zondag 5 mei 2019

''Bederf de schoonheid van de weg niet door je af te vragen waarnaar hij leidt''. Anatole France


Nog nooit voelden de Algerijnse jongeren zich zo verbonden / NRC

Demonstraties tegen oude regime De jongeren vormen de ruggengraat van de protestbeweging die de afgelopen paar maanden het oude regime steeds sterker doet wankelen. „Wij betogen vreedzaam door, tot we bereikt hebben wat we willen.”





De fotoserie bij dit verhaal is gemaakt door fotograaf Fethi Sahraoui. Hij documenteert de protesten in de Algerijnse hoofdstad Algiers sinds februari van dit jaar.
De fotoserie bij dit verhaal is gemaakt door fotograaf Fethi Sahraoui. Hij documenteert de protesten in de Algerijnse hoofdstad Algiers sinds februari van dit jaar. Foto Fethi Sahraoui

Hiba (19) en haar vriendin Houa (20) schateren het uit. Nee, natuurlijk waren ze niet in politiek geïnteresseerd voor de eerste grote demonstratie tegen het autoritaire bewind van de invalide Algerijnse president Bouteflika van 22 februari. „Er veranderde toch nooit iets in ons land”, vertelt Houa, die net als haar vriendin computerwetenschappen studeert. „Toen een neef uit Frankrijk me vertelde dat ze daar een nieuwe president zouden krijgen, was ik verbluft. Kon dat? Een nieuwe president?”
Tijdens die eerste betoging tegen een hernieuwde kandidatuur van Bouteflika, een bijna revolutionaire gebeurtenis in Algerije, lieten ze nog verstek gaan. Deels uit vrees voor de politie. Een week later sprong een vonk over. „Ik zat in de universiteitsbibliotheek te werken en hoorde de demonstratie voorbijkomen”, vertelt Houa, die niet met haar achternaam in de krant wil. „Ik ben opgesprongen, liet mijn spullen liggen en ben de straat op gegaan. Het was geweldig, we voelden ons zo een met zijn allen.” Sinds die bevrijdende ervaring demonstreren ze elke week.
Nu volgen beiden een cursus in een kelder bij Sylabs, een organisatie in het centrum van Algiers die ondernemerschap onder jongeren bevordert. Ze zetelt vlak achter het monumentale postkantoor waar de massale protestbeweging zich vooral op vrijdagen concentreert. Enige tientallen jongeren proberen er onder deskundige begeleiding nieuwe apps te ontwikkelen die Algerijnen correcte informatie geven over de protestbeweging en mogelijke nieuwe verkiezingen. „We willen voorkomen dat ze door nepnieuws worden gemanipuleerd”, zegt Hiba, die ook anoniem wil blijven. De angst voor de autoriteiten is nog lang niet weg.

Foto Fethi Sahraoui
Na tientallen jaren stagnatie ruiken de jongeren – 70 procent van de bevolking is jonger dan 30 jaar – een kans eindelijk invloed uit te oefenen op het bestuur van hun land. Ze vormen de ruggengraat van de protestbeweging die de afgelopen paar maanden het oude regime steeds sterker doet wankelen. President Bouteflika is er na een bewind van twintig jaar al door ten val gekomen. Miljoenen Algerijnen in het hele land hebben zich bij de protesten aangesloten. Elke vrijdag weer en soms ook door de week marcheren ze door de straten om te eisen dat de hele oude garde om Bouteflika eindelijk opstapt.
Die oude garde, ook de machtige strijdkrachten, teerde op de glorie van de onafhankelijkheidsstrijd tegen Frankrijk uit de jaren 50 en 60 van de vorige eeuw en de keiharde repressie van de islamitische fundamentalisten, die eind jaren 90 bijna een succesvolle gooi naar de macht deden. Sindsdien maakte een kleine groep rond Bouteflika de dienst uit, verdeelde de winsten uit de grote olie- en gassector onder zichzelf en de bevolking. Verkiezingen waren niet vrij en steeds weer zette Bouteflika zijn bewind voort, ook toen hij in 2012 door een beroerte in een rolstoel belandde en nooit meer in het openbaar verscheen. Tweederde van alle Algerijnen heeft nooit bewust een andere president meegemaakt dan Bouteflika.


