maandag 10 september 2018

Voor 2,5 miljoen mensen is lezen en schrijven bijna niet te doen, twee van die mensen vertellen hier hun verhaal / Volkskrant

  
   
 
 



 Nederland telt 2,5 miljoen laaggeletterden van 16 jaar of ouder. Voor hen is de krant lezen of iets simpels als een formulier invullen bijna onmogelijk. Tijd voor actie, vindt de Stichting Lezen & Schrijven.

  
In een rijk land als Nederland moet een probleem als laaggeletterdheid veel steviger worden aangepakt, zegt Geke van Velzen, directeur van Stichting Lezen & Schrijven. ‘De aanpak van het probleem staat in geen verhouding tot de omvang ervan: slechts 5 procent van de laaggeletterden wordt op dit moment bereikt, en volgt cursussen om er iets aan te doen.’ 
In deze Week van de Alfabetisering (tot en met zondag) brengt Van Velzen het probleem onder de aandacht, ook in de hoop daarmee een taboe te doorbreken. Van Velzen: ‘Veel laaggeletterden durven er niet over te praten, dat maakt de stap naar taalles groter.’
Nederland telt 2,5 miljoen laaggeletterden van 16 jaar of ouder, blijkt uit een onderzoek van de OESO uit 2012. Laaggeletterden zitten onder het taal- of rekenniveau van mbo-2/3, en hebben bijvoorbeeld moeite met het lezen van bijsluiters en het invullen van belastingaangiftes. Ze zijn twee keer zo vaak werkloos als geletterden, en hebben doorgaans een slechtere gezondheid. 
Ook mensen die moeite hebben met rekenen vallen onder laaggeletterden. Het ministerie van OCW heeft de definitie in 2012 verbreed vanwege het belang van financiële kennis. Analfabeten vallen buiten de definitie.
Van de Nederlanders van 16-65 jaar heeft 12 procent moeite met lezen, 13 procent met rekenen - een meerderheid van hen worstelt met beide. 55 tot 65-jarigen en eerste generatie migranten zijn oververtegenwoordigd onder laaggeletterden. Meer dan de helft van de laaggeletterden heeft Nederlands als moedertaal.
Het probleem moet op verschillende niveaus worden aangepakt, zegt Geke van Velzen. ‘De regering, gemeentes, het onderwijs, werkgevers - iedereen kan hieraan bijdragen. We hopen ook dat professionals zoals artsen en schuldhulpverleners laaggeletterdheid eerder zullen herkennen, bijvoorbeeld als iemand keer op keer zegt dat hij zijn bril is vergeten.’
Het ministerie van OCW bespreekt op dit moment met betrokken partijen een ‘ambitieuze, gezamenlijke aanpak’ om laaggeletterdheid te bestrijden, aldus een woordvoerder. Deze aanpak wordt begin 2019 gepresenteerd. Ook heeft het kabinet het budget voor laaggeletterdheid structureel met 5 miljoen euro verhoogd.  

Graddie Jansen-van Leeuwen (72) uit Soest: ‘Ik ben weer goed in creatieve dingen’

Graddie Jansen-Van Leeuwen leest de Volkskrant. Foto Stefanie Gratz
‘Paf! Je zit weer te dromen hè?’ Graddie herinnert zich nog goed dat ze op school regelmatig met een liniaal op haar vingers werd geslagen. ‘De leraar dacht dat ik mijn best niet deed, als ik een paar bladzijden achterliep. Maar ik kon gewoon niet zo snel lezen.’
Vanaf de lagere school in Utrecht ging ze direct door naar de huishoudschool, waar ze tot haar grote opluchting op haar 14de werd weggestuurd. Ze ging  werken en wonen in een bejaardentehuis in Bussum.
Haar leesvaardigheid was sinds de basisschool nauwelijks verbeterd. Met zinsopbouw had - en heeft - ze moeite. ‘Als ik een volle pagina lees, wordt het een puinhoop.’ Of ze zich daarvoor schaamt? ‘Nee, ik ben weer goed in creatieve dingen. Als ik iets niet begrijp, vraag ik het gewoon. Ik heb een goed geheugen.’ Graddie onthoudt beelden in plaats van woorden. ‘Als ik ergens ben geweest, onthoud ik de gebouwen en weet ik later zo weer terug te komen.’

Engels bij het ROC

Graddie maakt sinds 1970 poppen, onder meer voor Amerikaanse klanten. Om met hen te communiceren, volgde ze twintig jaar geleden een cursus Engels aan het ROC in Soest. ‘Daar zag ik pas hoe leuk school eigenlijk is. Ik was dus blij toen ze mij bij het ROC ook een cursus Nederlands aanboden.’
Ze leest sindsdien gemakkelijker, weet wat punten en komma’s betekenen, maar met bepaalde dingen heeft ze nog steeds moeite. ‘Bij apparaten die je koopt, krijg je tegenwoordig boekwerken, in allerlei talen. Ik vind het wel goed, denk ik dan.’ Zaken die ze eerst op het gemeentehuis kon regelen, moeten tegenwoordig via internet - ‘een bak vol geschreven informatie’, volgens Graddies begeleider.
Bij het voorlezen van haar kleinkinderen raakte ze bij lange zinnen de draad kwijt, en verzon dan zelf verhaallijnen. ‘Ze zeiden altijd dat ik heel spannend kon vertellen. Ik heb een rijke fantasie.’ De kleinkinderen, nu tussen 8 en 14, weten dat hun oma worstelt met lezen, en bieden tegenwoordig aan haar voor te lezen. ‘Heerlijk, gezellig.’

Sluimerende woede

Het voorlezen van de Volkskrant gaat vloeiend, maar de tekst begrijpen is lastiger. ‘De nieuwe film van Spike Lee trilt van sluimerende woede… bij sluimeren denk ik aan iets langzaams, of aan een insect.’ Met haar hand verbeeldt ze een spin die over de krant kruipt. ‘Gaat dit over een film die voor woedende reacties heeft gezorgd?’
De kop ‘Werkt Rus straks tot zijn dood?’ begrijpt Graddie wel. ‘Ik neem aan dat Rus een afkorting is voor de Russen. Die krijgen straks geen pensioen meer, denk ik. Al staat daar nog een vraagteken.’
‘Die zinnen gaan maar door!’, zegt ze bij de column van Bert Wagendorp. ‘Ik snap niet wat ik net heb gelezen. Korte zinnen vind ik veel prettiger.’ Andere suggesties: een witregel na een alinea, grotere letters (‘Het moet natuurlijk niet kinderachtig worden, maar één slagje groter moet kunnen.’) en eenvoudigere woorden. ‘Misère betekent slechte staat? Waarom schrijven ze dat dan niet?’ Even later, bij de kop ‘Banken oogsten kritiek’: ‘Oogsten is iets in de natuur binnenhalen. Ik begrijp wat ze ermee bedoelen, maar ‘krijgen’ was makkelijker geweest.’
Ze is gestopt met haar cursus Nederlands, maar houdt haar woordenschat op peil met het online spelletje Wordfeud. ‘Met mijn broers en zussen zit ik alsmaar te ‘feuten’. Met dat spelletje kun je alle woorden proberen. Als je een foutje maakt, keurt de computer het af, maar niemand anders merkt het. Ik heb veel fantasie, dus soms gok ik maar wat. Als het dan een bestaand woord blijkt te zijn, wil ik ook - ik ben een doordouwer - in het woordenboek opzoeken wat het betekent. Ik studeer dus tegenwoordig zelf.’

Marina Wapperom (53) uit Swifterbant: ‘Als ik iets moest ondertekenen, deed ik snel mijn arm in het verband’

‘Celibaat’, ‘onontwarbaar’, ‘hamerslag’ - de woorden drijven Wapperom tot wanhoop. Foto Stefanie Gratz
Nu kan ze erom lachen, maar gevaarlijk was het natuurlijk wel. Marina Wapperom (53) deed maar wat, toen ze haar twee astmatische kinderen pufjes en medicatie toediende. De juiste doseringen waren een raadsel. ‘Ik gaf ze een dienblad vol medicijnen. De volgende dag stond ik weer bij de huisarts.’
Door gebrekkige scholing kon Marina lange tijd geen woord - of bijsluiter - lezen. Op de basisschool in Harderwijk miste ze geregeld lessen omdat ze moest oppassen op haar broertje en zusje - vader was op werk, moeder kon niet voor de kinderen zorgen. Op de middelbare school liep Marina daardoor achter. ‘Van de leraar moest ik de planten water geven, het papier versnipperen.’
Geen wonder dus, dat Marina geen eindexamen deed en niet kon lezen en schrijven toen ze rond haar zestiende van de middelbare school af ging. Ze schaamde zich er dood voor. ‘Ik ben in Nederland geboren en naar school gegaan. Dan moet je kunnen lezen en schrijven, vinden veel mensen. Ik kon dat niet.’

