De nieuwsbrief van vandaag gaat over een gevoelig thema, dat weet ik. Het roept altijd weerstand op als we het over de vleesindustrie hebben. We vertellen je vaak hoe grote voedselbedrijven de publieke opinie beïnvloeden en welke marketingtactieken ze daarvoor gebruiken. Maar op de een of andere manier denken veel mensen dat het bij de vleesindustrie anders is. Dat zij geen grote lobbyclubs en marketingbudgetten hebben om hun producten zo populair mogelijk te maken. Alsof zij de enige speler in de voedselindustrie zijn die nog wél voor natuurlijke, traditionele producten zorgt. Wij hebben er grondig onderzoek naar gedaan (link opent PDF, Engelstalig, 7,2 MB). We hebben gekeken naar hoe de vleesindustrie lobbyt en het maatschappelijke debat kleurt. Dat doen ze met succes. We spreken namelijk veel mensen die overtuigd zijn van hetzelfde beeld dat de industrie al jaren schetst: vlees is traditioneel, ambachtelijk, natuurlijk. Door dit dieper te onderzoeken weten we: dat beeld klopt grotendeels niet. Lees je mee? Belangrijke noot! We zullen als foodwatch nooit zeggen dat je geen vlees mag eten. Het enige dat we willen is dat de vleessector eerlijke informatie verspreidt en zich niet beter voordoet dan dat ze zijn. Oprechte transparantie, daar gaat deze discussie over. Wat jij eet, blijft jouw keuze |
Wat we ontdektenDe boerderij uit de reclamefolder bestaat bijna niet meer. Ja, er is de biologische, grasgevoerde koe die vrij in de wei loopt. Maar dat is veruit de minderheid: biologisch vlees heeft in Nederland een marktaandeel van slechts 2-3% van al het vlees dat wordt verkocht. De overgrote meerderheid van het vlees dat we eten komt uit een heel andere realiteit. Cijfers die tot nadenken stemmen:
We hebben het dus niet (meer) over de idyllische boerderijen van de reclame. Landbouw in de EU is met name industriële productie op grote schaal. Tachtig procent van de Europese landbouwsubsidies gaat naar slechts 20% van alle bedrijven: de grootste en meest intensieve. De hardwerkende boer met een minder grote boerderij profiteert hier juist niet van, die wordt zelfs uit de markt geprijsd.
|
En dan de ‘traditionele’ worstWe voeren campagne over en waarschuwen voor de risico’s van ultrabewerkt voedsel (UPF), daar horen jullie ons regelmatig over. Wat veel mensen niet weten: worst, spek en ham vormen in Europa de tweede grootste categorie ultrabewerkte voeding. En dan wordt vlees vaak door de eigen sector weggezet als ‘natuurlijk’, terwijl vegetarische alternatieven als ‘kunstmatig’ en ‘fabrieksmatig’ worden bestempeld. De tegenstelling tussen ‘natuurlijk vlees’ vs. ‘ultrabewerkte vegetarische alternatieven’ klopt dus niet. Er bestaat ultrabewerkt vlees én ultrabewerkte vegetarische alternatieven, net zoals er lichtbewerkt vlees én lichtbewerkte vegetarische alternatieven bestaan. |
Additieven via veevoerIn Europa is de discussie over strengere regels voor UPF in volle gang. Maar het risico is dat de vleessector hier buiten schot blijft. Woorden als 'traditioneel', 'ambachtelijk' en 'natuurlijk' zijn in de EU niet wettelijk beschermd. Producenten zetten ze groot voorop de verpakking, terwijl de toevoegingen (vaak allesbehalve natuurlijk) achterop in mini-lettertjes staan. Misleiding pur sang. En die toevoegingen zijn best schrikbarend: de EU staat namelijk meer dan 1.400 toevoegingen aan diervoer toe, tegenover ’slechts’ 338 in voeding voor menselijke consumptie. Via het vlees dat je eet, krijg je dus soms stoffen binnen die in voeding voor mensen helemaal niet zijn toegestaan.
|
Wat wij willenHet UPF-debat is te belangrijk om de vleesindustrie te laten wegkomen met een rol die haar niet toekomt: die van het louter gezonde, natuurlijke alternatief. Wij blijven ons hardmaken voor beleid dat uitgaat van de industriële realiteit, niet van het romantische plaatje. |



Geen opmerkingen:
Een reactie posten