Foto’s Fethi Sahraoui
Lees ook deze reportage, vanaf een protest in Algiers

Geprivilegieerde kaste

De 22-jarige schrijver Anys Mezzaour, met enkele romans op zijn naam, spreekt in een uitgebreide email van „een geprivilegieerde kaste die zonder inspraak regeert en heeft geprobeerd de bevolking intellectueel en materieel te verpauperen zodat ze niet wist hoe ze haar rechten moest opeisen”. De betogingen bewijzen volgens hem dat die poging is mislukt.
„Deze revolutie is een gevolg van decennialange, opgekropte frustraties”, beaamt advocate Zoubida Assoul (62) in haar kantoor in een chique wijk in Algiers. „De jongeren willen geen politiek van de 20ste eeuw maar eentje die bij hen past.” De in een knalrood jasje geklede juriste richtte in 2012 een eigen beweging op, de UCP, die nu ook jeugdige aanhangers heeft, omdat ze voor democratie pleit. Her en der is de naam van de partij op muurtjes gekalkt, aan verkiezingen heeft ze nog nooit deelgenomen.
Het wemelt nu in Algiers van de jongeren die doelloos op straat rondhangen omdat ze geen werk hebben. „Natuurlijk doen wij mee aan de marsen”, zegt een jongeman in een blauw poloshirt. Met vrienden drinkt hij koffie uit kartonnen bekertjes langs een groezelige winkelstraat in Bab El Oued, een vervallen wijk die in de jaren 90 een bolwerk van de fundamentalisten was. Overal hangen lappen voor de ramen van de hoge huizen tegen de brandende zon. „Maar het gebrek aan werkgelegenheid is onze grootste zorg”, vervolgt hij. „Weet u, ik heb geen vaste baan en drie jonge kinderen. Hoe ik die moet onderhouden, weet God alleen.” Zijn naam wil hij niet geven.

Foto Fethi Sahraoui
Ook Sidali Houri, een 19-jarige jongen in een trainingspak die in een parkje even verderop zit, doet enthousiast mee met de marsen. Maar zijn politieke engagement reikt zo mogelijk nog minder diep. Wel veert hij op als hij hoort dat de vragensteller uit Nederland komt. „Ik kan goed voetballen en wil graag bij Ajax spelen. Kunt u daarbij helpen?”
Zo’n ontsnapping naar het buitenland is nu maar voor weinigen weggelegd. Alleen rijken of mensen met familie in Frankrijk beproeven hun geluk elders. Zeer getalenteerde hoog opgeleide jonge Algerijnen zijn ook welkom in Canada, met name in het Frans sprekende deel. „Eigenlijk zijn wij hier gevangenen in eigen land”, zegt een man in een vaal oranje shirt tijdens de wekelijkse massale protestdemonstratie in het centrum van Algiers. „We willen wel naar het buitenland maar niemand geeft ons een visum en hier kunnen we ook weinig uitrichten.”
Said Salhi, vice-voorzitter van burgerrechtenorganisatie LADDH, bevestigt dit. „Alle deuren waren onder Bouteflika gesloten.” Op een na: die van de sociale media en vooral jongeren stortten zich er met hart en ziel op. Salhi: „De samenleving is echt gevlucht in de sociale netwerken.”
Dankzij de sociale media leerden jonge Algerijnen wat er te koop is in de wereld. Ze beseften dat ze in een erg gesloten land leven, dat met zijn stokoude leiders de aansluiting met de buitenwereld dreigde te missen. „De generatie van de sociale media (…) kent wel de trucs en het gekonkel van degenen die de besluiten nemen terwijl die niets van haar weten door het feit dat ze zijn losgekoppeld”, meent schrijver Mezzaour.