Geheim

Ze probeerde dat op allerlei manieren te verbergen. ‘Als ik iets moest ondertekenen, deed ik snel mijn arm in het verband, dat ik altijd in mijn tas had zitten.’
Zelfs haar man en kinderen wisten lange tijd van niets. ‘Ik vroeg altijd of mijn man iets wilde regelen. Mijn man was en is heel zorgzaam, hij deed dat altijd. Pas toen we ons gingen verloven, heb ik het hem verteld.’
Haar woonkamer was haar wereld. ‘Ik kon met niemand meepraten, wist nergens iets vanaf. En als ik dan met iemand in gesprek was, blokkeerde ik.’ Bovendien: hoe kom je ergens als je geen straatnamen of verkeersborden kunt lezen?’ Ze ging nooit naar de supermarkt, omdat ze geen idee zou hebben wat ze in haar mandje had gegooid. ‘Je moet overal kunnen lezen.’

Leergierig

Door haar angst om met anderen in gesprek te gaan, durfde ze geen cursussen te volgen. Ze kon daar niet meer onderuit, tot haar schoonzus haar vijftien jaar geleden met een smoes naar het ROC in Dronten lokte. Bij de test die ze daar deed, deed ze alles fout.
Er volgde een cursus Nederlands, speciaal voor laaggeletterden, waardoor het lezen steeds beter ging. Vorig jaar las ze zelfs de hertaalde versie van Het dagboek van Anne Frank. Toen ze eraan begon, viel ze door de inspanning na vijf regels in slaap. Maar nu wil ze ook andere boeken lezen. ‘Ik ben leergierig geworden.’

Stapje hoger

Haar zelfvertrouwen is enorm toegenomen, blijkt ook uit het gesprek, waarbij ze vaak lacht en zich kwetsbaar opstelt. Nou ma, zei haar zoon deze week, je mag wel een stapje terugzetten. ‘Nee, ik stap steeds hoger! Pas nu durf ik tegen hem in te gaan. Hij is 26.’
Toch blijft het lezen van de Volkskrant van 30 augustus vooralsnog een intimiderende ervaring. Korte, gebruikelijke woorden vormen geen probleem. Andere woorden op de voorpagina, zoals ‘hamerslag’, ‘onontwarbaar’, ‘sluimerend’ en ‘celibaat’ drijven haar tot wanhoop. ‘Sorry, dit zijn te moeilijke woorden. Ik krijg het er warm van.’
Haar wijsvinger houdt haar tempo bij. Foto Stefanie Gratz
Ze leest de woorden staccato voor, terwijl haar wijsvinger haar tempo bijhoudt. De moeilijke woorden slaat ze over; ze zegt dan ‘moeilijk woord’ en gaat door met de zin. Later keert ze daarbij terug, en leest ze die letter per letter. De letters spreekt ze fonetisch uit, zoals dat op de basisschool gaat.
Als ze de voorpagina - waar geen groot artikel staat - omslaat en bij pagina 2 en 3 aankomt, zakt de moed Marina helemaal in de schoenen. ‘Oh nee, hier hoef ik niet aan te beginnen. Dit is véél te druk. Ik zie nu één groot zwart vlak, sorry.’ Wat als op zo’n drukke pagina belangrijke informatie staat? ‘Ik heb daar een trucje voor: ik gebruik dan het vergrootglas op mijn telefoon. Daar kan ik dan een paar woorden mee lezen.’

Start!-krant

Korte zinnen, geen ingewikkelde formuleringen, en in de artikelen wordt weinig voorkennis van lezers verondersteld. De Start!-krant is een krant voor laaggeletterden, waarvan wekelijks een digitale versie verschijnt. Maandelijks wordt een papieren versie verspreid in buurthuizen, bibliotheken en scholen.
De Start!-krant is ‘gewoon een krant’, zegt Marianne Verhallen, adjunct-uitgever van Eenvoudig Communiceren, uitgever van de krant. ‘We hebben nieuws over buiten- en binnenland, gezondheid en entertainment.’ Op de voorpagina van de september-editie: de warme zomer, Maarten van der Weijden, de doorbraak in de zaak-Nicky Verstappen en de Pride Amsterdam.
Daarnaast bevat de krant ook lesmateriaal, zoals opdrachten voor begrijpend lezen en rekensommen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten