woensdag 14 september 2022

Jean-Luc Godard

In memoriamCinema

Filmrevolutionair Jean-Luc Godard (1930-2022) was een beeldenstormer en legende van de moderne cinema

Jean-Luc Godard in 2002.  Beeld ANP / EPA
Jean-Luc Godard in 2002.Beeld ANP / EPA

Hij leefde al jaren teruggetrokken aan het meer van Genève, maar in de jaren zestig groeide Jean-Luc Godard uit tot een van de grootste vernieuwers van de 20ste-eeuwse film. Dinsdag overleed hij op 91-jarige leeftijd.

Ronald Rovers

Jean-Luc Godard was een van de titanen van de 20ste-eeuwse cinema met een monumentale filmografie van meer dan 100 films en een carrière van zeker 60 jaar. In 1960 bestormde hij het wereldpodium met À bout de souffle, een film die op dat moment zo volstrekt eigenzinnig in stijl was, zo zelfbewust en cool, dat de filmwereld op z’n grondvesten schudde. Godard was van de ene op de andere dag een rockster-filmmaker én een intellectueel, zoals niemand die twee dingen tegenwoordig nog kan combineren. Hij had felle, uitgesproken meningen over alles wat met politiek, oorlog en Frankrijk te maken had en vond dat cinema een beslissende rol in die discussies had. Vóór en na Godard heeft geen enkele Franse filmmaker zoveel invloed op cinema gehad.

Godard had helemaal niets met de commercialisering van cinema en de daaruit volgende neiging om alles voor de massa te maken. Die houding werd pas echt duidelijk nadat Godard halverwege de jaren zestig door het volgens hem imperialistische debacle van de Vietnamoorlog steeds meer naar links bewoog. In 1968 riepen hij en andere Franse filmmakers op het filmfestival van Cannes stop te zetten omdat de politie in Parijs hard had ingegrepen bij studentenprotesten. Hun oproep kreeg dusdanig navolging, onder meer van filmmakers Roman Polanski en Louis Malle die zich teruggetrokken uit de internationale jury, dat het festival werd stilgelegd.

Geen spoor van postmoderne ironie

Godard was van het type modernistische kunstenaar waarvan er nog maar weinig in leven zijn. Wat wil dat zeggen? Dat kunst en met name cinema volgens hem in staat waren om de wereld te veranderen. Bij Godard vind je dan ook geen spoor van postmoderne ironie, in die zin is hij altijd streng in de leer gebleven, maar juist een woest artistiek temperament dat de kunst bloedserieus nam.

Het is dát temperament dat in 1960 de cinema van de ene op de andere dag 100 jaar jonger maakte, zoals Le Monde bij Godards overlijden schreef. Niet het eenvoudige plotje over een stel vrijbuiters was daar de reden van, maar de energie van die film. Daar zat de grote vernieuwing, in het gevoel van vrijheid dat de film ademde. Dankzij de vernieuwende manier van monteren, dankzij de lage productiekosten en de improvisatie die dat met zich meebracht, maar vooral dankzij het idee dat cinema geen sprookjes moest vertellen maar van de straat moest zijn. Dat films de energie van het leven zelf moesten laten zien.

Daarmee had Godard eind jaren vijftig, begin jaren zestig dus met twee handen de tijdgeest te pakken en dat aura van een visionair is hij nooit verloren. Een nieuwe cinema van een nieuwe generatie die niet kon wachten om de boel in Frankrijk te veranderen. Weg met de ‘cinéma de papa’, zoals de vernieuwers van de nouvelle vague de naoorlogse, artistiek conservatieve films van de generatie voor hen noemde. À bout de souffle belichaamde de nieuwe stilistische en politieke idealen van deze beeldenstormers het best en daarom is men Godard altijd als de voorman van de nouvelle vague blijven zien, ook al verscheen François Truffauts Les quatre cents coups een jaar eerder.

Rauwe reflectie van het leven

Het is misschien niet chic om uit een andere necrologie te citeren, opnieuw die uit Le Monde. Maar zoals de Fransen dat doen, schrijven we hier geen necrologieën. Daarom hier toch hun woorden. “(Godard was...) een uitvinder van schoonheid zoals er geen andere was, een provocatief genie en een furieuze zelfdestructieve persoonlijkheid. Hij deelde net zoveel klappen uit als hij incasseerde. Als een filmmaker die zowel geliefd als gehaat was, eiste Godard dat hij net zo hoog op het kruis van de getormenteerde goden van de moderne cinema gehesen werd als Michelangelo Antonioni en Ingmar Bergman. Beiden stierven vóór Godard, op dezelfde dag: 30 juli 2007. Deze drie filmiconen graveerden de moderne odyssee van de turbulente liefde en de pijn van geliefden in het licht ontvlambare marmer van celluloid.”

Godards betekenis voor de film kan niet overschat worden. Het is tragisch dat we met zijn dood waarschijnlijk ook definitief een bepaald ideaal van cinema kunnen begraven: dat van film als een waarachtige, rauwe reflectie van het leven waarin volop geëxperimenteerd kan worden. Ook al moet je nooit nooit zeggen. Wie weet welke nieuwe generatie er de komende decennia opstaat.

Lees ook:

Filmrecensie van Le Bonheur: Gelukkig zijn tot je erbij neervalt

Agnès Varda maakte de eerste film van de beroemde Franse filmstroming nouvelle vague, maar het waren Jean-Luc Godard en François Truffaut die er een paar jaar later met de eer vandoor gingen en als pioniers werden beschouwd.

 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten