maandag 6 april 2020

Bob Dylan geeft zijn fans een gloednieuw nummer, waarin hij opmerkelijk open is over zijn invloeden

Pop

Murder Most Foul klinkt als een afscheid.
Bob Dylan in 1962, een jaar voor de 'donkere dag in Dallas'. ©Michael Ochs Archives
Een week geleden, het was hier even na 6 uur in de ochtend, bedankt de bijna 79-jarige Bob Dylan zijn volgers op Twitters voor hun steun. Aan het bericht zat een bijna 17 minuten durend, nieuw nummer, dat Dylan 'enige tijd geleden' zou hebben opgenomen.
Murder Most Foul heet het en je hoort de zanger erop zoals je hem eigenlijk zelden hoort. Berustend, ingetogen, duidelijk articulerend. De begeleiding is al even stemmig, een motief op piano, altviool, bas en, na twee minuten, voorzichtig slagwerk. Melodisch zit er 17 minuten lang geen ontwikkeling in, maar Dylans voordracht krijgt daardoor iets hypnotiserends.
Vanaf de eerste regel, over een 'donkere dag in Dallas, november 1963', onderga je Dylans woordenstroom. Die begint met de moord op John F. Kennedy om via bespiegelingen over het einde der tijden uit te monden in een opsomming van verzoekplaten aan Wolfman Jack, een beroemde dj uit de jaren zestig. Die verzoekjes lopen van jazzgrootheden (Stan Getz, Art Pepper, Thelonious Monk) tot een countryicoon als Patsy Cline en popfenomenen als The Eagles en Fleetwood Mac.
Luttele uren na de uitbreng van het nummer verschenen de eerste playlists met liedjes waaraan Dylan al dan niet cryptisch refereert. Dat zijn er een stuk of 75 en geen ervan is jonger dan 40 - ervan uitgaande dat hij met Cry Me a River naar Julie London of Ella Fitzgerald verwijst en niet naar Justin Timberlake.
Het is een mooie, maar voor Dylan-kenners weinig verrassende lijst. Wie zijn radioshows heeft gevolgd, Theme Time Radio Hour, weet dat in deze oude folk, jazz en country zijn grote muzikale liefde ligt.
Bob Dylan vertelt zelden iets over zichzelf, en al helemaal niet in zijn liedjes. Waarom geeft hij nu zo veel van zijn voorkeuren prijs? En koppelt hij die ook nog eens aan de aanslag op JFK? Die gebeurtenis neemt een beladen plek in in de biografie van Dylan. Hij zou zich er vlak na de moord onhandig over uitlaten, door te stellen dat hij zich wel herkende in schutter Lee Harvey Oswald.
Dylan heeft er in het openbaar nooit meer iets over gezegd. Wat inmiddels duidelijk is, is dat Dylan vlak na november 1963 gedichten schreef over de moord waarvan hij er één zou bewerken tot een van zijn bekendere nummers, Chimes of Freedom. Verder kwam Kennedy in Dylans werk amper voor, zoals eigenlijk veel van de jaren zestig in zijn muziek onbesproken blijven.
Tot nu dan. Want ook The Beatles ('They're gonna hold your hand'), rockopera Tommy, alsmede de festivals Woodstock en Altamont worden in zijn nieuwe nummer aangestipt. De man die zich op het hoogtepunt van de tegencultuur na een vermeend motorongeluk uit de popmuziek terugtrok, rept eigenlijk voor het eerst expliciet over de jaren zestig.
Een periode waarin de Antichrist komende was: 'I said the soul of a nation been torn away/ And it's beginning to go into a slow decay/ And that it's thirty-six hours past Judgment Day (...) Play me a song, Mr. Wolfman Jack.'
Het einde der tijden is nabij, laat de muziek maar komen. De opsomming van Dylan doet een beetje denken aan die van Woody Allen aan het slot van Manhattan (1979), als hij opsomt wat voor hem het leven nog de moeite waard maakt.
Voelt Bob Dylan zijn eigen einde naderen en is dat de reden dat hij Murder Most Foul juist nu wilde uitbrengen, los van de gebruikelijke albumplannen, omdat het anders te laat is? Het is niet te hopen natuurlijk, maar de korte toelichting bij dit geschenk aan zijn fans is ook te lezen als een soort afscheid. Zijn 'greetings to my fans and followers' zou ook een laatste groet kunnen zijn.
'Stay safe, stay observant and may God be with you.' Of zoals hij zelf zingt in het laatste couplet van Murder Most Foul: 'Play darkness and death will come when it comes.'
------

Geen opmerkingen:

Een reactie posten