maandag 29 mei 2017

Jeff Buckley verdronk twintig jaar geleden in Memphis.

Jeff Buckley verdronk twintig jaar geleden in Memphis. Schrijver Auke Hulst, fan van het eerste uur, trok naar Tennessee, op zoek naar sporen van de tragische rocker.
Foto Merri Cyr
‘Well, it’s my time coming / I’m not afraid / afraid to die…’
Het was in een tijd waarin de wereld nog niet volcontinu via Twitter en Facebook bij je op de stoep stond; waarin modems krakend het universum aanriepen in de hoop op schamele post. Er was een krantenbericht, er was een voetnoot bij Het Journaal – informatie was schaars. Jeff Buckley, de zanger-gitarist met de stem van een gekwelde engel, was op 29 mei 1997 verdronken, 30 jaar oud. Zelfmoord? Een ongeluk? Ik wist alleen dat Buckley uit een rivier bij Memphis, Tennessee, was gevist en dat ik nog nooit van de betreffende rivier had gehoord.
Die rivier is de Wolf River, een zijarm van de Mississippi. Ze ontspringt in Holly Springs National Forest om uiteindelijk zo’n honderd mijl noordwestelijk uit te monden in de waterweg die door de lokale bevolking The Big Muddy wordt genoemd. De rivieren vloeien samen bij een landtong die Mud Island heet en die de locatie vormt van een jachthaventje. Het schiereiland is gescheiden van Memphis door de Wolf River Harbor – wie wil oversteken kan een voet- of autobrug nemen, de monorail of het pontje. En zwemmen? Het roerloze water is nauwelijks breder dan een 50-meterbad.
Memphis is blues, soul en rock-’n-roll en meer verbonden met de nabijgelegen Mississippi Delta dan met het door country gedomineerde Tennessee. Dit is de stad van Sun Records en Stax Records, van B.B. King en Beale Street, van de Gibson-gitaarfabriek en Graceland, het landhuis van Elvis, kind en koning van de stad. Maar wie weet nog dat Jeff Buckley hier in een shotgun shack woonde, een houten huisje nauwelijks groter dan een schuur, en twintig jaar geleden verdronk?
Ondanks het weer – nog niet zo klam als het kan worden – is er weinig beweging op Mud Island. Ik sta aan de kant van de stad, de hoogbouw in mijn rug. Een briesje streelt mijn gezicht, de zon weerkaatst op de glazen piramide van de Bass Pro Shops, een megastore voor vissers en jagers, inclusief binnenmoeras met alligators. In de verte raast het verkeer over de brug die Tennessee met Arkansas verbindt.
Op zoek naar het gedenkbankje dat door een fan geplaatst is, daal ik over keien, houtsnippers en zwerfafval af naar de oever. Het water heeft de kleur van slappe koffie met een wolkje melk. Een zwerver die zich ruggelings ligt te verwijlen op Cobblestone Landing roept me toe: „Hey broer, heb-ie dollar voor een flessie water? Godskolere, zo’n dorst, broer.” Ik reageer niet en hij sluit zijn ogen weer.
Maar nergens dat bankje. Dus informeer ik er naar bij twee millennials die onder het genot van blikjes Heineken zitten te kaarten in het gras.
Justin heeft hip kreupelhout op het hoofd, Emily heeft de oneffen huid die hoort bij leven op de limiet. Toch zijn ze beiden, op een rafelige manier, reclameknap. Ze reizen door het land als de geliefden uit Simon & Garfunkels America en sprokkelen de kilometers en calorieën bij elkaar. „Deze zomer gaan we werken in Alabama”, zegt Emily. Justin, aangeschoten: „Als ik genoeg gespaard heb kan ik mijn eigen reisbedrijfje beginnen.”
Maar ook zij hebben geen gedenkbankje gezien. Sterker: ze hebben van die hele Buckley nog nooit gehoord.

Grace

‘Eternal Life is now on my trail /
Got my red glitter coffin, man / just need one last nail…’
Toen de clip van Buckley’s debuutsingle Grace in high rotation ging op MTV, was het of iemand de ramen openzette. We schrijven 1994, het jaar van Reel 2 Real, 2 Brothers on the 4th Floor en 2 Unlimited. Ik deelde met mijn broer een zolderkamer waar we elk moment uit konden worden gezet – wat gebeurde – en was verworden tot spookstudent. Ik was 19, had geen vrienden, geen meisje. Dus las ik veel en luisterde ik naar muziek van voor mijn tijd.
De impact van Grace zal met het barre muzieklandschap te maken hebben gehad. Buckley, een dromerige jongen in die lange traditie van Amerikaanse misfits, vermengde de pathos van blues en operette en versterkte met zijn etherische stem een tekst waarin velen later de aanzegging van zijn vroege dood zouden lezen. Later, toen ik mezelf enigszins geschoold had, werd me duidelijk waarin de muzikale verrassing school. Buckley en co-auteur Gary Lucas gebruikten andere dan de standaard akkoorden, speelden met toonsoort en schuwden dissonanten en een maatsoort in 12/8ste niet. Buckley combineerde hart en ambacht, wat hem zeker niet de accidental hero van alternatieve rock maakte die velen in hem wilden zien, maar wel een talent van formaat.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten