even (3 weken) in Nieuw Zeeland / 3 weeks (only!) in New Zealand / 3 semaines seulement (hélàs!) en Nouvelle Zélande!....
en dan / nu alles en nog wat / des choses et d'autres ensuite / allerlei dann bzw. jetzt / other things which now matter (to me!)
We
willen jou hartelijk bedanken voor jouw steun het afgelopen jaar. Met
jouw hulp konden we het verschil maken voor vluchtelingen. Vluchtelingen
zoals de Afghaanse tolk Farhad. Samen met jou streden we voor hem bij
de politiek – en met succes!
Samen in actie in 2019
Samen
met jou komen we in actie voor mensen die moeten vluchten voor oorlog
en geweld en in Nederland bescherming krijgen. Mensen die we een veilige
plek in Nederland willen bieden, in het azc en in de gemeente waar ze
uiteindelijk gaan wonen. Maar ook online en in de media.
Afghaanse
tolken die zich hebben ingezet voor de internationale militaire missies
in Afghanistan krijgen voortaan bescherming als zij asiel aanvragen in
Nederland. Tolken zoals Farhad, die 13 jaar als tolk werkte voor de
internationale troepen. Eindelijk is er een einde aan zijn jarenlange
onzekerheid!
Nu
de wachttijden bij de IND extreem zijn opgelopen, denkt columnist Hazem
Darwiesh terug aan zijn asielprocedure en de wanhoop die hij ervoer
tijdens het lange wachten. 'Het was een dodelijke periode. Ik was
eindelijk ontsnapt uit het Midden-Oosten, maar toch verslechterde mijn
situatie in
Nederland alleen maar verder. Ik was alles kwijtgeraakt, maar kon alleen
maar piekeren over mijn nog onbekende toekomst. Het was ondraaglijk.'
Veelgestelde vragen over asiel krijgen in Nederland
Wat
zijn vluchtelingen, asielzoekers en statushouders? En hoe zit het met
asielzoekers uit zogenoemde 'veilige landen'? We hebben prangende vragen
op een rijtje gezet. Handig om achter de hand te hebben tijdens
borrelpraat en discussies over vluchtelingen!
Door
meerdere fouten bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst is
asielzoeker Ali al-Showaikh onterecht uitgezet naar Bahrein. Hij is daar
tot een levenslange gevangenisstraf veroordeeld. In het uitgekomen
onderzoeksrapport zien we onze kritiek op de desastreuze beslissing van
Ali's uitzetting
bevestigd.
Oorlogsfilm
Door twee jonge Britse soldaten op een levensgevaarlijke missie te
volgen, krijgt ‘1917’ de statische Eerste Wereldoorlog in beweging.
Korporaal
Schofield (George MacKay, midden) moet met zijn kompaan Blake
(Dean-Charles Chapman) dwars door het oorlogsgeweld een belangrijk
bericht afleveren, in ‘1917’.
Met Golden Globes voor beste drama en beste regie nestelde Sam Mendes’ 1917 zich
zondag ferm in de kopgroep van Oscarfavorieten. Terecht, want deze
ogenschijnlijk in één take en in ‘real time’ opgenomen excursie door
het niemandsland van de Eerste Wereldoorlog is een zenuwslopende
nagelbijter.
De plot: twee Britse koeriers moeten in de lente van 1917 op
klaarlichte dag naar de Duitse loopgraven van het Somme-front. Dat lijkt
een doodvonnis, maar de generale staf weet dat de Duitsers zich
tactisch hebben teruggetrokken op de compacte, extreem goed versterkte
Siegfriedstelling. Het probleem: twee ver opgerukte Britse bataljons
geloven dat de vijand op de vlucht is geslagen en willen ’s ochtends die
nieuwe Duitse positie bestormen. Een bloedbad dreigt voor 1.600
soldaten, tenzij koeriers Schofield (George MacKay) en Blake
(Dean-Charles Chapman) de aanval tijdig afblazen.
Dus daar gaan ze: ‘over the top’, bij het dode paard naar rechts,
onder het hangende lijk door het prikkeldraad en let op bomkraters: je
verdrinkt zomaar in de modder. De missie is een handig vehikel om de
statische Eerste Wereldoorlog in beweging te krijgen en maakt 1917 eerder
tot thriller dan oorlogsfilm. De vraag is niet zozeer of het duo op
tijd komt – twee bataljons zijn een abstractie – maar wie van beide
sneuvelt. Want dat vermoed je, en dat geeft 1917 aanvankelijk zijn wurgende spanning. 1917 doet net alsof hij in één onafgebroken take is
opgenomen. Zo’n wereld waar de camera ononderbroken doorheen glijdt
ervaar je als echter. Zoals regisseur Alejandro Iñárritu zei na zijn
ééntakefilm Birdman: „We beleven ons leven ook zonder montage.”
Lees ook een interview met regisseur Sam Mendes en cameraman Roger Deakins over ‘1917’
Het risico van die stijl is wel dat het stijf en gekunsteld oogt. 1917
blijkt daarvoor te meeslepend; het visuele concept dringt zich niet op,
hoewel de beelden vaak adembenemend zijn. Een soldaat die zijdelings
door een aanvalsgolf rent, een ellenlang ‘tracking shot’ van het groene,
vredige achterland naar de zandzakken, gewonden en hologige soldaten
van de voorste loopgraaf. De keuze voor relatief onbekende
hoofdrolspelers versterkt het realisme. Sterren als Colin Firth en
Benedict Cumberbatch komen kort opdraven om toch wat grote namen op de
filmposter te hebben.
Er valt best wat op 1917 aan te merken. Mendes schuwt de
oorlogsfilmclichés niet altijd. Een rustpunt waar de held even
huiselijke warmte beleeft voelt nogal kunstmatig, een obstakelkoers door
een ruïnedorp vol Duitse achterblijvers doet denken aan een videogame,
een kolkende rivier is een wat opzichtige truc om de held spectaculair
van A naar B te helpen. Maar de finale is weer zo magistraal dat al die
bezwaren wegsmelten. Het virtuoze 1917 is een ervaring die ik niet graag had gemist.
Schrijvers zijn
onsterfelijk. Of beter gezegd: de schrijvers zelf zijn sterfelijk, maar
hun woorden leven voort. In romans, dichtbundels, essays. In brieven,
manuscripten, dagboeken. We staan aan het eind van 2019 stil bij enkele
schrijvers en dichters die de literaire wereld dit jaar zijn ontvallen.
door Bertram Mourits
Bea Vianen (1935-2019) - Urenlang dromen van een einde
Bea Vianen
Romanschrijfster Bea Vianen maakte begin
jaren zeventig furore met haar autobiografische romans. Ze gaven een
vlijmscherp beeld van Suriname, liefdevol en kritisch. Naarmate haar
schrijverschap vorderde, werd ze echter steeds meer een dichter, die
probeerde koortsige dromen in beelden te bezweren. Ze overleed op 6
januari 2019 in haar geboorteplaats Paramaribo, op 83-jarige leeftijd.
In
1974 keek Vianen al vooruit naar het eind van haar leven, in een
gedicht dat ‘Echtbreuk’ heet. Ze was toen nog niet eens op de helft,
hoewel ze haar hoogtijdagen als schrijfster achter de rug had. Maar dat
kon ze toen nog niet weten.
Ik droomde dat ik aan
mijn laatste rustplaats stond.
De koningspalmen langs het schelpenpad
ruisten bescheiden en de krekels schenen
met elkaar te hebben afgesproken, ieder
afzonderlijk en met zachte halen het uur te doen.
Eli Asser (1922-2019) - Lichtheid bleek in het leven moeilijk aan te brengen
Eli Asser
Eli Asser werd veelal geprezen om zijn
veelzijdigheid en zijn lichtheid, vooral omdat die laatste onontkoombaar
geworteld was in het verdriet dat de oorlog had veroorzaakt. Zijn
ouders, broer en zuster werden in Duitsland vermoord, en zelf werkte hij
in een Joodse psychiatrische inrichting; met naar eigen zeggen een
levenslang schuldgevoel van de overlevende als resultaat. Een
schuldgevoel dat hij te lijf ging met de wens ‘de mensen een beetje
plezier te geven.’
Dat probeerde hij dus te doen met liedjes,
toneelstukken, tv-series, die vol staan met regels en wendingen die tot
het Nederlandse collectieve geheugen zijn gaan behoren: ‘We benne op de
wereld om mekaar te hellepen, niewaar?’ of: ‘Het zal je kind maar
wezen.’ Hij overleed op 25 januari, op 96-jarige leeftijd. Lees meer over het bewogen leven van Eli Asser.
Shrinivāsi (1926-2019) - Ademloos voordragen in vele talen
Shrinivāsi en Astrid Roemer in 1977
Het is nieuws in augustus 1966, voor Amigoe
di Curaçao, het ‘dagblad voor de Nederlandse Antillen’: ‘Dichter M.
Lutchman terug op Antillen.’ Drie jaar lang had Martinus Lutchman in
Nederland geleefd. Het bericht meldt onder andere dat hij daar een
lerarenopleiding Nederlands heeft gevolgd. Niet afgemaakt, maar dat zit
hem niet dwars: ‘Ik ben nu veel rijper en gelukkiger en kan meer doen.’
Lutchman,
dichtersnaam Shrinivāsi, bleef als dichter een een regelmatige en graag
geziene gast in Nederland, onder meer op het festival Winternachten.
Toch verscheen hier pas in 1984 een bundel van hem, al was dat meteen
een omvangrijke bloemlezing uit zijn werk. Hij had andere wegen om
gehoord te worden dan Nederlandse uitgevers; en hij beperkte zich niet
tot één taal. Zijn bundel Oog in oog (1974) was deels in het
Spaans, in veel andere bundels staan gedichten in het Sarnami, een
Surinaamse variant van het Hindi, en toen hij in Frans-Guyana verbleef,
schreef hij enkele gedichten in het Frans.
Hij overleed op 26 januari, anderhalve maand na zijn 93ste verjaardag. Lees over het werk van Shrinivāsi, een eerbetoon aan taal.
Patty Scholten (1946-2019) - Een dubbelleven in strips en sonnetten
Patty Scholten en Kees Stip tijdens de opening van de
tentoonstelling ‘Vier lichte letterheren’ in het Literatuurmuseum, 15
april 1999. Foto: Rop te Riet
Weinig poëzielezers zullen hebben geweten dat
Patty Scholten onder de naam Patty Klein veertig jaar lang de
scenariste van de zeer succesvolle tienermeidenstrip Noortje is
geweest. Andersom zal waarschijnlijk niet één lezer van die strip ervan
op de hoogte zijn geweest dat zij een aantal dichtbundels heeft
gepubliceerd. Zij heeft deze twee disciplines dan ook altijd strikt
gescheiden gehouden: Klein (haar meisjesnaam) was voor de strips en
Scholten voor de poëzie.
In het slotsonnet uit haar laatste bundel (De ziel is een pannenkoek, 2011) beklaagt ze zich over de gebreken die de ouderdom met zich meebrengt, maar ze komt ook met een elegante oplossing:
Er is een oplossing. Elk mens wordt tachtig,
maar zonder ziektes, kwalen, iets verdachts.
En daarna sterven we spontaan, eendrachtig.
Een groots verjaardagsfeest, men speecht welsprekend.
De laatste gast komt pas om twaalf uur ’s nachts.
Het is de dood. Je hebt op hem gerekend.
Nadat Scholten in
februari van dit jaar voor haar vele verdiensten nog was onderscheiden
als ridder in de orde van de Nederlandse Leeuw, is zij op 15 maart in
Ede overleden. Lees over het dichtersleven van Patty Scholten.
R.A. Basart (1946-2019) - Schrijver van een klein, fijnzinnig oeuvre
R.A. Basart
Veel schreef hij niet, R.A. Basart, maar hij
woog zijn woorden zorgvuldig. In het midden van de jaren zeventig stond
hij op als dichter, in wat toen wel de ‘neo-romantische’ traditie werd
genoemd: technisch vaardige poëzie, speels en melancholiek, zoals in
‘Stof tot stof’.
Ouder worden is steeds minder
Komen en steeds minder gaan
Maar ga ik heen dan kom ’k terug, want
Vóór ik hier kwam was ik daar.
Basart zou na zijn tweede dichtbundel twintig jaar lang niets publiceren – en toen was daar opeens een roman: De laatste lach,
vol duidelijk herkenbare autobiografische elementen, want het boek ging
over een leraar Nederlands die tijdelijke roem had vergaard met zijn
poëzie maar die nu alleen nog maar wist te schrijven door elementen van
andere boeken te ‘lenen’.
Hij overleed op 25 juni. Zijn
correspondentie met W.F. Hermans, die hij bewonderde, werd door de
laatste zorgvuldig bewaard en bevindt zich nu in het Literatuurmuseum. Lees hier meer over de briefwisseling.
T. van Deel (1945-2019) - De bloei van Tom van Deel was tomeloos
Verstilde momenten, tijdopnames die de glans
van eeuwigheid krijgen – daar ging de poëzie van T. van Deel over. Zijn
oeuvre was klein, maar uiterst hecht en concies. Op 12 augustus overleed
hij, een man wiens leven in het teken stond van zijn hartstocht voor de
letteren.
Hij schreef jarenlang kritieken voor Trouw, maakte deel
uit van talrijke jury’s en was een van de eerste redacteuren van het
toonaangevende literaire tijdschrift De Revisor. Generaties studenten
Nederlands maakte hij vertrouwd met onze literatuur.
Als criticus
en docent is Van Deel altijd trouw gebleven aan zijn vroeg opgedane
opvattingen. Hij kwam uit de school van het tijdschrift Merlyn, dat de
tekst centraal stelde. Veel van zijn studenten, van wie een aantal
criticus is geworden, vertelden hoe de colleges bij hem verliepen: een
gedicht werd op een uitputtende manier gelezen en herlezen, waarbij alle
mogelijke varianten in betekenis aan het licht kwamen. Lees over Tom van Deel als gewaardeerd jurylid, criticus, dichter en mens.
Jules Deelder (1944-2019) - De dichter is niet meer
Jules Deelder
Jules Deelder schreef korte verhalen, hij was
nachtburgemeester van Rotterdam, hij was de beroemdste Sparta-fan van
Nederland (de voetbalclub maakte hem zelfs tot ‘lid van Verdienste’),
hij draaide jazz-plaatjes en was drummer. Hij was bekend van tv, hij
scoorde zelfs met reclame en het Rotterdam Museum verklaarde hem onlangs
min of meer officieel tot ‘Erfgoed’.
Maar bovenal was hij
dichter. Poëzie was het belangrijkst, die nam hij serieus: ‘Het is een
spel op leven en dood toch? Het is een ondergeschoven kindje, maar we
krijgen hem er niet onder.’
Wat hij ook deed, welk succes hij ook
boekte, hij bleef het visitekaartje trouw dat hij op zijn veertiende
maakte, en waarop hij liet zetten: ‘Jules Deelder. Dichter’. Wie op die
leeftijd denkt dat hij dichter is, blijkt het meestal niet te zijn, maar
Deelder wist heel goed wat hij was en hij bleef het zijn hele leven.
Hij overleed op 18 december, een maand na zijn vijfenzeventigste verjaardag. In memoriam: Jules Deelder, dichter.
Chawwa Wijnberg (1942-2019) - Ik moet in sprookjes kunnen wonen
Chawwa Wijnberg
Schrijvers zijn onsterfelijk. Zo ook Chawwa
Wijnberg, die 21 december overleed in haar woonplaats Middelburg, waar
ze begin deze eeuw stadsdichter was. Maart van dit jaar verscheen nog
een dichtbundel die als haar afscheid werd beschouwd, omdat ze kaal en
onopgesmukt schreef over de levensfase waarin ze zich bevond.
Bijvoorbeeld in het gedicht ‘Slijtage’:
Er is
een scherfje
van me af.
ja en kreukels
en hier
en daar een barst.
Dat Arjan Peters er in de Volkskrant
met lovende woorden over schreef, heeft haar vast goed gedaan. Want de
stilte in de literaire kritiek zat haar dwars, zo valt te lezen in de
correspondentie waarover het Literatuurmuseum beschikt.
Haar
carrière begon ze in het kielzog van Elly de Waard, bij wie ze begin
jaren tachtig poëzieworkshops volgde, en waaruit zowaar een nieuwe
dichtersgroep ontstond: de Nieuwe Wilden. Het waren vrouwelijke
dichters, die met een postmoderne vorm van expressionisme de aandacht
wisten te trekken, zowel met tekst als performance.
Zoals dat gaat
met groepen, deed die gezamenlijke identiteit haar geen recht, maar
Wijnberg kon het ook heel goed buiten een groep, en ze bleef dichten, al
publiceerde ze slechts incidenteel een bundel. Haar joodse achtergrond
speelt in haar werk een grote rol, zo werd ook in diverse necrologieën
terecht opgemerkt. Met grote subtiliteit schrijft ze niet alleen over de
joodse traditie, maar ook over de holocaust, waarbij ze het vermijdt om
grote woorden te gebruiken.
Haar eerste bundel verschijnt in 1989: Aan mij is niets te zien,
maar daar staat maar een klein deel in van de gedichten die ze in de
tweede helft van de jaren tachtig schreef. Ze was lange tijd op zoek
naar de juiste verhouding tussen feitelijkheid, geschiedenis, emotie en
verbeelding, zoals ook te zien valt in het typoscript van dit kleine
gedichtje.
Ze kiest ervoor om de woorden ‘grote
verdriet’ te schrappen, die heeft de goede verstaander niet nodig, en
krabbelt er nog een aantekening onder: ‘ik moet in sprookjes kunnen
wonen’. Sprookjes waren haar gedichten zeker niet, daarvoor was ze te
aards. Maar geloofwaardige poëzie schreef ze wel. Bekijk het werk van Chawwa Wijnberg op haar website.