woensdag 18 september 2019

Biograaf Hans Luijten over Jo van Gogh-Bonger: ‘Zij verspreidde Vincents kunst als een predikant’

Interview Biograaf Hans Luijten

Biograaf Hans Luijten over Jo van Gogh-Bonger: ‘Zij verspreidde Vincents kunst als een predikant’

Na de dood van haar man Theo bracht Jo van Gogh-Bonger met grote ijver het werk van Vincent aan de man. Wie was zij? Biograaf Hans Luijten: ‘Ze zat als een spin in het web.’
Jo Cohen Gosschalk-Bonger, circa 1904. Later veranderde ze haar naam terug naar Jo van Gogh-Bonger. Beeld Van Gogh Museum
Eind 1888 gaat Jo Bonger plotseling toch in op het huwelijksaanzoek dat ze een jaar eerder had afgewezen – ze had het voorzien op een andere man, diens rozen stonden op tafel toen ze het onverwachte aanzoek kreeg. Die verliefdheid is echter op niets uitgelopen. Ze vreest een oude vrijster te worden, net als haar twee oudere zussen, en Parijs lokt – de stad waar een broer van haar woont, alsmede de met hem bevriende Nederlander die om haar hand heeft gevraagd.
Vlak voor Kerst geeft ze in de Franse hoofdstad alsnog het jawoord aan kunsthandelaar Theo van Gogh. Het is het begin van oprecht huwelijksgeluk, maar ook van ellendige jaren. Ze slaagt er aanvankelijk niet eens in hem te zien; op 24 december reist Theo overhaast af naar Arles. Zijn oudere broer Vincent, een schilder aan wie hij innig verknocht is, heeft in een vlaag van verwarring zijn oor afgesneden. Een paar maanden later krijgt hij opnieuw een mentale inzinking en moet hij worden opgenomen. Kort na hun trouwdag doet hij een poging tot zelfmoord.
Met de geboorte in januari 1890 van Vincent Willem, de zoon van Theo en Jo, lijken de zaken ten goede te keren. Jo ziet voor het eerst haar zonderlinge zwager, die flink blijkt te zijn opgeknapt. Maar in de zomer schiet Vincent zichzelf neer. Hij overlijdt twee dagen later, in het bijzijn van zijn broer.
Nog geen drie maanden later stort Theo in, vermoedelijk ook als gevolg van een voorhuwelijkse besmetting in een bordeel. Hij belandt, net als Vincent, in een inrichting voor geesteszieken, eerst in Parijs, later in Utrecht. Daar vertrapt hij de bloemen die zijn vrouw voor hem heeft meegenomen. Op 25 januari 1891 sterft hij, 33 jaar oud. Bonger, moeder van een kind dat zijn eerste verjaardag nog moet vieren, is 28.
Drie maanden later is ze naar Bussum verhuisd en heeft ze een pension geopend om geld te verdienen. De rest van haar leven, 33 jaar lang, zal ze zich onvermoeibaar inzetten voor de promotie van Vincents schilderijen en tekeningen. Mede daardoor wordt hij een van de bekendste kunstenaars ter wereld.
Affiche van de tentoonstelling ‘Vincent van Gogh’ in het Stedelijk Museum Amsterdam, georganiseerd door Bonger in de zomer van 1905. Beeld Van Gogh Museum
Jo van Gogh-Bonger met haar zoon in 1890. Beeld Raoul Saisset / Van Gogh Museum

Dagboeken

Over Vincent en Theo zijn boekenkasten vol geschreven, over Johanna Gezina Bonger (1862-1925), zoals ze voluit heette, maar weinig. Woensdag verschijnt een uitvoerige biografie van haar, Alles voor Vincent, geschreven door Hans Luijten (58), senior onderzoeker bij het Van Gogh Museum. Tevens zijn op internet voor het eerst de vier dagboeken van Jo Bonger te lezen.
Luijten maakte deel uit van het drie leden tellende team dat in 2009 de veelgeprezen wetenschappelijke editie van alle brieven van Vincent bezorgde. In de zes delen, tezamen 2.164 pagina’s, zat vijftien jaar werk. De biografie van Bonger nam tien jaar in beslag.
‘Toen ze Theo trouwde, wist ze dat ze Vincent erbij kreeg. Al vroeg schrijft Theo aan Jo: hij is opgenomen in een ziekenhuis, ik hoop niet dat er iets met hem gebeurt. Mocht het zo zijn, dan moeten wij zorgen dat we zijn naam hooghouden. Zij wilde afmaken wat Theo zou hebben gedaan als hij langer in leven was gebleven.’
Het is een monumentale taak waarvoor ze staat. Van Goghs werk is nagenoeg onbekend. Als het al op een tentoonstelling komt te hangen, wordt het veelal weggehoond door het publiek. Bonger, die voor haar huwelijk Engelse les gaf op meisjesscholen en bijkluste als vertaler, had in Parijs op haar tenen moeten lopen. Ze was literair en muzikaal onderlegd, maar wist niets van de avant-gardistische kunst waarin Theo handelde – een wereld die ook nog eens door louter mannen werd bevolkt.
Vincent had op zijn sterfbed tegen Theo gezegd dat Jo in haar leven de tristesse nog niet had leren kennen. Dat kan niet meer worden beweerd na de tragische dood van de twee broers. Ze is na de verhuizing naar Bussum zo wanhopig, schrijft ze in een brief, dat ze beseft wat Vincent moet hebben doorgemaakt. ‘Het is me soms zoo bar geworden – ik herinner me hoe verleden jaar op Vincent’s sterfdag – ik ’s avonds laat nog uit liep – ik kon ’t in huis niet uithouden – ’t woei en regende en ’t was stikdonker – en overal in de huizen – zag ik licht en zaten de menschen gezellig bij elkaar – en ik voelde me zóó verlaten – dat ik voor ’t eerst begreep wat hij moet gevoeld hebben – in die tijden toen iedereen zich van hem afkeerde en ’t hem was ‘of er voor hem geen plaats was op de aarde’.’
Ze vindt zo veel troost in de brieven van Vincent dat ze het plan opvat die te publiceren. Luijten: ‘De waarachtigheid van die brieven, de moed die eruit spreekt, grijpen je bij de keel. Jo heeft dat ook gezien.’
Ontvangsten van Van Goghs verkopen in het kasboek tussen 1920 en januari 1925. Beeld Van Gogh Museum
Jo van Gogh-Bonger en met haar zoon Vincent van Gogh in 1892. Beeld J.F. Hennequin / Van Gogh Museum

Van bedeesde huisvrouw tot Van Goghs promotor 

De bedeesde moeder en huisvrouw ontwikkelt zich in Bussum en Amsterdam, waar ze later gaat wonen, tot een formidabel promotor. Ze weet belangrijke kunsthandelaren, museumdirecteuren en kunstcritici in Europa en Amerika voor het werk van Vincent te interesseren, dat langzaam in reputatie groeit. Ze leent eindeloos veel schilderijen uit; haar zolder staat er vol mee. Uit tactische overwegingen doet ze geregeld een werk cadeau, bijvoorbeeld aan Willem Steenhoff, de onderdirecteur van het Rijksmuseum in Amsterdam. ‘In 1905 haalt ze na afloop van een tentoonstelling een Van Gogh van de muur en hij neemt die zo onder zijn arm mee naar huis.’
Ze verkoopt doeken en tekeningen om in het levensonderhoud van haar en haar zoon te voorzien, maar overvoert de markt niet – dat zou de prijs schaden. ‘Ze gaat strategisch te werk. Als Jo drie werken wil verkopen op een tentoonstelling, leent ze er zes uit; ook drie topschilderijen die niet te koop zijn omdat ze die zelf wil houden. Door al het moois dat ernaast hangt, vergroot ze de stimulans om te kopen.’
In 1905 organiseert ze eigenhandig een expositie in het Stedelijk Museum Amsterdam. Ze huurt daar zalen af en brengt zo veel werken bij elkaar dat het de grootste Van Gogh-tentoonstelling ooit is – tot op heden. Om bezoekers te lokken plaatst ze advertenties in kranten. Luijten rekent in zijn boek voor dat de tentoonstelling haar 3.000 gulden kostte, maar op de langere termijn 34 duizend gulden opbracht.
Toch was rijkdom niet haar doel, stelt hij. ‘Zoals een predikant het woord wil verspreiden, zo wilde Jo de kunst van Vincent verspreiden. Ze woonde leuk in haar bovenwoning op de Koninginneweg in Amsterdam, maar had zich een veel groter huis kunnen permitteren. Zo bescheiden leefde haar zoon ook. Hij kocht zijn pakken bij C&A, terwijl hij genoeg geld had.’
Jo Bonger in 1884. Beeld F.W. Deutmann / Van Gogh Museum

