maandag 26 juni 2017

Schoonheid is maakbaar, laat Robert Mapplethorpe zien / Trouw

Alles klopt aan de foto's van Robert Mapplethorpe. Hij heeft hard gewerkt aan die technische perfectie. En aan zijn status als sterfotograaf. De Kunsthal toont een overzicht van zijn werk.
De meest besproken foto van Robert Mapplethorpe mocht uiteraard niet ontbreken op het grote overzicht van zijn leven en werk in de Kunsthal in Rotterdam. 'Man in polyester suit' toont het middenrif van een zwarte man in een goedkoop driedelig pak, met zijn geslachtsdeel uit de gulp. Sinds Mapplethorpe (1946-1989) in 1980 deze foto maakte, is er gedoe over geweest. Veel meer nog dan over zijn andere 'expliciete' foto's: het verhullende woord dat steevast opduikt als het om zijn naakten en seksueel getinte werk gaat. Anderhalf jaar geleden was het ook weer raak, toen nummer 7 uit de oplage van 15 van 'Man in polyester suit' werd geveild in New York. Het was met een richtprijs rond de drie ton hét topstuk, maar veilinghuis Sotheby's plaatste geen afbeelding op de cover van de catalogus. Ook The New York Times die over de veiling berichtte - de foto werd afgehamerd op 425.000 euro - liet geen beeld zien.
Trouw toont de foto ook niet. Waarom niet? Omdat het dan wéér vooral over dit ene werk gaat, wat maar zou afleiden van zijn andere foto's. Want als dit retrospectief één ding duidelijk maakt, is het wel dat Mapplethorpe grossiert in iconische beelden.
In alles streeft hij naar wat hij zelf 'perfectie in vorm' noemt
Of hij nu beroemdheden portretteert, zijn vrienden en zichzelf afbeeldt, de benen van een bodybuildster, mannenbillen of bloemen fotografeert, alles klopt aan zijn foto's. Het zijn stuk voor stuk uitgebalanceerde composities. Over de belichting op de overwegend zwart-witbeelden is tot in de kleinste details nagedacht. Het is de technische perfectie ten top. Daar kan Photoshop niet tegen op.
Tekst loopt door onder afbeelding
'Poppy' (1988). De foto's zijn aangekocht door het Los Angeles County Museum of Art en The J. Paul Getty Trust met steun van The Robert Mapplethorpe Foundation, the J. Paul Getty Trust en van The David Geffen Foundation. ©RV
Schoonheid is maakbaar, laat Mapplethorpe zien. Of het nu om de verstrengeling van twee klaprozen gaat, twee dansende naakte mannen, de sensuele bloemblaadje van een tulp of de spiegelgladde hoofden van een zwarte en witte man, die allebei aan een ziekte lijden waarbij alle lichaamsbeharing verdwijnt. In alles streeft hij naar wat hij zelf 'perfectie in vorm' noemt.

Slijten en kapotgaan

Nu had de fotograaf ook wel een goed oog voor sexy en mooie mensen met een bijzondere uitstraling. Zijn belangrijkste muze was de zangeres en dichteres Patti Smith. Ook adoreerde hij het lichaam van bodybuildster Lisa Lyon en dat van model Phillip Prioleau. Maar ook oudere kunstenaars als Andy Warhol, Louise Bourgeois en Alice Neel, krijgen we via zijn ogen te zien zoals we hen nooit zagen.
Sowieso zitten er heel veel portretten bij van vrienden en bekenden uit de kunstwereld en de homoscene van de jaren tachtig in New York. Leven en werk liepen bij hem naadloos in elkaar over. Je ziet sommigen - en uiteindelijk ook Mapplethorpe zelf - stilaan slijten en kapotgaan, is het niet aan de drank, dan wel aan aids. Maar zelfs dan blijven het gruwelijk mooie portretten, zoals ook zijn laatste zelfportret, kort voordat hij zou overlijden aan aids. Daarop beeldt hij zich af met een wandelstok met een handvat in de vorm van een schedel. Door de zwarte achtergrond lijkt zijn hoofd te zweven.
Te­rug­kij­kend op zijn leven kun je stellen dat Map­plethor­pe wel­over­wo­gen en hard heeft gewerkt aan de status van ster­fo­to­graaf
Als hij een paar honderd jaar eerder was geboren, was hij beeldhouwer geworden, heeft hij eens gezegd. Je snapt wat hij bedoelt als je ziet hoe hij met zijn camera de huid van zijn modellen 'streelt', zodat die haast voelbaar wordt. Net zoals zijn bloemstillevens iets sculpturaals krijgen. Overigens hield hij helemaal niet van bloemen. Hij vond het vreselijk toen zijn mecenas en minnaar Sam Waggstaf hem die ooit stuurde. Maar het bracht hem wel op het idee om het bloemstilleven met zijn camera nieuw leven in te blazen. Ook uit commerciële overwegingen, want met foto's van bloemen zou hij een groter publiek bereiken dan met zijn (homo)erotische fotografie - en zo nóg beroemder worden.

Eeuwige roem

Dat is ook een kant van Mapplethorpe: een van zijn grootste drijfveren was zijn verlangen naar eeuwige roem. Dat had te maken met zijn afkomst. Hij groeide als derde van zes kinderen op in een druk, conservatief middenklassegezin. Zo'n leven wilde hij niet. Op zijn zestiende, toen hij naar de kunstacademie ging, onttrok hij zich daaraan en stortte zich al snel in de wereld van seks, drugs en rock and roll. Andy Warhol was zijn grote idool, omdat die er als 'outsider' in was geslaagd een beroemd kunstenaar te worden. De glamourwereld en het succes van Warhol wilde hij ook.
Terugkijkend op zijn leven kun je stellen dat Mapplethorpe weloverwogen en hard heeft gewerkt aan de status van sterfotograaf. Al had hij wel het geluk om op het juiste moment de juiste mensen tegen te komen, zoals in 1972 Sam Wagstaff. Hij was een prominent figuur in de kunstwereld en de ideale 'kruiwagen' om hem te introduceren bij galeriehouders en museumdirecteuren.
Ook zijn aantrekkelijke uiterlijk had Mapplethorpe mee, niet onbelangrijk in de wereld waarin hij verkeerde. Maar dat we nu kunnen genieten van zijn vele iconische beelden, komt toch vooral door zijn drang om altijd te streven naar 'perfectie in vorm'. Of het nu om mannenruggen in een erotische scène gaat of anjers in een vaas, maakte voor hem nauwelijks verschil. Als mensen ook zó naar zijn foto's kijken, zien ze geen aanstootgevende beelden maar kunst.
De expositie 'Robert Mapplethorpe, een perfectionist' is t/m 27 augustus te zien in de Kunsthal in Rotterdam.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten