breillat, naar een roman van Jules-Amédée Barbey d'Aurevilly, de als anti-feministisch bekendstaande schrijver die ervan overtuigd was dat in de vrouw de duivel huisde. Een saaie grootmoeder zal Moreau nooit worden.
Lees ook: Jeanne Moreau gaf vorm aan het veranderende Frankrijk

woensdag 2 augustus 2017

VOC-kooplieden ruilden deze week 350 jaar geleden het latere New York tegen een van de Banda-eilanden. Het was de meest felbegeerde plek op aarde: alleen daar groeide nootmuskaat.


Volkskrant

De geschiedenis van nootmuskaat
Toen Jan Pieterszoon Coen op 13 januari 1621 vanuit Jakarta naar de Banda eilanden voer, woonden er ruim 15.000 mensen op de verschillende eilanden. Toen Coen een jaar later vertrok – de nootmuskaat en foelie voor Hollandse handen veilig gesteld – waren dat er nog geen duizend. De geschiedenis van een bruin rond nootje is een tragische.
Het tragische van het nootje zit ’m niet zozeer in de voor 21-eeuwers onbegrijpelijke ruil van Nieuw Amsterdam voor het eiland Run (deze week 350 jaar geleden), maar in de genocide van een bevolking. Die begon in 1599 toen de inwoners van Banda de oranje-blanje-bleu vlaggen op zich af zagen komen, maar ook in de eerste executies waarbij niet alleen het hoofd van opstandige bewoners werd afgehakt, maar voor de zekerheid de lichamen werden gevierendeeld. Zelf na de huishouding van Coen vielen er nog slachtoffers. Aan genade deden de Hollanders niet in die tijd.
Wel deden ze aan het invoeren van slaven vanaf 1628. ‘De VOC was niet kieskeurig geweest in de keuze van de nieuwe bewoners. Bannelingen, veroordeelden en vrouwen van niet onomstreden reputatie vestigden zich op Banda, aangevuld met Chinezen, Japanners, en later, Arabieren.’ Slaven moesten het werk opknappen ‘en voor zichzelf bouwden ze riante paleisjes in Neira-stad’, schrijft Willem Oosterbeek in Nootmuskaat.
De definitieve afschaffing van het Hollandse monopolie kwam er in 1873. Dat was niet uit nobele overwegingen, maar omdat aardbevingen en andere natuurrampen de eilanden hadden geteisterd. De Nederlanders, maar ook de Britten, hadden voor de zekerheid alvast elders nootmuskaatplantages neergezet. De noot werd minder waard en inmiddels biedt een rondgang langs de plantages een ‘treurige aanblik’. Oosterbeek: ‘Alleen de mythe blijft nog bestaan. Het Banda waar het goud aan de bomen groeide’. Er is een nieuwe mythe voor teruggekomen: in cola zou zowel nootmuskaat als foelie zitten, ‘een mythe die de Bandanezen zelf niks oplevert’.

Willem Oosterbeek: Nootmuskaat. De geschiedenis van een wonderbaarlijk nootje. Athneaeum – Polak & van Gennep. 168 blz. € 15,–