zondag 10 november 2019

''Zet je stappen rustig en je zult merken dat de rust zich vermeerdert.''


Ook de katholieke kerk speelde een rol bij het vallen van de Muur

Podcast De Roomse Loper

Ook de katholieke kerk speelde een rol bij het vallen van de Muur

Beeld Maartje Geels
In de podcast De Roomse Loper praten Trouw-redacteur Stijn Fens en Vaticaankenner Christian van der Heijden u om de twee weken bij over de stand van zaken in de katholieke wereld.
Dertig jaar geleden viel de Berlijnse Muur. De DDR had haar eigen doodvonnis getekend. Dat gebeurde mede onder invloed van de protestantse protestbeweging. Minder bekend is de rol die de Katholieke Kerk speelde in de tijd die voorafging aan de Wende. 
In deze aflevering aandacht voor de figuur van kardinaal Joachim Meisner, rooms-katholiek bisschop van Berlijn (1980-1988), het moeilijkste bisdom ter wereld omdat het zowel Oost- als West-Berlijn omvatte.
Verder een vooruitblik op de apostolische reis van paus Franciscus naar Thailand en Japan. Er wordt een deel van het Japanse themalied ten gehore gebracht dat ter gelegenheid van het aanstaande pausbezoek aan het Land van de Rijzende Zon is opgenomen.

Het leven in de DDR was níet net zoals in die film


Het leven in de DDR was níet net zoals in die film


Dertig jaar geleden viel de Muur en nog altijd hebben West-Duitsers een verkeerd beeld van het leven in de DDR. Het was niet zo gevaarlijk, zelfs niet voor een opstandig schrijver als Christoph Hein. ‘Maar na een verloren oorlog bepaalt de overwinnaar het beeld.’
Oost-Berlijn, jaren tachtig. Een schrijver, bespioneerd door de Stasi, de Oost-Duitse geheime dienst, schrijft een kritische tekst over de DDR, op een typemachine die westerse journalisten het land hebben binnengesmokkeld en die hij verbergt onder zijn vloer… Met zulke verhaalelementen werd de film ‘Das Leben der Anderen’ uit 2006 een wereldhit. Die film bepaalde voor miljoenen kijkers het beeld van het leven in de laatste jaren van de DDR. Maar er klopt niks van.
Dat zegt althans schrijver Christoph Hein (1944), een grote naam in de Oost-Duitse literatuur, op wiens leven de film volgens hemzelf deels is gebaseerd. Filmmaker Florian Henckel von Donnersmarck (die niet uit Oost-Duitsland komt) interviewde Hein in 2002 voor zijn script vier uur lang, schrijft Hein in zijn nieuwe boek ‘Gegenlauschangriff’ (wat zoiets betekent als tegen-afluisteractie), met daarin persoonlijke herinneringen aan de DDR en de jaren na de val van de Muur.

 Clandestien boek met Karl May-kaft

Hein weet wat het is om kritische teksten te schrijven ten tijde van de DDR-dictatuur. In Gegenlauschangriff vertelt hij hoe zijn tweede roman, ‘Horns einde’, begin jaren tachtig niet door de censuur kwam. Een sluwe uitgever liet het toch clandestien in kleine oplage drukken met de kaft van een Karl May-boek.
In 1987 hield Hein op een congres voor DDR-literatoren een rede waarin hij, voor een zaal vol partijmensen, de censuur bekritiseerde. Heinz brak het taboe, noemde de censuur in de DDR ‘verjaard, nutteloos, een paradox, vijandig tegenover mensen, vijandig tegenover het volk, onwettig en strafbaar’. Hij liet de tekst door het westerse weekblad Die Zeit afdrukken. Hij werd niet opgepakt.
Nee, het leven als schrijver in de slotfase van de DDR was anders, minder gevaarlijk dan in Das Leben der Anderen, zegt Hein. Al denkt hij niet dat hij het beeld nog kan rechtzetten, nu de film miljoenen kijkers heeft beïnvloed. Ook in Duitsland: “Een hoogleraar germanistiek schreef me dat hij onlangs met studenten mijn censuur-rede uit 1987 las”, vertelt hij. “De studenten vroegen hoeveel jaar gevangenisstraf ik had gekregen. Geen enkel, zei hij. Ze zeiden: dit klopt niet, wij hebben Das Leben der Anderen gezien, zoiets was niet mogelijk geweest.”

Wat stoort u het meest aan de film?

“Ook een dictatuur, ook de DDR, heeft een geschiedenis. In de jaren vijftig en zestig was die censuur-rede van mij ondenkbaar geweest, ik zou in de gevangenis zijn beland, of erger. Had Das Leben der Anderen zich in die jaren afgespeeld, was hij correct geweest. Maar niet in de jaren tachtig. De staat verbrokkelde. Kunstenaars en burgers konden druk zetten, in plaats van andersom, de situatie was volledig veranderd. Ik wist in 1987: hiervoor kom ik niet in de cel.”

U schreef die rede niet met een typemachine die u onder de vloer verborg?

“Ach nee.” Hij schudt zijn hoofd. “Wat een onzin. Ik heb in 1984 zelfs een computer laten bezorgen uit het Westen, een Apple. Een vriend bij een ambassade – ik zeg niet welke –heeft hem ’s nachts met de auto gebracht. Diplomatenauto’s werden niet gecontroleerd. Die computer besloeg zowat mijn halve woonkamer.”

En hoe smokkelde u uw teksten naar West-Duitsland?

“Die gaf ik eenvoudig aan West-Duitse uitgevers mee. Die bezochten me en stopten ze gewoon in hun jas. En de rede over censuur in 1987 heb ik direct op de parkeerplaats naast het congrescentrum aan de redacteuren van Die Zeit gegeven, dat kon iedereen zien.”

De censuur was een taboe. Toch voelde u aan: ik kan dit maken?

“Als ze me gevangengezet hadden, waren er internationale protesten gekomen, dat wisten ze. Als ik een uitreisverbod kreeg, dan schreef de Frankfurter Allgemeine Zeitung erover, daar waren ze huiverig voor.”

De helft van de cultuurpolitiek van de DDR werd door die krant gemaakt, schrijft u.

“Ja, daar hadden ze een enorme angst voor.”
Begin jaren tachtig kregen Oost-Duitse kunstenaars meer vrijheid; hier een een pantomime-gezelschap aan de brunch op een dakterras in Oost-Berlijn, 1984. Beeld Thomas Hoepker / Magnum Photos

De staat ging in de jaren tachtig totaal anders om met kritische burgers en kunstenaars dan in het begin, zegt u. Wanneer sloeg het om?

“Voor mij was 1976 het keerpunt, toen zanger Wolf Biermann het staatsburgerschap werd ontnomen. De twaalf belangrijkste schrijvers van de DDR keerden zich daartegen, en wel publiekelijk, ongehoord. Daarna protesteerden ook andere burgers openlijk, kunstenaars verlangden dat ze mochten uitreizen, normale burgers ook, het begon te borrelen.”
Rond de kwestie-Biermann speelt het titelverhaal uit Heins boek Gegenlauschangriff. Een bevriende acteur had collega’s en staatsfunctionarissen in zijn woning uitgenodigd om over Biermanns verbanning te praten. Hij wilde de partijchefs ertoe te bewegen die op te heffen. Hij had een microfoon verborgen in zijn flat: nu luisterde hij hén af. Het gesprek liep op niets uit, Biermann bleef verbannen, ook de acteur verliet een jaar later de DDR, zonder zijn tape gebruikt te hebben, al circuleerde die wel onder vrienden.

U vindt dat ‘Das Leben der Anderen’ een statisch beeld van de DDR toont. Valt u dat ook op in andere films, boeken, beelden?

“Het gaat heen en weer: de een schildert de tijd te zwart af, de ander maakt hem te mooi, er zijn zelfs mensen die de DDR met de nazitijd vergelijken. De winnaar schrijft de geschiedenis, dat is duidelijk. Wat dat betreft is het allemaal niet verwonderlijk. Na een verloren oorlog bepaalt de overwinnaar het beeld. Als je wilt weten hoe het was om in de DDR te leven, moet je de literatuur uit die tijd lezen, die is veel preciezer.”

Dat lijkt me moeilijk te verteren, dat gevoel dat voor de geschiedenis van de ‘verliezers’ geen plaats is.

“Voor de generatie die de DDR heeft meegemaakt is dat moeilijk. Maar de generaties daarna hebben geen of nauwelijks herinneringen aan de DDR. Dus het probleem verdwijnt vanzelf.”
Hij zegt het op laconieke, naar ironie neigende toon, dezelfde die hij in zijn boek aanslaat; van heftige emoties of overdreven drama daarin geen spoor. Hij zit in de woonkamer van zijn huis in Havelberg, in de oostelijke deelstaat Saksen-Anhalt, op een heuvel bij de rivier de Havel. Een verrekijker staat bij ramen die van vloer tot plafond gaan en een panoramisch uitzicht geven op de rivier en de uiterwaarden, de blik reikt tientallen kilometers ver.

U heeft het over winnaars en verliezers, noemt de tijd van de deling de ‘Duits-Duitse oorlog’ in uw boek. Overal die oorlogsmetafoor.

“Het was een Koude Oorlog en de frontlinie liep door Duitsland. En zoals na elke oorlog zijn er winnaars en verliezers. Wie wint, bepaalt hoe het verdergaat. De officiële documenten gebruikten het woord Beitritt (toetrede). Dat past beter dan een woord als Wiedervereinigung, dat net doet alsof twee partners op ooghoogte met elkaar afspreken hoe ze samen verdergaan. Zo was het niet. De ene partij kon de wetten en voorwaarden voor de andere bepalen. Het Oosten trad toe tot het Westen. Dat zit iets in van: ik geef op wat ik heb. De arme bruid die haar kloffie thuis moet laten omdat de rijke bruidegom daar niks van wil hebben. Liever wil hij dat ze naakt naar hem komt en alles van hem krijgt.”

Ilko-Sascha Kowalczuk noemt het Übernahme in zijn net verschenen boek over de jaren na de Wende. Overname. Voelde het zo?

“Voor velen voelde het zeker als een overname. Al waren er ook Oost-Duitsers die succes hadden, rijk werden. Zij zullen er anders naar kijken. Maar 70 procent van de Oost-Duitsers werd werkloos. Een deel voor altijd. Dat bepaalt het beeld van de jongste geschiedenis.
“Er was geen plan om het Oosten te ontwikkelen of op te bouwen. Treuhand, de instantie die Oost-Duitse bedrijven privatiseerde, heeft 80 procent aan West-Duitsers verkocht en nog eens 16 procent aan buitenlanders. Slechts 4 procent kwam in Oost-Duitse handen. Vanuit kapitalistisch oogpunt volkomen correct: ik verkoop de fabriek aan wie het kan betalen. West-Duitsers konden dat, die kregen leningen, Oost-Duitsers niet.”

Hoe was de jaren na de Wende de stemming, hoe herinnert u zich die tijd?

“Dat schommelde sterk. In 1989 was er de euforie. Er leefde een sterke wens om heel snel bij het Westen te komen. Er was een overgangstijd nodig geweest. Dat wilde toenmalig bondskanselier Helmut Kohl ook, net als de oostelijke regering. Kohl had een driejarenprogramma, de regering een vijfjarenprogramma. Maar de straat wilde het niet. De straat zei: de D-Mark, meteen, anders gaan we naar het Westen. En voor die druk moest iedereen buigen.”

Het Oosten riep de ellende over zichzelf af?

“Nou ja, Kohl beloofde ‘bloeiende landschappen’, mensen hebben dat geloofd. Voor mij kwamen de problemen niet als een verrassing. Maar ik zag ook: de bevolking zal aan een langzame overgang niet meewerken. Die vertrekt massaal, vooral jongeren, die veel geld willen verdienen. De Muur was weg. Een massavlucht dreigde, zoals in de tijd voor de Muur.”

Er vloeiden na de Wende wel miljarden aan subsidie naar het Oosten.

“Dat klopt. De binnensteden zijn weer mooi, de oude huizen gered. Tijdens de DDR zagen ze er verschrikkelijk uit, na nog eens dertig jaar DDR hadden ze niet meer overeind gestaan. De huren waren te laag om ze te onderhouden. De DDR had de huurprijzen bevroren. Het was onhoudbaar. Alle economen vonden dat, maar met de DDR-regering viel niet te praten. Dat het niet werkte, was duidelijk.”
Somber: “Maar de toetreding tot het Westen ging volgens louter kapitalistische methoden, met fatale gevolgen: de de-industrialisatie van het Oosten is niet meer om te keren. Er komt hier geen nieuwe industrie meer.”

U denkt dat het Oosten economisch geen toekomst heeft?

“Daar ben ik inderdaad bang voor. In regeringskringen is laatst een plan opgesteld om alleen vijf of zes economische ‘vuurtorens’ in Oost-Duitsland te ondersteunen, steden als Leipzig, Jena, Dresden. Dat zou vernietigend zijn voor de ontwikkeling van het Oosten. Al die gebieden daarbuiten, dat wordt AfD-land (anti-immigratiepartij ‘Alternative für Deutschland, red.).”

Dat zijn ze nu al deels.

“Ja, ook hier in Havelberg, waar 25 procent AfD stemde.”

Veel mensen zijn vertrokken naar het Westen.

“En nog steeds vertrekken er velen. Er zijn in het Westen meer kansen, de lonen zijn er 30 procent hoger. Slechts een derde van de studenten aan de universiteit van Maagdeburg, hier in Saksen-Anhalt, blijft na de studie in de deelstaat. En hoe meer mensen vertrekken, hoe troostelozer het hier wordt.
“Het is heftig hoezeer de plattelandsbevolking in het Oosten abgehängt is, achtergesteld. Er is geen toekomstperspectief. Vooral voor de jeugd is dat erg. De meisjes vertrekken, de fitte jonge mensen vertrekken. Ze komen niet terug. Wat overblijft is een stompe, mannelijke jeugd.”

Is er dertig jaar na de val de Muur begrip ontstaan tussen Oost en West?

