even (3 weken) in Nieuw Zeeland / 3 weeks (only!) in New Zealand / 3 semaines seulement (hélàs!) en Nouvelle Zélande!....
en dan / nu alles en nog wat / des choses et d'autres ensuite / allerlei dann bzw. jetzt / other things which now matter (to me!)
maandag 25 oktober 2021
Boek van de week
Als een jonge Angela Merkel net is afgestudeerd als natuurkundige wordt ze benaderd door twee Stasi-agenten.
Ze willen haar inzetten als informant. Hoe ze zich daar onderuit wurmt
is een van de opvallendste anekdotes uit de nieuwe biografie van
Ralph Bollmann. Onze recensent is razend enthousiast over dit
encyclopedische werk (●●●●●), waaruit een beeld oprijst van Merkel als eeuwige buitenstaander.
Bioscoop Tuschinski bestaat honderd jaar en laat voor even de jaren zeventig herleven met Turks Fruit en Soldaat van Oranje
De grote zaal van Pathe bioscoop Tuschinski.Beeld ANP Kippa Koen van Weel
Bioscoop
Tuschinski, gebouwd als droompaleis voor het volk, bestaat honderd
jaar. Er is een jubileumboek, en dit weekend worden filmklassiekers Turks Fruit en Soldaat van Oranje er opnieuw vertoond.
Als je op een willekeurige vrijdagavond in het jarige Theater
Tuschinski naar de film wil, kan het maar zo gebeuren dat dat niet lukt.
Dat je bij de imposante entree komt en de bioscoop bijna geheel blijkt
afgehuurd door een bedrijf, zoals vorige week, door een bandenproducent.
Even struinen door de prachtige gangen kan dan niet, de laatste James
Bond zien evenmin.
Een paar dagen eerder lag hier de rode loper nog uit voor de première van Benedetta,
het langverwachte pikante nonnendrama van Paul Verhoeven. Volgens een
jonge Pathé-medewerkster aan de kassa in de belendende Abraham-bar, die
deze vrijdagavond wel open is, waren sommige genodigden al geshockeerd
door de filmposters in de hal, waarop de blote borst van een non deels
te zien was. Ze hadden de film nog niet eens gezien.
Still uit de film ‘Turks Fruit’ met Rutger Hauer en Monique van de Ven.
Dan waren de jaren zeventig toch een stuk minder preuts. In
februari 1973 ging in Tuschinski de eerste grote hit van Verhoeven in
première: Turks fruit, naar het boek van Jan Wolkers. Ter
promotie van de film werden van te voren naaktfoto’s van de spelers
verspreid. Het werd een van de succesvolste Nederlandse films ooit. En
vier jaar later ging de rode loper uit voor een andere grote hit van
Verhoeven: Soldaat van Oranje.
De foyer van Tuschinski.Beeld ANP Kippa, Koen van Weel
Klassiekers opnieuw vertoond
Beide klassiekers worden komend weekend nog eens in de originele
35-millimeter-print vertoond, in aanwezigheid van makers van toen. Onder
hen ook Soldaat van Oranje-acteur Jeroen Krabbé, die destijds met zijn
tegenspeler Rutger Hauer in rokkostuum op de motor aan kwam rijden bij
de fameuze bioscoop. De film leverde hun een Hollywood-status op. Het
was de eerste filmpremière waarbij ook de koninklijke familie in de
stalles zat.
Koningin Juliana vertelde Krabbé na afloop dat zij haar hart had
vastgehouden hoe haar moeder, Wilhelmina, door Andrea Domburg zou worden
gespeeld. Ze was opgelucht. En ze moest zelfs breeduit lachen om de
scène waarbij Domburg er getuige van was dat Krabbé de liefde bedreef
met een Britse secretaresse.
Het is allemaal te lezen in het jubileumboek Theater Tuschinski 100 jaar van
filmjournalist Robbert Blokland, waarin honderd jaar geschiedenis tot
leven komt door interviews met onder anderen acteurs, producenten en
regisseurs.
Still uit de film ‘Soldaat van Oranje’. In het midden Rutger Hauer en Jeroen Krabbé.
Krabbé kwam als jongen al veel in Tuschinski
Voor Krabbé heeft Tuschinski, met al z’n grandeur, nog steeds iets
magisch. Zijn moeder, Margreet Reiss, was een van de bekendste
filmondertitelaars van Nederland, vandaar dat hij als jongen al veel in
Tuschinski kwam. Zij vertaalde vanaf de jaren vijftig de meeste films
die in Nederland uitkwamen en werkte meestal vanuit de showroom boven in
de bioscoop.
Zijn Soldaat van Oranje-première in 1977 herinnert Krabbé zich als
een nationaal volksfeest. Buiten speelde een militair orkest, er waren
duizenden mensen op afgekomen. “Ik was de filmster waar ik als jongetje
van had gedroomd.” Voor de rode loper die bij dit soort gelegenheden
altijd in de drukke en smalle Reguliersbreestraat ligt uitgerold, worden
trams tegenwoordig omgeleid. Vroeger bleef de tram net zo lang wachten
tot iedereen weer binnen of verdwenen was.
In de jaren vijftig kende de bioscoop ook nog een voorprogramma.
Dan kwam er een jongleur, danser of goochelaar op het podium. En als er
enge films draaiden, richtte het Rode Kruis in de foyer een
EHBO-hulppost in om bezoekers te behandelen die waren flauwgevallen.
Lichtkoepel in de foyer van Tuschinski.Beeld ANP Kippa Koen van Weel
Abraham Tuschinski's droom
Voordat hij aan zijn Amsterdamse avontuur begon, had de
Pools-Joodse ondernemer Abraham Tuschinski (Brzeziny, 1886 – Auschwitz,
1942) al vier bioscooptheaters in Rotterdam laten bouwen. Maar zijn
droom was in de hoofdstad een bioscoop neer te zetten waar gewone mensen
zich even ver weg waanden van hun dagelijkse beslommeringen. Een
sprookjespaleis van internationale allure waar bij binnenkomst het
geluid wordt gedempt door dikke tapijten.
De barokke stijl die Tuschinski overal in het gebouw consciëntieus
toepaste was een mix van art deco, art nouveau en Amsterdamse School.
De porseleinen koffiekopjes en de serveersters met witte kapjes zijn er
niet meer, maar veel van het originele ontwerp binnen en buiten is
intact gebleven of hersteld. Reden voor het Britse magazine Time Out om de bioscoop begin dit jaar uit te roepen tot mooiste bioscoop ter wereld.
Grote verbouwing
In 2019 was de laatste grote verbouwing waarbij muren en wanden,
zo’n negenhonderd lampen en zelfs het authentieke Wurlitzer-orgel onder
het podium in oude glorie werden hersteld. Nicotinelagen werden
verwijderd, een goed aircosysteem werd aangelegd en zalen kregen nieuwe
stoelen.
De stoffen kwamen uit dezelfde fabriek waar Tuschinski ze in 1921
van betrok. Wat definitief verdwenen is, is de gymnastiekzolder. Dat is
nu zaal 4. Tuschinski was een van de eerste werkgevers in Nederland die
er bij personeel op aandrong dat zij moesten sporten.
De grote zaal van Tuschinski.Beeld ANP Kippa Koen van Weel
Waar alle bioscopen last van hebben, ontkomt zelfs een
legendarische bioscoop als Tuschinski niet aan: want waar popcorn is,
zijn muizen. In het jubileumboek vertelt regisseur Will Koopman dat ze
tijdens de vertoning van Komt een vrouw bij de dokter ineens een
servet over de vloer zag wandelen. Het bleek een muis te zijn met een
servet in zijn bek. Wel goed passend bij de entourage.
De films Turks Fruit en Soldaat van Oranje worden op 23 en 24 oktober eenmalig vertoond in Tuschinski, info: pathe.nl
Lees ook: Tuschinski: glamour en kunstzinnigheid
Zelfs de vloer áchter de electriciteitskasten in de kelder van Tuschinski
is van mooi tegelwerk voorzien. Tot in die allerkleinste details wilde
Abraham Tuschinski dat zijn bioscooptheater een ongekende luxe, glamour
en kunstzinnigheid zou uitstralen.
Ondanks alle historische verwijzingen hangt de nieuwe Asterix-strip niet de historicus uit. Asterix en de griffioen is het beste tot nu toe, ook al zijn de oorspronkelijke scheppers al overleden. Vier asterix’.
Pas
gearriveerde vluchtelingen slapen in Nederland in tenten en soms zelfs
op de grond. De azc’s zitten vol en er wordt naarstig gezocht naar
opvangplekken. Hoe kon dit gebeuren? In deze nieuwsbrief leggen we het uit. Frontex, de grensbewakingsorganisatie van de EU, is door een Syrisch gezin voor de rechter gedaagd. Het gezin werd slachtoffer van een illegale pushback. Omdat deze afschuwelijke signalen zich opstapelen, ondersteunt VluchtelingenWerk de rechtszaak zowel inhoudelijk als financieel. Verder in deze nieuwsbrief: De Joodse Emmy (83) en Yezidi Wahhab (25) werden allebei vervolgd om wie ze zijn. In een prachtige video praten ze samen over hun jeugdtrauma’s, hoop en veerkracht. En hoe wordt het beleid voor vluchtelingen weer succesvol? In haar column doet Roswitha van VluchtelingenWerk een concrete voorzet.
Grote zorgen over kwaliteit van de asielopvang
Alle azc’s zitten vol. In aanmeldcentrum Ter Apel slapen vluchtelingen met hun kinderen in grote tenten zonder privacy, soms zelfs op stoelen of de grond.
Door jarenlange bezuinigingen is de opvang constant gevuld en niet
ingericht om schommelingen van het aantal asiel- of
gezinsherenigingsaanvragen te kunnen opvangen. Het was wachten op het
moment dat het COA het niet meer aan zou kunnen. Dat is nu gebeurd.
Frontex,
de grensbewakingsorganisatie van de EU, is door een Syrisch gezin voor
de rechter gedaagd vanwege het schenden van fundamentele mensenrechten.
Het gezin werd kort na hun aankomst in Griekenland illegaal uitgezet
naar Turkije (een zogenaamde 'pushback') en kreeg geen kans op een
asielprocedure. Omdat deze afschuwelijke signalen zich opstapelen, ondersteunt VluchtelingenWerk de rechtszaak zowel inhoudelijk als financieel. Met deze unieke rechtszaak lanceren wij ook de internationale campagne #notonourborderwatch.
Emmy
(83) en Wahhab (25) liepen gevaar om wie zij zijn. Wahhab als Yezidi in
Irak, Emmy als Joods meisje in de Tweede Wereldoorlog. Haar hele
familie werd vermoord. In de prachtige video ‘Geef vrijheid een gezicht’
(13 min.) praten Wahhab en Emmy samen over oorlog, vluchten en
vrijheid. Bekijk de video, die ook beschikbaar is als lesmateriaal voor
docenten!
Op
de bijeenkomst 'Hoe maken we beleid voor statushouders tot een succes?'
̶ georganiseerd door het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) ̶ droeg
Roswitha Weiler van VluchtelingenWerk een column voor waarin ze pleit voor een andere aanpak van het vluchtelingenbeleid en doet daarin een concrete voorzet. ‘We moeten voorkomen dat we vol goede intenties blijven voortmodderen.’
De
dag na haar verblijfsvergunning en zonder één euro op zak startte de
Syrische Zina haar eigen cateringszaak in Nederland. Het werd direct een
groot succes. Zina: 'Als je iets wilt, moet je er ook voor gáán.
Al mijn recepten zijn van mijn oma, mijn grote inspirator. 's Zomers in
Syrië maakten we samen kersenjam en droogden we paprika’s en tomaten in
de zon om er puree van te maken.’
Meer dan 40.000 mensen ondertekenden onze petitie ‘Geef Afghanen bescherming’. Twee weken geleden overhandigden wij de petitie aan diverse Kamerleden.
Uit handen van VluchtelingenWerk en de Afghaanse Parwana ontvingen de
Kamerleden de dringende oproep werk te blijven maken van een
ruimhartiger bescherming van Afghaanse vluchtelingen en zich
onverminderd in te blijven zetten voor de evacuatie van achtergebleven
Afghanen.
Korte verhalen De Franse schrijver Larbaud beschouwde zijn kindertijd als zijn verloren paradijs. In Kinderscènes zijn negen verhalen gebundeld over kinderen, voor volwassenen.
‘Laat mij mijn kindertijd weer oppakken, daar waar ik was
gebleven’, zei Valery Larbaud. Hoewel hij als kind ziekelijk was en zijn
moeder hem regelmatig meenam naar kuuroorden, beschouwde hij zijn
kindertijd als zijn verloren paradijs, een tijd ook die hij in zijn werk
nooit helemaal achter zich heeft gelaten.
Larbaud werd in 1881
geboren in Vichy, in de ‘gouden driehoek’ in het hart van Frankrijk.
Zijn vader was apotheker; hij ontdekte de heilzame werking van het water
uit de bronnen van St. Yorre en werd schatrijk. Valery heeft dan ook
nooit hoeven werken. Wel hield zijn moeder hem, na de dood van haar man,
financieel kort; ze was bang dat hij zijn erfenis over de balk zou
smijten.