Veelzijdig leven

Alles voor Vincent toont ook Bongers veelzijdigheid. Ze is al vroeg lid van de socialistische partij SDAP (ze ziet in Amerika zelfs de communist Trotski speechen) en bepleit de feministische zaak. In 1899 oppert ze in een artikel om kinderen eerlijke voorlichting over de voortplanting te geven, opdat er meer kans is ‘dat het sexueele leven zich ontwikkelen zal in een gezond lichaam met een gezond verstand’.
Ze werkt ruim twintig jaar – langer dan Luijten en zijn team – aan de uitgave van honderden brieven die Vincent aan Theo schreef. ‘Ze had een missie: eerst het werk van Van Gogh bekendmaken en daarna die brieven. In die volgorde heeft ze het ook gedaan.’
Een groot deel van de brieven vertaalt ze ook nog in het Engels. Als ze er niet in slaagt een Engelse uitgever te vinden, gunt ze een van de twee geliefde Zonnebloemen die zij en haar zoon nog bezitten aan de National Gallery in Londen, in de hoop dat de transactie publicatie bespoedigt. ‘It is a sacrifice for the sake of Vincent’s glory’, verklaart ze.
Heeft ze alles voor hem opgeofferd, of was haar ijver ook een levensvervulling? Luijten: ‘Het zijn twee kanten van dezelfde medaille. Ik denk dat ze er ook schik in kreeg, omdat ze in contact kwam met ik weet niet hoeveel mensen. Het moet haar voldoening hebben gegeven dat ze als een spin in het web zat.’
Eén belangrijke voorvechter van Vincents werk, nota bene een vrouw, ontmoet ze niet: de schatrijke Helene Kröller-Müller, die qua omvang de tweede Van Gogh-collectie in de wereld aanlegt – de grootste is de verzameling die Bonger en haar zoon voor zichzelf houden en die later de grondslag vormt van het Van Gogh Museum. Bonger vindt dat Kröller-Müller het te hoog in de bol heeft, schrijft Luijten, en de standbewuste Helene acht een bezoek aan een bovenhuis beneden haar waardigheid.
De biografie bevat ook pikant nieuws. Bonger blijkt vijf jaar na de dood van Theo een verhouding te hebben gehad met de schilder Isaac Israëls, over wie ze zinderend schrijft in een van haar dagboeken. ‘Trouwen daar is hij de man niet voor – o was ik vrij en onafhankelijk – hoe zou ik me aan hem geven – mijn mooi, jong lichaam, wat zou hij er van genieten.’
Jo van Gogh-Bonger aan haar secretaire in de zitkamer van het huis aan de Koninginneweg in Amsterdam, rond 1909. Beeld Van Gogh Museum
Portret van Jo van Gogh-Bonger door Isaac Israëls, 1925. Beeld Van Gogh Museum

Twee keer weduwe

In 1901 huwt ze de negen jaar jongere kunstenaar, criticus en doctor in de rechten Johan Cohen Gosschalk, eerder een gast in haar pension. Hij schrijft doordachte stukken over Vincent en met hem schilderijen zien ‘was altijd heerlijk, precies zoo als met je lieven vader’, schrijft ze later aan haar zoon. Toch wordt het geen gelukkige verbintenis. Haar zoon zou na zijn dood vernietigend over hem oordelen. Luijten: ‘Hij was een moeilijke man, echt een neuroot.’
De ziekelijke Cohen sterft op zijn 38ste. Jo Cohen Gosschalk-Bonger is voor de tweede keer weduwe. Twee jaar later noemt zij zich weer Van Gogh-Bonger. Als reden geeft ze op dat ze dezelfde naam wil dragen als haar zoon, die alles voor haar betekent (de titel van de biografie slaat ook op hem). Maar Luijten gelooft daar niets van. ‘Korte tijd later zou de eerste uitgave van de brieven worden gepubliceerd. ‘Van Gogh-Bonger’ staat vanzelfsprekend veel beter op de titelpagina. Pure marketing.’
Ze wordt, mede door de ziekte van Parkinson, slechts 61. Twee jaar voor haar dood maakt ze in een brief aan een Franse schrijver en kunstcriticus de balans op: ‘Het is zo fijn aan het eind van mijn leven, na zo veel jaren van onverschilligheid, vijandigheid zelfs van het publiek tegenover Vincent en zijn werk, te voelen dat de strijd is gewonnen.’

Hans Luijten: Alles voor Vincent – Het leven van Jo van Gogh-Bonger

Prometheus; 622 pagina’s; € 35.

Van Gogh-virus 

Vijftien jaar werkte Hans Luijten aan de uitgave van de wetenschappelijke editie van de brieven van Vincent. Zijn vrouw, Natascha Veldhorst, raakte daardoor eveneens besmet met het Van Gogh-virus. Zij schreef ook een boek over de schilder: Van Gogh & muziek – Symfonie in blauw en geel (2015). Veldhorst doceert literatuur en muziek aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten