zondag 15 september 2019

Dit is het verband tussen de klimaatcrisis en migratie / Naomi Klein


Dit is het verband tussen de klimaatcrisis en migratie


Naomi Klein (1970) werd in 1999 beroemd met ‘No Logo’, over multinationals. ‘Brand!’, waaruit dit essay afkomstig is, is het vijfde in het Nederlands vertaalde boek van de Canadese auteur.

 Een voorpublicatie.

 In Christchurch (Nieuw-Zeeland) begon de schoolstaking voor het klimaat op vrijwel dezelfde manier als in veel andere steden en plaatsen: midden op de dag stroomden lawaaischoppende scholieren hun scholen uit met borden waarop een nieuw tijdperk voor klimaatactie werd geëist. Er waren scholieren van alle leeftijden, en van één Maorischool waren zelfs alle leerlingen de straat opgegaan om te staken. ‘Ik was ontzettend trots op heel Christchurch,’ zei een van de organisatoren, de zeventienjarige Mia Sutherland, tegen me. ‘Al deze mensen waren zo moedig. Het is niet niks om te gaan staken.’
Sutherland, een buitenmeisje, begon zich zorgen te maken over de ontwrichting van het klimaat toen ze besefte wat de invloed daarvan zou zijn op de natuur waar ze zo van hield. Maar toen ze hoorde over de stijging van de zeespiegel en de kracht van orkanen, en dat hele landen in de Grote Oceaan gevaar liepen, werd het een mensenrechtenprobleem. ‘Hier in Nieuw-Zeeland horen we bij de Grote Oceaaneilanden,’ zei ze. ‘Dat zijn onze buren.’
Net toen ze zich oppepte om de afsluitende toespraak van die dag te houden, werd er aan haar getrokken en zei een van haar vrienden: ‘Je moet nu stoppen. Onmiddellijk!’ Het zou nog een aantal uren duren voor de jonge stakers precies doorkregen wat zich die dag voor gruwelijks had afgespeeld en waarom tegen hen gezegd was dat ze niet in de buurt van het park bij de Al Noor-moskee mochten komen.

Bloedbad als actie tegen ‘witte genocide’

We weten nu dat een 28-jarige, in Nieuw-Zeeland wonende Australische man tegelijkertijd met de scholierenstaking voor het klimaat naar die moskee is gereden, naar binnen is gelopen en tijdens het vrijdaggebed het vuur heeft geopend. Na een zes minuten durende slachtpartij vertrok hij rustig uit de Al Noor, reed naar een andere moskee en ging door met zijn destructieve daad. In totaal waren er vijftig doden, onder wie een kind van 3. Een ander kind zou enkele weken later in het ziekenhuis overlijden. Nog eens 49 mensen raakten ernstig gewond bij dit grootste bloedbad in de geschiedenis van het moderne Nieuw-Zeeland.
Beeld AP
In zijn (op meerdere sociale mediasites geplaatste) manifest en in de inscripties op zijn wapen geeft de moordenaar blijk van zijn bewondering voor de mannen die verantwoordelijk zijn voor andere, soortgelijke bloedbaden. Net als deze andere terroristen was de schutter in Christchurch geobsedeerd door het idee ‘witte genocide’, een dreiging die zou uitgaan van de groeiende aanwezigheid van niet-witte bevolkingsgroepen in landen met een witte meerderheid. Hij weet die dreiging aan ‘binnenvallende’ migranten.
De gruweldaad in Christchurch paste in dit duidelijke en escalerende patroon van extreem-rechtse haatmisdrijven, maar onderscheidde zich daar in enkele opzichten ook van. Een daarvan was de mate waarin de moordenaar het bloedbad plande en uitvoerde als een voor het internet gemaakt spektakel, live uitgezonden op Facebook.

Hevige contrasten

Het extreme mediakarakter van het bloedbad in Christchurch, met de overduidelijke poging van de moordenaar om een spelletje van zijn ‘real-life-actie-post’ te maken, zorgde voor een ondraaglijk contrast met de harde realiteit van zijn gruwelijke misdaad, van kogels die vlees uiteenrijten, van in rouw gedompelde gezinnen en van de mondiale moslimgemeenschap die de angstaanjagende boodschap had gekregen dat haar leden nergens veilig zijn, zelfs niet in het heilige moment van gebed.
Het leverde ook een pijnlijk contrast op met de jonge klimaatstakers die op datzelfde moment voor zo’n heel ander doel bijeen waren. Terwijl de killer opgewekt speelde met de grenzen tussen feit, fictie en samenzwering, alsof het idee ‘waarheid’ op zich al #FakeNews was, hamerden de stakers er onverdroten op dat de harde werkelijkheid van toenemende hoeveelheden broeikasgassen, grotere CO2-voetafdrukken en steeds sneller uitstervende soorten, er echt toe doet en eisten ze dat de politici de gapende kloof tussen hun woorden en hun daden dichtten.
Toen ik Mia Sutherland zes weken na die vreselijke dag sprak, had ze er nog steeds moeite mee de staking en het bloedbad van elkaar te scheiden; die waren op de een of andere manier in haar geheugen met elkaar versmolten. ‘Niemand ziet ze los van elkaar,’ zei ze bijna fluisterend tegen me.
Beeld Hollandse Hoogte

