woensdag 6 november 2019

een jeugd achter de Muur / deze vrouwen groeiden op in de DDR / Trouw

Ze groeiden op in de toenmalige DDR, maar op 9 november 1989, zaterdag 30 jaar geleden, viel de Berlijnse Muur en nam hun leven een heel andere wending. Uiteindelijk kwamen Anna Lerch, Effi Bialkowski en Katrin Schmiedecke in Nederland terecht.
Het is niet zo dat op 10 november 1989 opeens alles anders was, zegt Anna Lerch. “Wel kwam op school de leraar maatschappijleer binnen en zei: ‘Het klopte toch niet helemaal wat ik jullie de laatste vijf jaar heb verteld. Het mannetje gaat niet richting communisme’. Hij had voordien altijd een trappetje getekend met een mannetje dat omhoog liep. Onder aan de trap stond het kapitalisme, een trede hoger het socialisme en op de hoogste trede het communisme. We lachten daar altijd maar om.”
Anna Lerch, Effi Bialkowski en Katrin Schmiedecke wonen nu in Nederland, maar ze groeiden op in de DDR en waren tussen de 15 en 23 jaar oud toen de Muur viel. Alle drie herinneren ze zich een fijne jeugd. Anna Lerch: “Als opgroeiend kind heb je niet veel nodig. Een gezin, lieve vrienden, de school, leuke vakanties. Als kind was je niet zo bezig met het systeem.”
Volgens Katrin Schmiedecke was het wel de droom van iedere Oost-Duitser om een keer naar het Westen te gaan. “Om te kijken hoe het was, niet zozeer om daar te blijven.”
Anna Lerch Beeld Anke van der Meer
Anna Lerch (1974) groeide op in Fredersdorf, een dorp aan de rand van Berlijn. Haar middelbare schooltijd bracht ze door op een internaat gericht op talenstudies. Daarna koos ze voor een tussenjaar als au-pair in Nederland. Haar studie volgde ze in Berlijn, maar voor een stage kwam ze weer naar Nederland en ontmoette daar haar huidige man. Ze geeft tegenwoordig Duitse les op een middelbare school.

De West-Duitse ambassades stroomden vol

Ook Effi Bialkowski had niet de stille wens om in het Westen te wonen. “Ik had duidelijk een ‘rode’ bril op. Op school werd ons geleerd dat de Muur was opgericht vanwege ‘het boze Westen’. Dat kocht goed opgeleide mensen weg, juist de mensen die je nodig had voor de opbouw van het land. Dat het niet okay is dat je mensen dan opsluit, zag ik toen niet zo. Ik dacht juist: je leidt mensen op, je stopt er geld in, dus ze moeten maar hier blijven.”
In Hongarije werd in juni 1989 door de ministers van buitenlandse zaken van Hongarije en Oostenrijk symbolisch het IJzeren Gordijn doorgeknipt. Vanaf dat moment trachtten veel DDR-burgers die op vakantie gingen naar Hongarije, naar West-Duitsland door te reizen. De West-Duitse ambassades in Praag, en ook Warschau, stroomden in de zomer en het najaar van 1989 vol met Oost-Duitse vluchtelingen, die uiteindelijk onder bepaalde voorwaarden mochten afreizen naar de Bondsrepubliek.
Katrin Schmiedecke: “Wij hadden een slechte televisieontvangst vergeleken met Berlijn, daarom noemden ze Dresden ‘das Tal der Ahnungslosen’, maar mijn vader probeerde de antenne zo te zetten dat er toch ontvangst mogelijk was. Ik kan me nog herinneren hoe we aan de tv gekluisterd zaten om de gebeurtenissen in Warschau en Praag te kunnen zien.”

De Stasi zou het niet pikken

Na de zomer, in haar laatste studiejaar, ging Schmiedecke stage lopen in een dorpje vlak bij Leipzig. Daar werden toen al enige tijd de zogenaamde ‘Montagsdemonstrationen’ gehouden; vreedzame manifestaties waar de roep om meer vrijheid klonk. “Het begon eigenlijk heel voorzichtig met kleine demonstraties en bijeenkomsten in de Nicolaikerk. Daaromheen werd dan alles afgezet, en de Stasi (de binnenlandse veiligheidsdienst in de DDR) hield de demonstranten heel goed in de gaten.”
Zelf deed ze niet mee. “Je wist dat je je studie dan wel kon vergeten, de Stasi zou het niet pikken. Bovendien vond ik het lichamelijk gevaarlijk, op een gegeven moment werden mensen hardhandig opgepakt en afgevoerd.”
In die dagen dacht ze nog dat de Muur alleen maar verder dicht zou gaan – de Sovjet-Unie zou de DDR niet zomaar loslaten – maar het liep anders. Om de vluchtelingenstroom en toenemende onrust te beteugelen, kondigde de DDR-regering op 9 november tijdens een persconferentie per direct een nieuwe reisregelgeving af voor DDR-burgers. Die avond ging de grens open, de Muur was gevallen.
Katrin Schmiedecke Beeld Anke van der Meer
Katrin Schmiedecke (1966) is midden in de DDR opgegroeid, in Welzow, een industriestadje. Ze studeerde Duitse literatuur en geschiedenis en ging daarna op een school in West-Berlijn werken. Vanwege een relatie met een Nederlander besloot ze naar Nederland te verhuizen. Ze werkt nu als docent Duits op een middelbare school.

Oost-Duits plichtsbesef

Anna Lerch was net daarvoor aangenomen op de school van haar dromen. Het was een internaat gericht op de studie van moderne talen in Frankfurt (an der Oder). Ze sliep toen de Muur viel. “Toen we de volgende dag naar school gingen, hoorden we het. Er waren ook kinderen afwezig op school, omdat die naar de grens waren gegaan, die lag op ongeveer een uur van Frankfurt Oder. Ik kan me die dag verder niet meer herinneren. Ik was een beetje teleurgesteld, want ik wist dat mijn toekomstplan om in de diplomatieke dienst voor de DDR te gaan werken, het vast niet meer ging worden.”
Ook Effi Bialkowski sliep rustig door het grote nieuws heen. Ze liep stage in het bedrijf van haar vader in het kader van een studie tot ingenieur. “Ik ben naar mijn werk gegaan. Ik weet nog dat de helft van mijn collega’s niet kwam die dag. Als Oost-Duitse had ik zo’n plichtsbesef, dit was voor mij zeker geen reden om niet te gaan.”
Katrin Schmiedecke stak pas in december met een vriendin de grens met West-Duitsland over. “Ik heb een week in de rij gestaan om een visum met stempel te krijgen. Het was vreemd dat je met de metro reed en dat bepaalde stukjes ineens open waren. Dat je dan naar Hermannplatz ging, door Kreuzberg en dan naar Bahnhof Zoo. Daar zag ik de verslaafden ook echt op straat liggen, nog net niet met de spuit erin. Ik dacht; ja, het is inderdaad net ‘Christiane F.’, dat boek had ik stiekem gelezen.”
Effi Bialkowski: “Aan de overkant van de Muur kreeg je van alle kanten champagne en flammkuchen aangereikt. We gingen van de ene winkel naar de andere en ook daar werd drank geschonken en eten uitgedeeld. Maar ik voelde me niet bevrijd, ik had ook niet het idee: misschien moet ik maar blijven. Ik ging de volgende dag gewoon weer keurig naar mijn werk. Niemand in mijn wereld was hier op voorbereid en we hadden ook niet het idee dat dit het einde van het socialisme betekende.”
Effi Bialkowski Beeld Anke van der Meer
Effi Bialkowski (1970) is in Henningsdorf geboren, met West-Berlijn op fietsafstand. In het kader van haar studie bedrijfseconomie solliciteerde ze naar een stageplek bij ABN Amro in Nederland. Niet veel later ontmoette ze haar toekomstige partner en is in Nederland gebleven. Ze werkt als bankier bij Van Lanschot.

DDR-diploma werd afgewaardeerd

Ze had nooit de ambitie gehad om economie te studeren. “Maar toen de Muur was gevallen dacht ik: als ik nu moet studeren dan wil ik ook echt weten hoe het allemaal werkt. Daarom koos ik voor bedrijfseconomie, in West-Duitsland. Daarvoor moest je een hoog eindexamengemiddelde hebben. Ik was een van de eerste Oost-Duitse studenten en onze gymnasiumdiploma’s werden afgewaardeerd, best wel fors. Ik had heel goede cijfers, dus uiteindelijk was het nog voldoende voor een studieplek.”
Het mislukte. “Als je in Oost-Duitsland een studieplek had, dan had je ook een woonplaats, je hoefde niets te regelen. Nu had ik alleen maar een studieplek, in Giessen, in West-Duitsland. Ik ging er alleen met de trein naartoe, dat was al heel wat. Ik wist niet eens waar ik moest slapen. Ik ben heel snel teruggegaan en bedacht dat ik een nieuwe poging zou wagen, maar dan wel dichterbij, in West-Berlijn. Ik koos voor een hbo-opleiding. Dat had vast iets te maken met mijn Oost-Duitse wortels, in die zin dat op het hbo alles heel schoolachtig was georganiseerd, met een introductieweek en een vaste lesgroep. Ik heb nog een half jaar thuis gewoond en ben daarna in een studentenhuis in West-Berlijn gaan wonen.”
Ze wilde destijds niet als Oost-Duitser worden herkend als ze uitging. “Je kon het zien aan het kapsel, aan de kleren en de schoenen. Die Oost-Duitse schoenen, dat was echt geen gezicht. Ik had eigenlijk alleen maar West-Duitse vrienden en op een gegeven moment was het Westen ook geen buitenland meer, maar gewoon Duitsland.”

Een gedesillusioneerde generatie

Katrin Schmiedecke kwam ook in Berlijn terecht. “Ik wilde graag op een gymnasium werken, daar heb ik toen voor gesolliciteerd. We werden helemaal doorgelicht; onze achtergrond en of we banden met de Stasi gehad hadden. Als uiteindelijk bleek dat alles in orde was, kreeg je in de loop van het schooljaar een definitieve aanstelling.”
Achteraf is de generatie van haar ouders er niet op vooruitgegaan door de Wende, zegt Effi Bialkowski. “De gemeenschapszin verdween al snel en het draaide ineens heel erg om geld. In materieel opzicht zijn ze beter af, maar of ze ook veel gelukkiger zijn, ik weet het niet.”
Anna Lerch: “Die generatie is gedesillusioneerd. Ook degenen die achter de omwenteling stonden, zijn teleurgesteld over de huidige situatie. Met de meeste van mijn vroegere klasgenoten gaat het aardig, maar ze zijn wel pessimistisch. We dachten in de DDR-tijd; de wereld moet echt beter zijn over 30 jaar. Dat is niet gelukt.”
Katrin Schmiedecke: “De hoop die iedereen daar na de Wende had; nu gaat het anders, nu gaat het beter, die is daar wel verdwenen.”

Lees ook:

Voor toeristen is wat resteert van de Muur een attractie

Geen opmerkingen:

Een reactie posten