maandag 3 augustus 2020

Voor Maarten Biesheuvel was de wereld één grote bedreiging en de aanjager van zijn wonderlijke verbeelding

postuumMaarten Biesheuvel (1939 - 2020)

Voor Maarten Biesheuvel was de wereld één grote bedreiging en de aanjager van zijn wonderlijke verbeelding

Maarten BiesheuvelBeeld Stefanie Grätz
Zijn debuut in 1972, na zijn eerste crisis, was meteen verpletterend. Daarna werd de manisch-depressieve Maarten Biesheuvel een van de geliefdste schrijvers van de jaren zeventig en tachtig. Literair criticus en schrijver Aleid Truijens gedenkt hem.
Aleid Truijens30 juli 2020, 13:48
Wat was zijn beste verhaal? Het allerbeste van de ongeveer tweehonderd korte verhalen die hij publiceerde? Ik neig naar de verhalen in zijn debuutbundel In de bovenkooi uit 1972. ‘Brommer op zee’ bijvoorbeeld, waarin de jonge zeeman ’s nachts een man op een brommer over de golven naar het schip ziet rijden; de volgende ochtend lachen zijn maten hem honend uit als hij het vertelt. Of ‘De heer Mellenberg’, over een medepatiënt van de ik-figuur in het gekkenhuis die er geniaal eenvoudige theorieën op nahoudt; zelf denkt de ik dat hij de Verlosser is. Of toch ‘Een dwaze hoogleraar’, waarin een malle professor een blok ijs per fiets door de woestijn vervoert? En ach, het hartverscheurende ‘Inwijding’. Daarin nemen ruwe zeelui het ketelbinkie te grazen, de bleke gymnasiast met het brilletje; ze dompelen hem onder in afgewerkte olie; de jongen beseft dat hij er nooit bij zal horen.
Misschien denk ik meteen aan die eerste bundel omdat dat debuut van Biesheuvel zo verpletterend was. Het was verbluffend: iemand die met even groot gemak schreef over absurde fantasieën en over zijn wanen en angsten als over de rauwe werkelijkheid of zijn gelukkige jeugd. Een schrijver die de wetenschap overschat durfde te noemen, die Karel van het Reve als God beschouwde en God een prutser vond. Deze verhalen waren soms volslagen idioot, maar altijd kraakhelder geschreven, met een bijtende ironie en genadeloze zelfspot. Wat een schrijver. Wat een authentiek talent.
Gerrit Komrij was een van de eerste recensenten die Biesheuvel bejubelden. Hij noemde hem ‘een meester in absurd cynisme, in surreële logica’. Ook wees hij op zijn verwantschap met de 19de-eeuwse humoristen. Al snel volgde de gehele vaderlandse literaire kritiek. Biesheuvel werd een van de geliefdste schrijvers van de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw, ook onder jongeren.

Martientje

De hoofdpersoon in de autobiografische verhalen heet Maarten. Maarten was hij voor zijn vrienden, Martientje voor zijn vrouw Eva, maar als schrijver was hij J.M.A. Biesheuvel. Jacobus Maarten Arend Biesheuvel werd op 23 mei 1939 te Schiedam geboren, als vierde in een gereformeerd gezin met vijf kinderen. Maarten voelde zich in die begrensde wereld met duidelijke regels, bij zijn lieve ouders, volkomen veilig. Hij had een gelukkige jeugd, ondanks dat de oorlog uitbrak toen hij 1 jaar oud was en hun huis werd gebombardeerd. 
Zijn vader, archivaris op de scheepswerf Wilton-Fijenoord, opende voor hem de wereld. Samen gingen ze op stap, naar de stad, naar zee, naar de haven: ‘Vader ik ben zo gelukkig, zei ik.’
Gelukkig was hij ook met Eva, het meisje dat hij leerde kennen op het gymnasium, dat altijd bij hem bleef, ook tijdens perioden van grote angst en gekte. Toen Maarten een baantje had als bibliothecaris, nam zij óók een baantje op zijn afdeling, om dicht bij hem te zijn als het niet goed ging. Ze zag, hoewel ze dol op kinderen was, af van het moederschap. Ze was bang dat die ook psychische problemen zouden hebben. Eva was zo geruststellend gewoon en nuchter dat zij het beste kon beoordelen welke verhalen de lezers goed zouden vinden. In 2018 stierf ze, hem reddeloos alleen achterlatend.

Crisis

Op zijn 27ste, in 1966, ging het voor de eerste keer mis. Biesheuvel raakte in een diepe crisis. De wereld werd één grote bedreiging. God bleek machteloos. ‘Van dag tot dag wordt de wereld een grotere etterbuil’, zou hij schrijven. ‘Goed, dan zal God de wereld geschapen hebben, maar wat heeft Hij daarna gedaan? Niets, helemaal niets.’ Biesheuvel moest worden opgenomen; de opname waarover hij schrijft in zijn debuutbundel.
Het was een begin van een leven als psychiatrisch patiënt, een leven lang pillen slikken; hij noemde zijn kwaal zonder omhaal ‘krankzinnigheid’, en de psychiatrische kliniek ‘het gekkenhuis’. De medische diagnose luidde ‘manisch-depressief’. 
De ziekte sloopte hem langzaam. Was zij aanvankelijk de aanjager geweest van zijn wonderlijke verbeelding en zijn bijzondere kijk op de wereld, en was het schrijven een tijdlang ook zijn redding geweest, op den duur belette de ziekte hem het schrijven. Hij publiceerde vanaf 1995 steeds minder. Met lange tussenpozen leverde hij soms nog een verhaal af, tot vreugde van zijn lezers. Hij werd niet vergeten. In 2007 kreeg hij de P.C. Hooftprijs; in 2015 werd er een korte-verhalenwedstrijd naar hem vernoemd.
Maar Biesheuvel werd toch vooral een aandoenlijke man. Gretig bezochten interviewers hem en Eva, in het schattige houten huisje in Leiden waar zij woonden met tientallen katten, een hond en een geit. Zijn gekte stond garant voor hilarische quotes. Hij werd een komiek type. Een man die te pas en te onpas liederen van Schumann zong en die in tranen uitbarstte bij het voorlezen van zijn en andermans verhalen. Je zou bijna vergeten wat een geweldige schrijver hij was.
Biesheuvels allerbeste? Ik kies toch voor ‘Reis door mijn kamer’, uit de gelijknamige bundel uit 1984. Zijn wereld was toen al gekrompen. De reis ging niet over wereldzeeën maar door zijn eigen werkkamer, die rijke bron van verhalen, herinneringen en gematerialiseerde liefde. De reis voert langs zijn moeders tas, met de boldootzakdoekjes, de tekentafel van zijn vader, de poster van de geliefde Marilyn Monroe, de foto van de diep bewonderde Nabokov, de oude Remington-schrijfmachine - en zo verder; ‘een lunch zal worden gebruikt ter hoogte van de boekenkast en na de middag bent u vrij’. 
Voor een groot schrijver is het meest futiele genoeg. Een ongekend schrijftalent, dat had hij.
Lees eerdere stukken over Maarten Biesheuvel
Op visite bij Maarten Biesheuvel
Maarten Biesheuvel vierde zijn tachtigste verjaardag vorig jaar zonder zijn geliefde Eva, die een half jaar eerder overleed. Hoe gaat hem dat af? De Volkskrant ging bij hem langs voor een interview. ‘Alle pret is ervan af.’
Maarten stuurde zijn muze Eva briefjes uit het ‘gekkenhuis’: ‘Eigenlijk ben ik nog steeds verliefd’Eva Biesheuvel-Gütlich (80), echtgenote en muze van Maarten, overleed op 20 november 2018 aan de gevolgen van een hersenbloeding. Lees hier het postuum terug.
‘Als schrijver is hij niet gek, als Maarten Biesheuvel wel’
In september 2018 sprak de Volkskrant Maarten uitgebreid in inrichting Rivierduinen en thuis, in Sunny Home. Lees het hier terug.
Kort verhaal
In de zomer van 2015 riep de Volkskrant het korte verhaal ‘Het wonder’ van Maarten Biesheuvel (1939 - 2020) uit tot een van de mooiste verhalen ooit in dit genre. Lees het korte verhaal hier in zijn geheel terug. 



Geen opmerkingen:

Een reactie posten