even (3 weken) in Nieuw Zeeland / 3 weeks (only!) in New Zealand / 3 semaines seulement (hélàs!) en Nouvelle Zélande!....
en dan / nu alles en nog wat / des choses et d'autres ensuite / allerlei dann bzw. jetzt / other things which now matter (to me!)
vrijdag 1 september 2017
Expositie Modeontwerper Walter Van Beirendonck maakte een tentoonstelling over maskers. Tribale maskers worden gecombineerd met westerse maskers.
Je verandert je identiteit met een masker’
Arjen Ribbens
Walter Van Beirendonck: Welcome Little Stranger, 1997
Foto Scott Trindle
Walter Van Beirendonck (60) grijpt met een hand naar zijn woeste
baard. „Ja, zo’n lange baard is al een half masker. Ik ben verlegen,
voel me snel ongemakkelijk onder mensen. Met die baard heb ik een buffer
gecreëerd die deel is gaan uitmaken van mijn imago. Zo verschuil ik me
een beetje.”
De modeontwerper uit Antwerpen is gastconservator en inrichter van Power Mask,
een eigenzinnige en bijzonder vormgegeven tentoonstelling over maskers
in het Wereldmuseum Rotterdam. Samen met kunsthistoricus Alexandra van
Dongen en antropoloog Sonja Wijs bracht Van Beirendonck honderden
maskers uit tal van culturen en tijden bijeen.
Tribale maskers uit Afrika en Oceanië, afkomstig uit de collecties
van wereldmusea, worden gecombineerd met westerse maskers, creaties van
modeontwerpers en werk van hedendaagse kunstenaars. De bezoeker stapt
voortdurend van de ene wereld in de andere, zegt Van Beirendonck. „Het
is een visuele douche, die je genietend kunt ondergaan.”
Van Beirendonck denkt allerminst als een klassiek antropoloog;
ordenen en classificeren, daar is hij niet op uit. Toch is het niet
vreemd dat het Wereldmuseum vorig jaar juist hem heeft uitgenodigd als
gastconservator voor een tentoonstelling over de kracht van maskers.
Niet alleen zijn maskers een terugkerend thema in het oeuvre van Van
Beirendonck, vanaf het begin van zijn loopbaan heeft hij invloeden uit
tribale kunst verwerkt in zijn creaties.
De leeuwenmanenkragen rond de hoofden van Masai-krijgers, de maskers
van de Bozo, de cilindervormige ogen van de dansmaskers van de Tolai uit
Nieuw-Brittannië, de maskers van de Yupik, een Inuitvolk – de lijst
met etnografische referenties in de collecties van Van Beirendonck is
lang.
Niet voor niets noemde schrijver Tijs Goldschmidt hem in deze krant
een „Antwerpse Papoea”. Goldschmidt vroeg zich af hoe het er in het
hoofd van Van Beirendonck aan toegaat: „Het zou me niet verbazen als er
in zijn verbeelding regelmatig Oceaniërs of Papoea’s met ufo’s landen in
Antwerpen om zich daar te mengen tussen buitenaardse wezens,
stripfiguren en gestileerde sm-georiënteerden.”
Kleurrijk, blijmakend, gedurfd
De tentoonstelling Power Mask is zoals Van Beirendoncks mode:
kleurrijk, gedurfd, blijmakend en vol culturele referenties. Voor de
inrichting koos hij voor installatie-achtige presentaties. Met
semi-antieke vitrinekasten in felle kleuren, waarin een pestmasker wordt
gepresenteerd naast een Duits ijzeren Schandmaske uit 1700 en
een futuristisch masker van Maiko Takeda dat door de IJslandse zangeres
Björk werd gedragen. Door de tentoonstelling zwerven gemaskerde en
gekostumeerde mannequinpoppen, die soms zijn neergestreken op een
Rietveld-stoel of een andere designklassieker.
Voor de aankleding van de zalen worden fotografie en beeldende kunst
vaak als uitgangspunt gebruikt. Op een muurschildering met
lichaamsvormen, gemaakt door de Amerikaanse kunstenaar Brian Kenny –
volgens Van Beirendonck „de nieuwe Keith Haring” – hangen zestig
maskers. In een andere zaal dienen blow-ups van oude foto’s als
ondergrond. Bijvoorbeeld de vijftig jaar oude cover van het Franse
tijdschrift Paris Match, waarop acht verzamelaars aan een tafel
zijn geportretteerd met een Afrikaans masker voor hun gezicht. Een
historisch belangrijke foto, die als illustratie diende bij een artikel
over een tentoonstelling in het Grand Palais in Parijs, een van de
eerste plekken in het Westen waar tribale kunst als een volwaardige
kunstvorm werd gepresenteerd.
Van Beirendonck hing over een aantal foto’s van maskers
vergelijkbare echte maskers. En de samenstellers selecteerden foto’s
die laten zien hoezeer kunstenaars als Picasso, Man Ray en André Breton
het niet-westerse masker begin vorige eeuw omarmden. Van Beirendonck
herkent zich in hun enthousiasme: „Zij vielen voor de beeldtaal van die
maskers en hadden geen idee waarvoor ze oorspronkelijk waren gebruikt.
Zo is het bij mij ook: ik reageer spontaan op de bijzondere vormen.
Daarna pas ga ik uitzoeken waar die maskers vandaan komen en waarvoor ze
dienden.”
Foto Ronald Stoops
De beeldtaal van etnografica en de ‘westerse blik’ als uitgangspunt
voor een tentoonstelling is een keuze die tegenwoordig gevoelig ligt.
Activistische groepen uit sommige landen van herkomst, de zogenoemde source communities,
bestempelen dat sinds enige tijd als een nieuwe vorm van kolonisatie.
Sommige musea zijn de critici tegemoetgekomen en hebben protocollen
opgesteld voor de omgang met de koloniale geschiedenis en het
bijbehorende erfgoed. Ze betrekken source communities bij de
samenstelling van tentoonstellingen, en in het kader van de
‘dekolonisatie’ worden ook regelmatig objecten ‘teruggegeven’ aan musea
in Afrika, Oceanië en de Verenigde Staten.
Worstelen met moreel kompas
De meeste etnografische musea worstelen met hun voorgeschiedenis en
hun morele kompas, zegt conservator Alexandra van Dongen. Bij Power Mask
hebben alle maskers tekst en uitleg gekregen over herkomst en gebruik.
Maar verder hebben de samenstellers ervoor gekozen de etnografische
objecten vanuit een artistieke invalshoek te presenteren.
Van Dongen: „Het etnografisch museum is een koloniaal en
eurocentrisch fenomeen. Als je morele kompas een bepaalde kant uitgaat,
is de uiterste consequentie dat je het etnografisch museum sluit. Dit
Wereldmuseum met zijn fantastische collectie en archief was op sterven
na dood. Met Power Mask gaan we met respect op zoek naar een open en meervoudige benadering van de verzameling.”
Inhoudelijk is de associatieve opzet van Power Mask ook goed
te verdedigen, zegt Van Dongen: „Tribale maskers hebben nou eenmaal een
tweede leven gekregen in andere werelden, bijvoorbeeld in
kunstenaarskringen in Parijs aan het begin van de twintigste eeuw.
Bovendien zijn sommige etnografische maskers ontstaan in een sfeer van
toerisme of gemaakt in opdracht van handelaren. Wat is authenticiteit?
Je kunt niet alles heilig verklaren. Dat strookt niet met de historische
werkelijkheid.”
Beeldtaal van voorouders
Van Beirendonck was zich tot voor kort niet bewust van deze
gevoeligheden. Hij kreeg de afgelopen decennia nooit kritiek op de
etnografische invloeden in zijn modecollecties. Twee jaar geleden zag
hij wel hoe het Britse merk KTZ onder vuur werd genomen door de
Inuit-gemeenschap. De aanleiding was een grote print die nogal
letterlijk van het Canadese Inuit-volk was gekopieerd. De beeldtaal van
hun voorouders overnemen, dat kon niet.
Zelf verdiept hij zich al lang in tribale rituelen: „Ik doe constant
onderzoek naar folkloristische en etnografische collecties. In mijn
eigen collecties heb ik altijd geprobeerd actuele vertalingen te maken
van die impressies. De manier waarop stammen op Papoea-Nieuw-Guinea
maskers gebruiken om van gedaante te veranderen, houdt hem al decennia
bezig: „Je verandert je identiteit niet door een handschoen aan te
trekken. Maar wél met een masker.”
Geen opmerkingen:
Een reactie posten