Voor het voortzetten van de zakelijke belangen van de
familie bleek Valery niet geschikt. Als jongen was hij een verlegen
dromer, die zich terugtrok in zijn fantasiewereld. Als volwassen man was
hij een lezer, schrijver, reiziger en kosmopoliet, die de kwaliteiten
van Europa bezong. Als passeur bracht hij vooral de Engelse literatuur in Frankrijk onder de aandacht. Bekend werd Larbaud met A.O. Barnabooth
(1913), een ironisch getoonzet fictief dagboek van een rijke
Zuid-Amerikaanse wereldreiziger die een luxe leventje leidt (in het
Nederlands vertaald als Dagboek van een miljardair). Net als
zijn alter ego Barnabooth reisde Larbaud graag door Europa; hij
installeerde zich in Engeland, Spanje of Portugal en zette zich aan
een vertaling. Ook ondersteunde hij schrijvers die hij bewonderde, zoals
James Joyce en Beckett.
Verliefd op een herderinnetje
Ondanks zijn blik naar buiten is Larbaud steeds bezig gebleven met de tuin van zijn kindertijd. In Kinderscènes
bundelde vertaalster Katrien Vandenberghe negen mooie korte verhalen
die allemaal een kind tot onderwerp hebben. Acht ervan verschenen in
1918 bij Gallimard, het negende wilde Larbaud pas later publiceren.
Verhalen
voor kinderen zijn het niet, Larbaud droeg ze op aan zijn volwassen
vrienden. ‘Het hakmes’ bijvoorbeeld, is opgedragen aan André Gide, de
man die hem binnenhaalde bij de Nouvelle Revue Française, het
toonaangevende literaire tijdschrift dat aan het begin van de twintigste
eeuw werd opgericht. ‘Het hakmes’ gaat over een achtjarige jongen uit
een aristocratisch milieu die tijdens zijn vakantie verliefd wordt op
een herderinnetje dat voor zijn ouders werkt. Omdat zij zich bij het
houthakken aan haar hand heeft verwond, doet hij hetzelfde – met opzet.
Niemand die zijn verliefdheid opvalt, behalve het jonge, jaloerse
twaalfjarige meisje dat op hem moet letten. Wreed is de kindertijd, hard
zijn de anderen – ook op die leeftijd. Larbaud geeft de jongen een paar
onzichtbare vrienden die zijn kant kiezen bij zijn confrontaties met de
volwassenen die alleen maar spreken over ‘veepacht, vruchtgebruik,
contract, hypotheken’. Met opzet schopt hij tegen de heilige huisjes van
de familie, de vereerde politicus Gambetta of de grootvader in wiens
voetstappen hij geacht wordt te treden. In de tussentijd denkt hij aan
zijn herderinnetje en zorgt hij onopvallend voor haar – totdat de
vakantie voorbij is.
Weggestuurd om ‘smeerlapperij’
Fijngevoelig
schrijft Larbaud, beeldend en poëtisch. Steeds blijft hij heel dicht
bij de gedachtewereld van zijn jeugdige hoofdpersonen. Ook als de
verteller een volwassene is die terugdenkt aan zijn of haar jeugd. Dat
is bijvoorbeeld het geval in het openingsverhaal ‘Rose Lourdin’, een
door de ogen van een beroemde artieste verteld verhaal. Ze denkt terug
aan haar verliefdheid op een meisje uit een klas hoger; ‘ik hield van
haar leven, elke druppel van haar bloed was me lief’. Het betreffende
meisje werd, tegelijk met een juf, vanwege ‘smeerlapperij’ van school
gestuurd. Geheimen wegen zwaar in de kindertijd en ze maken diep
ongelukkig.
Mooi is ook ‘Het uur met het gelaat’. Een jongen wacht
op de komst van zijn muziekdocent, die te laat is. Terwijl de tijd
verstrijkt en hij steeds meer hoopt dat hij niet zal komen opdagen,
verliest hij zich in het marmer van de schouw, waarin hij een gezicht
ziet. Samen maken ze een wandeling door een imaginair bos, op een ‘pad
van duizend geheimen’. Zo weet Larbaud in zijn poëtisch proza steeds ‘de
bekoring van de primitieve opwelling’ te bewaren, zoals bewonderaar en
Larbaud-vertaler E. du Perron schreef.
In 1935 werd Larbaud door
een beroerte getroffen, waarna hij zich nauwelijks meer kon bewegen en
slechts met de grootste moeite kon spreken. ‘Jeunesse’ en ‘merveilleux’,
‘kindertijd’ en ‘buitengewoon’, behoorden tot de geringe woordenschat
die hij gedurende de resterende twintig jaar van zijn leven nog bezat.