“Er is nog steeds een superioriteitsgevoel in het Westen. Ik maak dat mee. Dat ik natuurlijk niets van democratie snap, in tegenstelling tot de West-Duitsers. Terwijl: met die Entnazifizierung, het uitbannen van nazisme, viel het in het Westen wel mee. Leidinggevende nazifiguren mochten in alle organisaties blijven zitten, zelfs in de geheime dienst. De geheime dienst! Alsof men na de Wende de Stasi had laten voortbestaan.
Christoph Hein (1944) groeide op nabij Leipzig en ging in West-Berlijn naar een gymnasium. Tijdens een zomervakantie bij zijn ouders werd de Muur gebouwd en kon hij de DDR niet meer uit. Hij vertelt in zijn boek ‘Gegenlauschangriff’ hoe de autoriteiten hem daarna het leven lastig maakten; aanmeldingen voor een avondschool of opleiding tot meubelmaker wezen ze af. Hein ging in een boekwinkel werken en kon pas jaren later eindexamen doen na een avondstudie. Daarna ging hij toch studeren, in Leipzig en Berlijn. Hij werkte als dramaturg in een theater en schreef, naast theaterstukken, vanaf begin jaren tachtig ook romans.
“Veel West-Duitsers zullen de Oost-Duitsers nooit begrijpen. Ze hebben nu eenmaal een volledig andere levenservaring, ook wat 1989 en 1990 betreft. Iemand die in het Zwarte Woud woonde, keek misschien twee of drie keer naar het journaal, was enthousiast over wat er in het Oosten gebeurde, maar zijn leven veranderde niet, behalve dat hij nu makkelijker naar de Oostzee kon rijden.
“Het leven van alle Oost-Duitsers veranderde totaal. Een andere munt, andere verzekeringen, een ander pensioensysteem. Het hele leven – ze moesten alles opnieuw leren. West-Duitsers begrijpen dat niet, die hebben vaak een vaststaand beeld van de DDR: dictatuur, bruut geweld. “Die waren er natuurlijk, maar ze hadden met het leven van de meeste mensen weinig te maken. De vergelijking met de nazitijd is absurd.”
Hij bladert in zijn boek. “Ik moet denken aan een van de herinneringen die ik heb opgeschreven… Ja, hier zijn ze. Ze spelen in 1992. Een vriend neemt me naar een groep neonazi’s om met hen te praten. Dat was kort na de ergste racistische geweldsdaad in Duitsland sinds de Tweede Wereldoorlog, op een asielzoekerscentrum in Rostock. Ze vertelden ons dat de westerse pers hen voorheen als dom afschilderde, dat men medelijden met hen had, dat ze uitgelachen werden. Maar nu, zei een van de jonge mannen, nu zijn ze bang voor ons.”
Schouderophalend: “Misschien heeft die hele AfD-geschiedenis daar ook wel te maken. Medelijden is niet te verdragen, omdat die neerbuigend is. Maar angst?”
Christoph Hein. Beeld Hollandse Hoogte / LEEMAGE

‘Wij Oost-Duitsers moeten af van ons minderwaardigheidsgevoel’

‘Wij Oost-Duitsers moeten af van ons minderwaardigheidsgevoel’

Wolfgang Thierse Beeld Getty
De val van de Muur is jarig. Toch heerst in Duitsland geen jubelstemming. Ossie en oud-Bondsdagvoorzitter Wolfgang Thierse denkt dat de hereniging nooit voltooid is.
Op de avond van de val van de Muur, 9 november 1989, zat Wolfgang Thierse thuis. Op televisie zag hij de beroemde persconferentie waar DDR-functionaris Günter Schabow­ski zich liet ontvallen dat Oost-Duitsers ‘per direct‘ de vrijheid kregen om de grens te passeren. “Dat kon ik eerst helemaal niet geloven – gewoon, omdat we ons hadden aangewend om niks meer te geloven van wat de partijleiding meedeelde”, vertelt Thierse. “Maar in de loop van de avond zagen we toch de beelden van de open grens aan de Berlijnse Bornholmer Straße. Maar onze kinderen sliepen en we dachten: als dit klopt, willen we deze gelukkige gebeurtenis met onze gezin beleven.”

Wanneer stak u dan toch over naar West-Berlijn?

“Ook de volgende avond had ik geen tijd, want toen moest ik naar een vergadering van de burgerbeweging Neues Forum. Dus werd het nog een dag later. Dat was een gelukzalige ervaring, wildvreemde mensen in West-Berlijn die je onthaalden op Sekt en je in de armen sloten. Die stemming in de stad laat zich nooit meer herhalen.”

Waar hoopte u het meest op na de val van de Muur?

“Ik kon me er, ook in de loop van november 1989, geen voorstelling van maken hoe snel de Duitse eenheid zou komen. Ik was er vooral op gebrand de DDR te veranderen. Dat had mijn politieke belangstelling. Daarom zat ik bij Neues Forum, en daarom ben ik begin 1990 aangetreden bij de net opgerichte sociaal-democratische partij in de DDR: om een open DDR tot stand te brengen. Met de verkiezingen voor de Volkskammer (het Oost-Duitse parlement) werd pas duidelijk dat het op een snelle hereniging zou uitlopen. Vanaf toen werd het zaak om de belangen van de Oost-Duitsers in de eenwording zo verstandig en energiek mogelijk te vertegenwoordigen.
“Er overheerst nu een eigenaardige, op illusies gestoelde kritiek waarbij men achteraf zegt dat er veel meer mogelijk was geweest. We hadden in 1990 helemaal niet de kans om over een tijdsbestek van twee of vier jaar de hereniging stapje voor stapje vorm te geven, zoals wij sociaal-democraten dat aanvankelijk wilden.
“Te veel factoren noopten tot versnelling. Ten eerste: het ongeduld van de DDR-burgers, samengevat in de zin ‘Als de D-Mark niet naar ons komt, gaan wij wel naar de D-mark’. Ten tweede: de versnellende ineenstorting van de DDR-economie. Ten derde: de politieke ongewisheid op buitenlands terrein, over de toekomst van de Sovjet-Unie en Sovjetleider Michail Gorbatsjov. We hadden helemaal geen tijd voor discussies over de grondwet.”
Letterkundige Wolfgang Thierse (76) was in de DDR actief in de burgerbeweging. Na de hereniging kwam hij voor de sociaal-democratische SPD in de Bondsdag, waarvan hij van 1998-2005 voorzitter was. Thierse is bestuurslid van het landelijk bestuur van de Duitse rk kerk.

Al in een vroeg stadium gaf u blijk van uw ongenoegen. Wat irriteerde u destijds?

“Ik heb al in 1991 in de Bondsdag uiteengezet wat mij ergerde: de West-Duitsers begrepen toentertijd helemaal niet dat het ongehoorde geluk van de Duitse eenheid ons de kans en de verplichting bood om het gemeenschappelijke land te hervormen. Het werd geen hereniging van twee gelijken. Een succesvol en een mislukt systeem kwamen samen en de gewichten waren duidelijk verdeeld. Maar de vanzelfsprekende afweer tegen iedere verandering in het Westen heeft me buitengewoon geërgerd. Het Westen voelde zich de winnaar van de geschiedenis. Overwinnaars neigen naar zelftevredenheid en wijzen verdere hervormingen af.”
Volgens Thierse ‘werd alleen het Oosten opgezadeld met de druk om te veranderen’: het moest overschakelen op een markteconomie en zijn onderwijs en universitaire opleidingen aanpassen. Pas een decennium later, en onder druk van externe factoren zoals de globalisering, begon het Duitsland te dagen dat zijn onderwijs en sociale systeem dringend aan hervorming toe waren.

Onderdeel van die scheve verhoudingen bij de eenwording was ook het morele overwicht dat de West-Duitsers zich aanmaten.

“In het debat van de jaren negentig werden biografieën van DDR-ingezetenen gereduceerd tot geschiedenissen van lafheid en verraad onder de heerschappij van de geheime dienst Stasi. Ik heb er altijd voor gepleit om alsjeblieft >> onderscheid te maken tussen een oordeel over het systeem – dat oordeel moet hard zijn – en over de levensloop van mensen. Als je dat doet, dan graag uiterst genuanceerd.”

Op de weg naar de eenheid draaide het vooral om econo­mische en politieke vraagstukken. Waaraan ontbrak het?

“Wat te weinig is gebeurd, en waar ik toen al op aandrong, was dat Oost- en West-Duitsers elkaar hun levensverhalen vertelden. Dan was duidelijk geworden dat het Westen niet alleen kan bogen op succesverhalen, en het Oosten niet louter nederlagen en schurken kent. De verdere eenwording moet veel meer een proces zijn van cultuur, van dialoog.”

De weeffouten in de Duitse eenheid zie je nu terug in de verkiezingsuitslagen. Hoe analyseert u het succes, vooral in het Oosten, van de rechts-populistische Alternative für Deutschland?

“Degenen die in Oost-Duitsland woedend zijn en AfD kiezen, zijn niet alleen de werkelozen. Het is een mengeling van drie verschillende groepen. Zowel in het oosten als in het westen van het land is er altijd een bepaald percentage autoritair denkende mensen met een hekel aan minderheden geweest. De tweede groep zijn zij die in de economisch zwakke regio’s van Oost-Duitsland wonen, waar jonge mensen vaak van het pad raken. Wie niet kan meekomen, neemt vaak woede en teleurstelling mee naar de AfD.”

En de derde groep?

“Dat is mogelijk het interessantste deel. Volgens mij leiden niet alleen economische en sociale oorzaken naar de AfD, maar ook culturele. Dramatische veranderingen – globalisering, vluchtelingenstromen, de digitale transformatie, ecologische bedreigingen – vallen in Oost-Duitsland samen met de transformatie van een dictatuur in een open samenleving, met alle pijn en moeite van dien. Daar is de onzekerheid door al die veranderingen veel groter, en daarmee ook de mate waarin mensen zich laten verleiden in hun verlangen naar simpele antwoorden, naar een sterke staat. Daarin voorziet de AfD.”

Kan de AfD daarbij voortbouwen op een typisch Oost-Duitse kijk op de samenleving?

“Daar speelt ook de autoritaire vorming een rol. Alles verwachten van de boven jou gestelden, dat berust op de erfenis van de dictatoriale communistische partij, de SED, en van nog oudere geschiedenislagen die de maatschappij hebben gevormd. Daar speelde de toenmalige bondskanselier Helmut Kohl in 1989/90 op in. Hij gaf de Duitse eenheid een patriarchaal trekje met zijn beloften over ‘bloeiende landschappen’. De meeste Oost-Duitsers wilden deze heilsbelofte geloven. In al hun onzekerheid wilden ze gewoon onder het reddende dak van de Bondsrepubliek vluchten. Maar hoe meer ze erin geloofden, des te groter de teleurstellingen.”

Vertekent dat onze kijk op wat bereikt is?

“Wat ik met grote tegenzin waarneem en betreur, zijn het onvermogen en de onwil bij een groot deel van de Oost-Duitsers om er een positief zelfbeeld op na te houden, om te beseffen wat we in dertig jaar gepresteerd hebben. Het heeft veel leed en opoffering gekost, maar we hebben een geweldige transformatie tot stand gebracht.
“Niet alles is succesvol verlopen, maar al met al is veel wel gelukt. Laten we eindelijk eens leren om ons hardnekkige minderwaardigheidsgevoel tegenover het Westen, dat altijd al succesvoller was, af te leggen. We kijken voortdurend naar West-Duitsland en stellen vast: we lopen nog steeds achter. Ik zou wensen dat we af en toe naar onze oosterburen kijken om de maatstaf een beetje te relativeren.”

Duitsland organiseert geen groot feest rond de dertigste verjaardag van de val van de Muur. Waarom zo schuchter?

“Schuchter, zegt u? Dat is overdreven. De eenheid wordt niet meer zo euforisch beleefd. Inmiddels overheersen problemen van alledag en gemengde gevoelens de feeststemming. Ik kan er niet zo om treuren. Je kunt het nieuwe niet eindeloos blijven bejubelen. Die dertigste verjaardag kan wel aanleiding zijn om stil te staan bij wat bereikt is en welke moeilijkheden nog voor ons liggen.”

Kunt u bij dit jubileum een boek aanbevelen?

“Ik heb nu Ines Geipels boek ‘Umkämpfte Zone. Mein Bruder, der Osten und der Hass’ gelezen. Een heel opwindende familiegeschiedenis over een stuk vervloekte Duitse ­historie. De grootvader van de schrijfster is een nazimisdadiger, haar vader een doortrapte Stasi-man. Uit de manier waarop Geipel deze geschiedenis verwerkt, blijkt ook hoe weinig in de DDR de geschiedenis verwerkt is.”

Als katholiek in de DDR behoorde u tot een minderheid. Heeft die ervaring u mede gevormd?

“Ik ben opgegroeid met de ervaringen van een minderheid, maar ik geloof en hoop niet dat die me tot een querulant of een aanpasser hebben gemaakt – dat zijn immers vaak de twee mogelijke alternatieven. Die ervaring heeft me overigens ook zo nu en dan bij conflicten met de eigen partij geholpen, mijn bewustzijn put uit oudere bronnen.”

Uw partij, de SPD, is tegenwoordig in het Oosten zwak vertegenwoordigd – zoals in Sachsen en Thüringen – waar voormalige leden van de SED mondjesmaat als leden werden opgenomen. Was het fout om lidmaatschap van de SED onverenigbaar te verklaren met dat van de SPD?

“In juni 1990 ben ik voorzitter geworden van de Oost-SPD met de uitdrukkelijke boodschap: onze deuren staan open. Wij stelden oud-leden van de SED slechts één vraag: Hebt u macht over andere mensen misbruikt? Die vraag konden we niet negeren. Maar die mensen hebben zich niet gemeld.”

Wat moet er nog gebeuren om de eenheid te voltooien?

“Wellicht wordt die nooit helemaal voltooid. Maar voor mij zijn er twee criteria. De sociaal-economische verschillen tussen Oost en West moeten ongeveer net zo groot zijn als die tussen West-Duitse deelstaten – structurele verschillen zijn er altijd geweest in Duitsland. Het tweede criterium: wat mensen na 1990 hebben gepresteerd, zou zwaarder moeten wegen dan onderdelen van hun levensloop voor 1990. Ziedaar twee simpele criteria die in mijn ogen haalbaar zijn, in een niet al te verre toekomst. Dat daarmee nog niet alle verschillen en ontevredenheden zijn opgelost, spreekt vanzelf.” 

Lees ook:

Een jeugd achter de Muur: deze vrouwen groeiden op in de DDR

Ze groeiden op in de toenmalige DDR, maar op 9 november 1989, zaterdag 30 jaar geleden, viel de Berlijnse Muur en nam hun leven een heel andere wending. Uiteindelijk kwamen Anna Lerch, Effi Bialkowski en Katrin Schmiedecke in Nederland terecht.

‘De DDR is verdwenen. Er is nu één groot West-Duitsland’

‘De DDR is verdwenen. Er is nu één groot West-Duitsland’

De aardappelverwerkingsfabriek, de economische motor van het stadje Kyritz. Beeld Markus Reichmann
Dertig jaar na de val van de Berlijnse muur voelen veel voormalige Oost-Duitsers zich nog altijd tweederangs burgers. De generatie die de val van de muur niet bewust meemaakte heeft daar minder last van. 
Opeens zag ze de scherpschutter. Ze stond bij een warenhuis te wachten op de tram, keek dromerig naar boven – daar zag ze de man met geweer. Bang werd ze ervan, die oktoberdag 1989 in Leipzig. In het centrum demonstreerden mensen. Angelika Selling-Friedrich (destijds 19) was hoogzwanger, waagde zich met haar dikke buik niet in de massa. Haar man was soldaat, ook voor hem was ze bang - dat ie op demonstranten moest schieten.
Nu, dertig jaar later, zit ze in café Schröder in het Brandenburgse stadje Kyritz (10.000 inwoners). Laatst liep ze met haar dochter van 17 langs dat warenhuis in Leipzig, ze moest denken aan die scherschutter, wees naar de plek. Ze vond het moeilijk om haar dochter te laten voelen hoe het was die dag, überhaupt hoe het leven was in de DDR. “De DDR is verdwenen. Er is nu één groot West-Duitsland.”
Begrijp haar goed, met dat nieuwe grote ‘West-Duitsland’ is ze dolblij, vooral met de vrijheid, “we waren opgesloten in de DDR”.

Milka-chocolade

Ze woont sinds tien jaar in Brandenburg, een dorpje naast Kyritz, “in een lelijk huis op een lelijke plek zonder centrum”. Ze trok erheen voor haar vier kinderen, vanwege een montessori-achtige school in de buurt die goed stond aangeschreven. De dorpsbewoners laten haar, vreemdelinge uit Saksen, nog altijd links liggen, vertelt ze. Maar ze komt vaak in Kyritz. Daar geeft ze meditatietrainingen, doet ze vrijwilligerswerk bij een speelgroep voor moeders met baby’s, verzorgt ze een gehandicapte.
Haar huidige partner komt uit West-Berlijn. “Hij ergert zich als ik over ‘ossi’s’ en ‘wessi’s praat. Voor hem doet dat er niet toe. Ik merk nog wel verschillen. Wessi’s komen zelfbewuster over, weten zich beter te verkopen. Hij ervaart ‘wessi’ als belediging, maar als je in de DDR iemand uit het Westen kende, dan was dat juist speciaal. Men plakte op willekeurige papierdozen etiketten van westerse merken, dat was cool. Het Westen, dat was Milka-chocolade. Het Westen rook anders. Naar Ariel-wasmiddel en Lux-zeep. Anders dan Oost-Duitse zeep, beter.”
Ze vertelt over haar jeugd in Leipzig, over hoe het was om niet bij de ‘pionieren’ te zijn, de jeugdbeweging van de DDR. “Mijn vriend zegt: dat was als bij padvinders bij ons. Maar dat klopt niet. Het was anders, ideologischer. Je was buitengesloten als je er niet op zat. Ik voelde me heel alleen.”
Bij de ingang van cafe Schröder kijkt eigenaar Bernd Seifert (52) naar buiten, naar de marktplaatts. Die ligt er prachtig bij, alle oude gebouwen zijn met veel subsidie opgeknapt. Cafe Schröder is een begrip in de wijde omstreek, daar ga je heen voor ‘Kaffee und Kuchen’. Seifert kocht het in 1990. “De eerste vijftien jaren waren heel moeilijk.” Maar hij was ‘hardnekkig’ en daarna ging het steeds beter.
Sinds een jaar of tien leeft Kyritz op, zegt hij: “Je merkt dat de mensen weer wat te besteden hebben.” De economische motor van Kyritz is al sinds mensenheugenis een aardappelverwerkingsfabriek, die na de Wende in handen van Emsland kwam, een West-Duitse onderneming. De fabriek floreert: “Emsland heeft recent nog weer flink geïnvesteerd in de productie in Kyritz.”
Oost-Duitsland
Toch, zegt Jörg (67, achternaam bij redactie bekend), die met zonnebril, bomberjack en geblokte blouse in een hoek zit, is bijna alles in het Oosten ‘kapot gemaakt’ na de Wende. “Zodat de West-Duitse bedrijven geen concurrentie zouden krijgen”. Hij noemt het een ‘uitverkoop’ – een woord dat vaak valt, vandaag in cafe Schröder, in bijna elk gesprek.
De herdenkingen dit jaar interesseren Jörg niks. “Ach, er wordt zo veel gepraat, men kletst en kletst, er wordt niks gedaan.” Hij is ‘teleurgesteld’, vindt dat de regering te weinig doet voor de ‘eigen bevolking’. “Maar dat mag je niet zeggen. Je wordt meteen bestempeld als rechtsradicaal, als een nazi. Terwijl ik met de nazi’s niks heb, die haat ik nog meer als al die andere idioten.”
Zijn vrouw Conny (63): “Nog steeds zijn de pensioenen in het Oosten lager dan in het Westen. Waarom duurt het zo lang om dat recht te trekken? Ik begrijp het niet. Ze zeggen dat wij ossi’s zoveel jammeren. Daar zijn toch redenen voor?!”
Conny werkte veertig jaar langs als secretaresse, Jörg zat in de bouw. Hij heeft zijn hele leven in een stadje in de buurt van Kyritz gewoond. Jörg: “In de DDR was het, sociaal gezien, beter. Tegenwoordig voel je je een nummer.”
Overigens ziet hij ook goede kanten aan het kapitalisme, het maakt mensen “minder lui”. “Wij in het Oosten kennen twee systemen en kunnen over beide meepraten. Die uit het Westen kennen maar een.”

Stasi-akten

Ze waren niet echt blij toen de Muur viel. Jörg: “We hadden niet zo veel problemen, reizen naar Mallorca hoefden we niet, ook nu niet. We waren tevreden.”
Maar missen doen ze de DDR toch ook weer niet, zegt Jörg. “Natuurlijk niet. Dat zou onzin zijn, we hebben nu een heel ander welvaartsniveau.” Is Duitsland inmiddels één verenigd land geworden? Ze maken schampere gebaren: “nee, nee”. Conny: “Wij zullen voor altijd de O op onze rug hebben”.
Aan de andere kant van het cafe zit dominee Daniel Feldmann (41) uit oost-Berlijn, sinds drie jaar staat hij in de protestantse kerk van Kyritz. Hij komt uit een domineesnest, als kind werd hij daarom ‘rot’ behandeld, want religie, de partij moest er niets van hebben. “Mijn ouders hebben nooit hun stasi-akten ingekeken. Mijn vader zei: dan ontdek je misschien dat vrienden je bespioneerden. Ik wil dat niet weten.” Jaren na de Wende bleek dat Daniels opa – ook dominee, en toevallig ook in Kyritz – bespioneerde voor de stasi.
Dankzij de val van de muur kon Daniel eindexamen doen, hij heeft heel ‘positieve’ gevoelens bij de herdenking, en ook bij hoe het nu gaat, dertig jaar na de val van de muur: “Ik kan geen grote verschillen meer zien tussen ossi’s en wessi’s. De herening is gelukt, dat zou ik absoluut zo zeggen.”
Wel ziet hij de ‘polarisatie’ in de samenleving, ook in zijn kerkbanken. “Ik vind het moeilijk in mijn preken moraliserend te doen over de AfD”, vertelt hij, “want ik wil de AfD’ers onder mijn gemeenteleden niet wegjagen” Dat gebeurt, vertelt hij: AfD’ers vertrekken soms uit de kerken omdat ze zich niet meer welkom voelen, verketterd. “Maar ik wil met ze in gesprek blijven.”

Lees ook: 

Het leven in de DDR was níet net zoals in die film

Dertig jaar geleden viel de Muur en nog altijd hebben West-Duitsers een verkeerd beeld van het leven in de DDR. Het was niet zo gevaarlijk, zelfs niet voor een opstandig schrijver als Christoph Hein. ‘Maar na een verloren oorlog bepaalt de overwinnaar het beeld.’

‘Wij Oost-Duitsers moeten af van ons minderwaardigheidsgevoel’

De val van de Muur is jarig. Toch heerst in Duitsland geen jubelstemming. Ossie en oud-Bondsdagvoorzitter Wolfgang Thierse denkt dat de hereniging nooit voltooid is.

''Een brutaal mens heeft de halve wereld; een tevreden mens de gehele wereld.''