White-power ecofascisme 

Wanneer zich vlak bij elkaar heftige gebeurtenissen afspelen, probeert de menselijke geest vaak verbanden te leggen die er niet zijn, een verschijnsel dat bekendstaat als ‘apofenie’. Maar in dit geval waren er wel verbanden. In feite kunnen de staking en het bloedbad begrepen worden als spiegelbeeldige reacties op een aantal dezelfde historische krachten. En dit houdt verband met de andere manier waarop de killer van Christchurch zich onderscheidt van andere, van witte suprematie overtuigde massamoordenaars door wie hij zich openlijk heeft laten inspireren. Anders dan zij afficheert hij zich expliciet als een ‘etnisch-nationalistische ecofascist’. In zijn onsamenhangende manifest zet hij zijn acties neer als een verknipte vorm van milieubescherming. Hij gaat tekeer tegen de bevolkingsgroei en beweert dat ‘de voortdurende immigratie naar Europa ecologische oorlogvoering is’.
Voor alle duidelijkheid: de drijfveer van de moordenaar was niet bezorgdheid om het milieu; wat hem bewoog was onvervalste rassenhaat. Maar de ecologische crisis was een van de krachten die deze haat aangewakkerd leek te hebben, zoals we deze wel meer zien fungeren als aanjager van haat en geweld in conflicten in de wereld. En tenzij er iets aanzienlijk verandert in de manier waarop we in de samenleving reageren op de klimaatcrisis, vrees ik dat we dit soort white-power ecofascisme veel vaker zullen zien, als een barbaars excuus voor het feit dat we weigeren onze gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het klimaat te nemen.
Voor een groot deel is dit te wijten aan het moeilijk op te lossen opwarmingsvraagstuk. Deze crisis is in zeer grote mate veroorzaakt door de welvarendste lagen van de maatschappij: bijna 50 procent van de mondiale uitstoot wordt geproduceerd door de rijkste 10 procent van de wereldbevolking, en de rijkste 20 procent is verantwoordelijk voor 70 procent van de uitstoot.

Vriendelijkheid, compensatie en welgemeend excuus

Maar de gevolgen van die emissies worden het eerst en het hardst gevoeld door de armsten en dwingen steeds meer mensen ertoe weg te trekken, en die aantallen zullen alleen maar toenemen. Volgens een onderzoek uit 2018 van de Wereldbank zullen in 2050 naar schatting meer dan 140 miljoen mensen uit Afrika ten zuiden van de Sahara, Zuid-Azië en Latijns-Amerika ontheemd zijn als gevolg van door het klimaat veroorzaakte spanningen, een schatting die velen voorzichtig vinden.
Beeld AFP
In elk ethisch universum zou men deze slachtoffers van een door anderen veroorzaakte crisis gerechtigheid verschuldigd zijn. Deze gerechtigheid zou en moet vele vormen aannemen. Als bescherming niet mogelijk is – als het land gewoon te droog is om gewassen op te verbouwen en de zeeën te snel stijgen om ze tegen te houden – vereist gerechtigheid dat we ondubbelzinnig erkennen dat alle mensen het recht hebben weg te trekken en een veilig heenkomen te zoeken. Dat betekent dat ze bij aankomst asiel en een verblijfsstatus moeten krijgen. Met zo veel schade en leed is men hun in werkelijkheid veel meer dan dat verschuldigd: wat hun toekomt is vriendelijkheid, compensatie en een welgemeend excuus.
Met andere woorden, de ontwrichting van het klimaat dwingt tot een afrekening op het terrein dat conservatieve geesten de meeste afkeer inboezemt: herverdeling van welvaart, het delen van middelen, en herstelbetalingen. Steeds meer mensen bij radicaal-rechts beseffen dit maar al te goed, en daarom verzinnen ze diverse verwrongen motieven waarom dit allemaal onmogelijk is.

De ontkenning verschuift

De eerste fase is ‘linkse samenzwering’ roepen en botweg de realiteit ontkennen. In deze fase zitten we nu al even. Het is de strategie waarvoor Anders Breivik koos, de sociopaat die in 2011 het vuur opende bij een Noors zomerkamp. Breivik was ervan overtuigd dat de witte westerse cultuur behalve door immigratie ook werd verzwakt door oproepen aan Europa en de Angelsaksische wereld om hun ‘klimaatschuld’ af te betalen. In een paragraaf van zijn manifest met de titel ‘Groen is het nieuwe rood – stop het milieucommunisme!’ citeert hij verschillende prominente ontkenners van klimaatverandering en doet hij dringende verzoeken om klimaatfinanciering af als een poging om Europese landen (inclusief de VS) te ‘“straffen” voor kapitalisme en succes’. Hij beweert dat klimaatactie ‘de nieuwe Herverdeling van Welvaart’ is.
Leek keihard ontkennen destijds een werkbare strategie, negen jaar later (waarvan er zes behoorden tot de tien warmste jaren ooit geregistreerd) is dat minder het geval. Dat betekent echter niet dat vroegere ontkenners nu opeens een op internationale afspraken gebaseerd antwoord op de klimaatcrisis aanvaarden. Veel waarschijnlijker is dat velen die nu zeggen de verandering van het klimaat te ontkennen, zich domweg abrupt zullen bekennen tot het boosaardige wereldbeeld dat wordt gehuldigd door de killer van Christchurch: de erkenning dat ons inderdaad een tumultueuze toekomst te wachten staat, reden temeer voor welvarende, overwegend witte landen hun grenzen te versterken, evenals hun identiteit als wit en christelijk land, en ten strijde te trekken tegen alle ‘indringers’.
De klimaatwetenschap zal niet langer ontkend worden. Wat wel ontkend zal worden, is het idee dat de landen die in het verleden de meeste koolstofdioxide hebben uitgestoten iets verplicht zijn aan de zwarte en bruine mensen die de gevolgen ondervinden van deze vervuiling. Deze ontkenning zal gebaseerd zijn op de enig mogelijke redenering: dat deze niet-witte, niet-christelijke mensen de minderen zijn, de anderen, gevaarlijke indringers.

 allesbehalve marginaal

In grote delen van Europa en de Angelsaksische wereld is deze verharding al flink gevorderd. De Europese Unie, Australië en de Verenigde Staten hebben allemaal immigratie­beleidsmaatregelen aangenomen die variaties vormen op ‘preventie door afschrikking’. De harde redenering is dat we migranten zo on­gevoelig en wreed moeten behandelen dat wanhopige mensen het wel zullen laten om een veilig heenkomen over de grens te zoeken.
Slechts enkele uren na het bloedbad in Christchurch kon Donald Trump dan ook zijn schouders ophalen over de uitbarsting van extreem-rechts geweld en beginnen over de ‘invasie’ van migranten aan de zuidgrens van de Verenigde Staten en de ‘nationale noodtoestand’ die hij kort daarvoor had uitgeroepen, een actie met het doel miljarden vrij te maken voor de grensmuur. Drie weken later tweette Trump: ‘Ons Land is vol!’ Hiermee volgde hij het voorbeeld van de Italiaanse minister van binnenlandse zaken Matteo Salvini, die op de komst van een groepje op zee geredde migranten had gereageerd met de tweet: ‘Onze havens zijn en blijven gesloten.’
Murtaza Hussain, een onderzoeksjournalist die het manifest van de moordenaar van Christchurch grondig heeft bestudeerd, benadrukt dat het vol staat met ideeën die allesbehalve marginaal zijn. Zijn woorden, aldus Hussain, zijn “zowel lucide als huiveringwekkend vertrouwd. Zijn verwijzingen naar immigranten als indringers horen we terug in de taal die gebruikt wordt door de president van de Verenigde Staten en extreem-rechtse leiders in heel Europa […] Voor wie zich afvraagt waar hij is geradicaliseerd: het antwoord is voor iedereen zichtbaar. Dat is in onze media en politiek, waar minderheden, moslims of niet-moslims, als vanzelfsprekend worden verguisd.”
Dit is een ingekort fragment uit het eerste hoofdstuk van Naomi Kleins ‘Brand! Een vurig pleidooi voor een nieuwe groene politiek’. Dit boek verschijnt op 17 september.
Naomi Klein

Geen opmerkingen:

Een reactie posten