Foto’s Fethi Sahraoui

Door sociale media verbonden

Ook de recente demonstraties zijn in veel opzichten een product van de verbondenheid die de sociale media hebben geschapen. Jongeren sturen elkaar constant nieuwtjes over de protestbeweging en over de zetten van het interim-bewind. Ook wisselen ze boodschappen uit over de plaatsen en tijden van de demonstraties en ontmoeten ze elkaar daar vervolgens. Sommigen gaan met medestudenten, anderen met collega’s uit de buurt of van het werk. Een alomvattende organisatie zit er niet achter, duidelijke leiders evenmin. Opvallend is ook dat er bij de grote, vreedzame betogingen nauwelijks toespraken worden gehouden.
Doordat de beweging over zoveel schijven loopt, heeft ze ook een diffuus karakter. Onduidelijk is hoe hieruit ooit een samenhangend programma kan ontstaan dat een alternatief kan vormen voor de restanten van het oude regime. Veel jonge betogers doen daar nogal luchtig over. Ze wijzen erop dat er veel hoog opgeleid talent rondloopt en anders wel jonge Algerijnen uit het buitenland. Er moet een constituerend beraad beginnen, waarin diverse bevolkingsgroepen zijn vertegenwoordigd, waarna er een democratische grondwet en verkiezingen kunnen volgen. Dit alles liefst binnen een jaar.

Foto Fethi Sahraoui
Sommige jongeren zijn speciaal terug uit het buitenland om te demonstreren of anderszins te helpen. Ishmail Chaib (31), een IT’er die nu een cursus geeft bij Sylabs, woont en werkt eigenlijk in Berlijn. „Ik ben nu wel in de verleiding me hier weer te vestigen”, erkent hij. „Zo’n kans om een zinvolle bijdrage aan je land te leveren krijg je maar eens in je leven.”
Helemaal zonder gevaar is dat niet. Dat ondervond Bouregag Abdelkader, een tengere 22-jarige student. Hij liep mee met een demonstratie en kreeg een traangasgranaat van de oproerpolitie op zijn hoofd. Een stevig verband op zijn hoofd herinnert daar nog aan. Volgens sommige berichten treedt de politie bij de laatste paar betogingen ook harder op dan in het begin. Maar Abdelkader is vastbesloten door te gaan. „Angst heb ik niet”, zegt hij vastbesloten. „Wij betogers zullen vreedzaam doorgaan met onze marsen tot we bereikt hebben wat we willen.”

 https://images.nrc.nl/bn5vsBy40EDdY225l30KkBkyTfA=/1920x/smart/s3/static.nrc.nl/bvhw/files/2019/05/web-0205buialgerije05jpg.jpg

''De tijd rent niet; wij vergeten stil te staan.''


Op 3 mei, op de internationale dag van de persvrijheid, wordt wereldwijd aandacht gevraagd voor de onderdrukking van journalisten en de vrije pers. Amnesty International


zondag 28 april 2019

Ahmet Altan kreeg levenslang, in zijn nieuwe boek beschrijft hij intiem hoe hij zijn proces heeft ervaren / Trouw

Cultuur
Ahmet Altan
Ahmet Altan © -
Essay
De Turkse schrijver Ahmet Altan kreeg vorig jaar levenslang. In ‘Ik zal de wereld nooit meer zien’ doet hij verslag. Een voorpublicatie.
Het was bijna ochtend, maar nog steeds donker buiten. Mehmet en ik bevonden ons op de zevende verdieping van het gerechtsgebouw en wachtten op een gang die de glans had van mica en fluorescentie van Amerikaanse diners. We werden omringd door zo’n dozijn agenten.
We waren beiden afgevallen. Op ons gezicht zag je de sporen van slechte voeding en slecht slapen.
Tegen de avond waren we uit onze cel gehaald waar we twaalf dagen in voorarrest hadden gezeten en naar het gerechtsgebouw gebracht. Ze plaatsten ons eerst op de begane grond in een getraliede ruimte met houten bankjes tegen de muur.
We gingen op de houten bankjes zitten. Er was nog een verdachte, een man die we die dag voor het eerst zagen maar met wie we samen zouden worden berecht.
Op een televisie aan de muur tegenover ons was een Turkse serie. Het beeld was slecht en haperde. Op een bordje naast de televisie stond: ‘Onbevoegden mogen de televisie niet bedienen.’
We wachtten er ruim drie uur. Toen kwam de politie mij halen. Ze namen me mee naar de kamer van de openbaar aanklager. Mijn advocaat kwam ook.

Subliminale boodschap

De openbaar aanklager was degene die Mehmet en mij had laten oppakken op grond van de beschuldiging dat we een ‘subliminale boodschap’ hadden gegeven tijdens een televisieprogramma waar we na de militaire coup van 15 juli aan hadden deelgenomen.
Het was een kleine kamer. De man begon met zijn verhoor. Hij stelde geen enkele vraag over de militaire coup, over de coupplegers, of over onze ‘subliminale boodschap’.
Zijn vragen hadden betrekking op de krant die we tien jaar geleden hadden opgericht, de krant waar ik na vijf jaar hoofdredacteur van te zijn geweest in 2012 ontslag had genomen.
Op een gegeven moment zei hij: “We hebben de relatie tussen de coupplegers en deze krant vastgesteld.” “Wat zijn uw bewijzen?” vroeg ik. Hij spuide de zin die uit een Hollywoodfilm leek te komen en die hij maar al te graag een keer wilde gebruiken: “Ik ben hier degene die de vragen stelt.” “U kunt de vragen stellen, maar wanneer u zegt dat u iets heeft vastgesteld, bent u ook verplicht om met bewijzen te komen.” Natuurlijk kwam er noch die dag noch later een bewijs naar voren.

Zakdoekjes

De openbaar aanklager was heel onrustig. Hij bleef maar heen en weer lopen door de kamer. Zo nu en dan ging hij op zijn stoel zitten om vervolgens weer op te staan.
Ergens halverwege het verhoor begon zijn oor te bloeden. Hij drukte een zakdoekje tegen zijn oor om het bloeden te stelpen en stelde me tegelijkertijd vragen over krantenberichten van zes, zeven jaar geleden. De bebloede doekjes legde hij op tafel. Terwijl de stapel met bebloede zakdoekjes zich ophoopte, beëindigde hij het verhoor zonder dat hij mij ook maar één vraag over de coup had gesteld.
De agenten begeleidden me weer naar beneden. Mehmet werd meegenomen voor verhoor.
Het was al bijna middernacht. Ik ging op het houten bankje zitten en keek naar het haperende televisiescherm. Er was een scène met een vuurgevecht, twee groepen vuurden schoten op elkaar af. Vervolgens vluchtten een jongen en een meisje hand in hand weg.
Uit de vragen van de aanklager was mij niet duidelijk geworden waar we van beschuldigd zouden worden. Moe van het zitten, ijsbeerde ik tussen de twee muren. Twee uur later brachten ze Mehmet naar beneden.
Het wachten begon weer. Onaangekondigd kwam er een groepje agenten, dat ons meenam naar boven. De openbaar aanklager stuurde ons door naar een andere rechtbank met een verzoek tot arrestatie. Het was een enkelvoudige kamer. De kleine rechtszaal was warm. Vanwege de hitte duwde de rechter zijn toga steeds naar achter om verkoeling te vinden.

Coup

Wij waren opgepakt op last van het geven van een ‘subliminale boodschap’, maar ineens was de tenlastelegging gewijzigd. We waren doorgestuurd naar de rechtbank vanwege ‘deelname aan de coup’.
Toen de zitting begon, vroegen we de rechter: “Wij zijn opgepakt op grond van de beschuldiging ‘een subliminale boodschap’ te hebben gegeven, maar er wordt geen melding meer gemaakt van een dergelijke tenlastelegging. Wat is er gebeurd met de subliminale boodschap?”
Mehmet Hasan Altan
Het antwoord dat de rechter met een spottende glimlach gaf, verdiende het om de rechtsgeschiedenis in te gaan: “Onze officieren van justitie gebruiken graag termen waarvan ze de betekenis niet kennen.”
Wij hadden twaalf dagen in een cel gezeten omdat een officier van justitie het leuk vond om een term te gebruiken waarvan hij de betekenis niet kende. Dat is wat de rechter zei. Vervolgens begon de rechter aan zijn vragen. “Konden jullie niet voorzien dat deze mannen een coup zouden plegen?” Met een zelfgenoegzame lach voegde hij eraan toe: “Ik had het wel kunnen voorzien.”
Onze advocaten grepen in: “Er bestaat geen schuld als niet kan worden voorzien dat er een coup zal plaatsvinden. Onze cliënten kunnen hier niet van beschuldigd worden.” De rechter rekte zich uit: “Ik beschuldig ze ook niet, we zijn aan het converseren.” Vervolgens kwam er weer een gekke vraag: “U heeft gezegd dat de regering corrupte activiteiten heeft ontplooid.”
De advocaten kwamen weer tussenbeide: “Ook de oppositieleider beschuldigt de regering van corruptie. De regering beschuldigen van corruptie heeft niets te maken met een couppoging.”
De rechter reageerde er niet op.

Vonnis

Hij richtte zich tot mij: “Had u zich maar beperkt tot het schrijven van romans en u verre gehouden van politiek.”
We waren vroeg in de ochtend voor de rechter gehaald met een verzoek om arrestatie vanwege deelname aan een ‘couppoging’ en de man tegenover ons zei wat in hem opkwam. Ik begon boos te worden: “Wij zijn in voorarrest genomen vanwege een subliminale boodschap, vervolgens heeft u de tenlastelegging zonder enige uitleg veranderd. U beweert dat we coupplegers zijn. Zelfs als alle openbaar aanklagers en rechters in het gerechtsgebouw bij elkaar zouden komen, zouden jullie hier geen enkel bewijs voor kunnen vinden.”
Mehmet vulde aan: “Ik heb mijn hele leven gestreden tegen coupplegers, nu stelt u bekritiseren van de macht gelijk aan het plegen van een coup. Er is geen enkel bewijs, en dat komt er ook niet.”
De rechter schortte de zitting op voor een vonnis. Het was al bijna ochtend, maar het was nog steeds donker buiten.
We wachten op het vonnis van de rechter. Zouden we naar huis gaan of naar de gevangenis? Een man die rare vragen stelt zal hierover beslissen. We zijn moe en gefrustreerd. We worden omringd door een grote groep politiemannen.
Ik kijk uit het raam. De stad is stil. Ze slaapt. De straten zijn leeg. De straatlantaarns lijken uit te doven.
Dan ontstaat er beroering. De rechter heeft besloten. Ze brengen ons weer naar de rechtszaal. De rechter leest zijn vonnis voor: “Invrijheidstelling onder voorwaarden voor Ahmet Hüsrev Altan…” Nog voor ik me kan verheugen hoor ik de rest van het vonnis: “Gevangenisstraf voor Mehmet Hasan Altan…”
Ik voel een fysieke pijn, alsof ik ben doorboord met een ijzeren staaf. En tegelijkertijd voel ik ook een grote woede. Diepe wanhoop.

Roze dossiers

Mehmet kijkt me aan en glimlacht. Hij is blij dat ze mij vrijlaten.
De agenten brengen ons naar beneden. Er staat een politiewagen klaar om Mehmet naar de gevangenis te brengen. We omhelzen elkaar. Mehmet probeert me te troosten: “Maak je geen zorgen… Het is goed dat een van ons buiten blijft.”
Ze zetten hem in de wagen Ik kijk hem na. Ik bedenk dat ik niets heb gezegd bij ons afscheid.
Twee agenten komen naar me toe. Ze zullen me meenemen uit het gerechtsgebouw en vrijlaten. Ze duwen een ijzeren deur open. We lopen een gang in.
Tegenover me verschijnt een beeld dat ik nooit eerder heb gezien. Duizenden roze dossiers liggen als dode schildpadden in stapels over de vloer verspreid. Dit zijn dossiers met namen, verraad, moord, scheidingen, faillissementen, conflicten. Levens die verdwenen zijn in de dieptes van een gerechtsgebouw.
Een geheime begraafplaats van roze dossiers. Al schoppend en duwend tegen de roze dossiers banen we ons een weg door de gang. Er lijkt geen eind te komen aan de gangen of de dossiers... Soms stappen we op een dossier, wat me een ongemakkelijk gevoel geeft, alsof we op mensen stappen.
Er komt een eind aan de gangen. We klimmen de trappen op. Ze openen de deur van de hoofdingang en laten me vrij. Het wordt al licht. Ik ril door de ochtendkou. Ik haal diep adem. Ik ben vrij, boos en diepbedroefd. Ik weet dan nog niet dat mijn verdriet niet lang zal duren, dat ze dezelfde avond nog een aanhoudingsbevel zullen uitvaardigen en dat ik gearresteerd zal worden.
Ze zullen me naar de gevangenis sturen waar mijn broer zit. 

Glashelder verslag van de absurditeit van de Turkse rechtsgang

‘Had u zich maar beperkt tot het schrijven van romans en u verre gehouden van politiek’, verzucht de rechter tegenover Ahmet Altan in diens laatste roman, over zijn eigen gevangenschap. Misschien was de magistraat zelf wel een stille bewonderaar van de verdachte. Altan geldt als een van de beroemdste eigentijdse schrijvers van Turkije, maar aan schoonschrijverij heeft hij nooit gedaan. Zijn vlijmscherpe pen snijdt het liefst door de Turkse politiek heen.
Dat heeft hij niet van een vreemde. Ahmets vader, Çetin Altan, was een bekende schrijver en journalist die in de jaren zestig het parlement inging namens de Turkse Arbeiderspartij, een van de weinige linkse partijen die Turkije ooit gekend heeft.
“Het is een foutje van de meubelmaker dat u hoger zit dan ik”, bespotte hij de voorzitter van het parlement. Vader Altan doorstond meer dan driehonderd rechtszaken.
Zijn zoon Ahmet trapte net zo hard tegen de taboes van de Turkse staat. In 1995 zette de romancier zichzelf op de kaart met een artikel ‘Atakoerd’ in de krant Milliyet, waarin hij de lezer vroeg hoe hun land eruit had gezien als de stichter van de Turkse Republiek, Mustafa Kemal ‘Atatürk’ (vader der Turken), een Koerd was geweest: “Zouden wij dan Turkse terroristen zijn?”. Hij werd meteen ontslagen.

Coupepoging

Erdogans AKP bracht Altan hoop. De partij die in 2002 aan de macht kwam richtte zich aanvankelijk op een vergaande liberalisering van de economie en het politieke landschap. De AKP verdedigde de rechten van minderheden, en maakte een einde aan de macht van het leger en de oude Kemalistische elite. Net zoals veel andere intellectuelen uit linkse nesten was Altan overtuigd liberaal geworden. Jarenlang schreef hij vol lof over Erdogan.
Maar in de nacht van 15 juli 2016 rolden de tanks weer door de straten van Istanbul. Een staatsgreeppoging eiste 248 levens en meer dan tweeduizend gewonden. Erdogans vakantieverblijf werd bestookt door helikopters en granaten, het parlement in Ankara werd gebombardeerd door gevechtsvliegtuigen.
Twee maanden later werd Altan opgepakt. Precies op de dag voor de couppoging had hij op televisie gezegd dat Erdogan ‘de weg opent’ naar een staatsgreep tegen zijn regering. Altans broer Mehmet voegde daar tijdens hetzelfde programma aan toe dat ‘een andere structuur binnen de Turkse staat’ wel eens ‘haar gezicht uit de zak kan steken’. De broers werden ervan beschuldigd verborgen berichten te hebben willen geven aan de Gülen-beweging, die verantwoordelijk wordt gehouden voor de coup-poging.

Machtsnetwerk

In de openingsscène van ‘Ik zal de wereld nooit meer zien’ beschrijft Altan het moment van zijn arrestatie. Terwijl de agenten zijn huis binnenvallen denkt hij terug aan zijn vader, die na de staatsgreeppoging van 1971 twee jaar werd vastgezet. “Het was een herhaling van dezelfde werkelijkheid”, schrijft Altan. “Omdat dit land zich te traag door de geschiedenis heen bewoog om de tijd vooruit te laten gaan keert hij terug en vouwt zich dubbel.”
Vader Altan werd opgepakt door putschisten, zijn zoon door een regering die hem ervan verdacht putschisten te hebben gesteund. De Gülen-beweging, niet alleen een religieuze groepering, maar vooral ook een machtsnetwerk met grote financiële en politieke belangen, breidde door samenwerking met de AKP haar macht binnen het staatsapparaat sterk uit, totdat ze vanaf 2012 in een machtsstrijd verwikkeld raakte met de AKP.
Het lijkt vergezocht dat de atheïstische Ahmet Altan een aanhanger van de islamitische geestelijke Fethullah Gülen is. Maar ook binnen de Turkse oppositie is Altan niet onomstreden: hij zou als redacteur van de krant Taraf jarenlang te weinig oog hebben gehad voor de bedenkelijke kanten van de beweging, en stelde zich steeds vierkant achter haar op in het conflict met de AKP, zo vinden sommige critici. Die stellingname is vermoedelijk de reden dat Altan nog veel zwaarder gestraft is dan tientallen andere journalisten die in Turkse gevangenissen zitten, verdacht van betrokkenheid bij de coup (om nog te zwijgen van honderden anderen die hun baan hebben verloren omdat hun kranten zijn gesloten of overgenomen).
Dat Altan zelf schuldig is aan betrokkenheid bij de putsch, laat staan van het gebruik van geweld, is verre van vastgesteld. Toch werden hij en zijn broer veroordeeld tot levenslange opsluiting. De intieme beschrijving van zijn proces is misschien wel de grootste verdienste van ‘Ik zal de wereld nooit meer zien’.
Slechts weinig schrijvers hebben de absurditeit van de Turkse rechtsgang zo glashelder neergezet.
Ahmet Altan
Ik zal de wereld nooit meer zien De Bezige Bij;
96 blz. € 15

Lees ook:

Twee vrijgesproken Turkse journalisten mogen de cel toch niet uit

De verwarring in Turkije is compleet nu een uitspraak van het constitutioneel hof om twee journalisten vrij te laten in de wind wordt geslagen.

Duitser Yücel mag Turkse cel uit, zes Turkse journalisten gaan er levenslang in

Deniz Yücel kon gisteren de gevangenis in Istanbul verlaten. De Duits-Turkse journalist kreeg van de rechter te horen dat hij zijn proces in vrijheid mag afwachten. 

ChristenUnie en GroenLinks: uitzetting van yezidi’s per direct opschorten / Trouw

gedicht van de oo-go

Geen zeewind, geen poëzie

Toen ik keek
vanuit het zand
vanaf het strand
en luisterde naar de zee
met al haar golven
in de taal van haar geruis

toen 'k zestien was
en leefde op het water
droomde ik van liefde
droomde ik van pijn
geheimen zal het water
niet prijsgeven, behalve lege schelpen

geboren aan het Haringvliet
gegroeid
met het gezicht naar zee
werkend, varend op het water
geeft een rust
diepte
dieper dan het diepst verdriet

'k schrijf nu met weemoed
zomaar woorden
gebroken golven
keer graag terug
naar zee
mijn memories

geen zeewind
geen poëzie
alleen de taal
van mijn hart

Ben F. Wesdijk